Muziekfestival Klassiek

Op de fiets van het Derde gesticht naar het koetshuis voor traktaties van cello- en fagotklanken

De eerste editie van het klassiekemuziekfestival Veenhuizen is een wonder van subtiele programmeerkunst.

Pup-upconcert in de tuin van theehuis Zunneschien. Foto Biëlla Luttmer

De vogels zingen nog als de musici van Pynarello hun instrumenten stemmen. Het is vol op het weiland onder de luifel, hoofdpodium van het gloednieuwe Festival Veenhuizen. Extra banken worden aangesleept, lokale en landelijke politici schuiven aan tegen festivalgasten uit het Drentse dorp en van ver daarbuiten. 

Ooit stond hier het ‘Derde gesticht’, waar meer dan 1.200 wezen en andere verschoppelingen waren ondergebracht. Nu beschrijft alleen nog een brede zoom van klaprozen, korenbloemen en koolzaad de strenge vorm van het gebouw.

Pynarello trapt vrijdagavond af, met een tintelende uitvoering van Rossini’s Ouverture tot de opera La gazza ladra, De diefachtige ekster. De toon is gezet. In de avondstilte van Veenhuizen glanzen de fagotten extra warm en wordt de concentratie van de strijkers extra opgevoerd.

Veenhuizen is de plek die Suzanna Jansen beschrijft in Het pauperparadijs, maar er zijn meer verhalen te vertellen. De volgende ochtend brengt het Margaretha Consort met het programma Zeven tranen, een eerbetoon aan zeven onbekende Veenhuizers. Zeven keer klinkt vanaf een balkon in de Koepelkerk een fluit, met telkens een andere meditatie op John Dowlands Flow my Tears , de mooiste tearjerker uit de Renaissance. Na elke variatie van die eenling daarboven spelen musici op hun gamba’s en luit. 

Het concert krijgt een vervolg in het Vierde gesticht, het kerkhof voor kinderen, veel kinderen, maar ook voor gevangenen en ambtenaren, protestanten en katholieken, net buiten Veenhuizen. Daar speelt de fluitiste opnieuw zeven keer, aan zeven graven. De Veenhuizense Mariët Meester vertelt de verhalen van gewone dorpsgenoten: van smid Jacobus Slot en van het jonggestorven meisje Weike Kroes, dat een kind kreeg van de man bij wie ze schoonmaakte.

Festival Veenhuizen is stevig doorfietsen: het hele dorp doet mee, van de Koepelkerk tot de Tuinen van Weldadigheid. De namen van de huizen langs de weg herinneren aan het stichtelijke karakter van het dorp: Toewijding, Vertrouw op God, Controle, Helpt elkander. Wie onderweg neerstrijkt in de tuin van theehuis Zunneschien krijgt niet alleen een plak zelfgebakken cake maar ook een pop-upconcert. Een celliste speelt Ligeti, niet muziek waar het theedrinkend publiek voor naar de concertzaal zou gaan, maar een kwartiertje moeilijke muziek is eigenlijk best leuk.

Verderop, in Coco Maria, het koetshuis waar gewoonlijk bruiloften en partijen worden gevierd, levert Caravan een van de muzikale hoogtepunten van het festival. De groep van pianist Julian Schneemann en Sinat Arat, bespeler van de ney, een Turkse fluit, maakt een mix van jazz en de rijk geornamenteerde melodieën uit de grensstreken van Europa en Azië. Het neyspel gaat over in fijne geneuriede improvisaties. Over Arats schouder kijkt de stenen Maria van het koetshuis mee.

Na een avond en een lange dag gaat de zon onder op klanken van Il tramonto (De zonsondergang) van Ottorino Respighi. Even piept hij onder het tentdoek door, dan is het donker buiten. Ook na afloop is het publiek stil van de fluwelen stem van sopraan Jeannette van Schaik. Vol van Respighi’s klanken lopen ze langs de bloemenzoom van het Derde gesticht. En dan is er ineens een orgeltje op een kar. De orgelman draait met zijn ene arm. Met zijn andere houdt hij een trompet tegen zijn lippen. Naast hem speelt een meisje zachtjes viool – een kleine, volkse afspiegeling van wat er op het hoofdpodium gebeurde. Dan keert de rust terug in Veenhuizen. Wie van geen ophouden weet kan nog naar Coco Maria, voor vrolijke klarinetmuziek, maar het is mooi geweest. De sfeer van Il tramonto willen we vasthouden.

De eerste editie van Festival Veenhuizen blonk uit door subtiele programmeerkunst. Voor organisator Jan van den Bossche wordt het een hele toer zijn eigen hoge standaard de komende jaren te evenaren.   

Naar buiten!

De zomerfestivals zijn volop aan de gang. Na Veenhuizen, het stilste festival van Nederland, is er komend weekeinde Wonderfeel, in ’s-Gravenland. Met muziek, foodtrucks en ‘Gedichten onder de boom’, door Jean-Pierre Rawie en Simone Atangana Bekono. Het reizende Hortus Festival komt naar botanische tuinen in Amsterdam en Leiden met concerten en een workshop componeren voor kinderen (25/7-11/8). En niet te missen: het Delft Chamber Music Festival. Van 26/7 tot 5/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.