Op de derde stadsbrug mag chic én vulgair

De derde Stadsbrug en Living Bridges. Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam, tot en met 27 november...

ARCHITECTUUR

Vlinders, vliegtuigen, vogels, kikkers en zwemmers hebben geen bruggen nodig. Mensen kunnen oversteken via drijvende pontons, waarop allerlei activiteiten plaatsvinden. Wij stellen voor dat de 'bijna'-bruggen een middelpunt worden van activiteit, vermaak en aantrekkelijkheid.

Dat is de toelichting bij de provocerende inzending van het Londense bureau Alsop & Strömer voor een nieuwe oeververbinding in Rotterdam. Met ruwe schetsen op het scherm, waarin we geprojecteerde voetbalvelden op pontons in een stromende Maas ontdekken, laat dit Britse bureau zijn fantasie de vrije loop. En dat is ook de bedoeling. Een derde stadsbrug is nog niet aan de orde. Rotterdam is nog maar net gewend aan de Erasmusbrug.

Dat neemt niet weg dat de ontwikkeling van de zuidelijke oever wel eens zo'n vlucht zou kunnen nemen dat het denken over een brug, veer of tunnel alvast moet worden gevoed. Daarom heeft de Dienst Stedebouw + Volkshuisvesting (DS+V) zeven merendeels jonge ontwerpbureaus gevraagd de mogelijkheden te verkennen. Het liep uit op een avonturenreis langs de oevers van de Maas, met als eindstation de zalen van het Nederlands Architectuurinstituut.

De oeververbinding is gedacht aan de oostkant van de stad, ongeveer halverwege de Brienenoordbrug en de Willemsbrug. Aan de noordkant ligt het oude waterleidingterrein, nu woonwijk De Esch, aan de zuidkant de wijk Feijenoord.

Terwijl de Kop van Zuid, die meer in westelijke richting ligt, geldt als motor voor de economische en culturele bloei van de stad, komt in de volgende eeuw onherroepelijk de oostkant van Rotterdam aan de beurt, nu nog een onderbelicht gebied, schrijft de Catalaanse architect Joan Busquets. Hij stelt voor de oevers te promoveren tot boulevards waarop het aangenaam verpozen moet zijn, en de brug op te tuigen met een oplopend gebouw. Dat moet een baken voor de stad worden zoals de Euromast dat al is, met een verrassing op het schuine dak: een stadspark.

Van de zeven ontwerpers blijven het bureau Quadrat, Max. 1 en VMX nog het dichtst bij een traditionele brug . Wie een brug slaat, wil vaak iets meer. Max. 1 bijvoorbeeld ziet ook kansen voor een groene zone, het Kralingse Bos aan de noordkant en de Oude Plantage in het zuiden. VMX kiest voor een soort breed plateau vlak ten oosten van het Noordereiland, zodat er een bruggencircuit kan ontstaan 'voor zowel chique als vulgaire acvititeiten'.

Dit boulevardcircuit van VMX werd door een commentaargroep met deskundigen enthousiast ontvangen, maar de beste kansen bieden juist de verder oostwaarts gelegen stadsbruggen van Busquets en het Franse bureau Decq/Ornette. Odile Decq presenteert een plan dat bestaat uit een nieuw eiland, omdat dat past in het patroon van de Maas in Rotterdam. Daarop plaatst ze vier torens en een vijfde toren annex pyloon. Die heeft de vorm van een driepoot waarin een restaurant en een radiozender kunnen worden gehuisvest.

Rotterdam kan vast gaan mijmeren over een verbinding die de twee stadshelften aan elkaar zal smeden. Dat zowel Busquets en Decq hebben gekozen voor een gecombineerde functie, van brug met gebouw, met recreatieve voorzieningen, sluit wonderwel aan bij de expositie in de hoofdzaal van het NAi waarin de levende bruggen uit het verleden staan te schitteren. Daarnaast staan er utopische bruggen, waarop legers konden paraderen, of een legioen auto's konden parkeren.

Omdat Londen van de eeuwwisseling een evenement wil maken, schreef de Royal Academy of the Arts drie jaar geleden een prijsvraag uit onder architecten voor een bebouwde brug over de Theems.

Living Bridges, eerder al in Londen te zien, is een sprookjesachtige tentoonstelling, met minutieus gefabriceerde schaalmodellen van gerealiseerde en gedroomde bruggen. Ze spiegelen zich ook nog eens in een nagebootste stromende rivier.

Gebouwde bruggen waren in eerste instantie bedoeld als kruispunten van handel, zo laten de Florentijnse Ponte Vecchio en de Venetiaanse Rialto mooi zien. Er werd van de nood van een oversteekplaats een deugd gemaakt. Goudsmeden, geldwisselaars en andere handelaars namen hun intrek in de minuscule winkeltjes.

Sinds de Pulteneybridge in Bath (uit 1770) is er geen bebouwde brug meer geslagen. En of dat voor de eeuwwisseling in Londen nog gebeurt, is maar de vraag. De twee uitgekozen ontwerpen zijn zo ingenieus en veelomvattend dat daar best een eeuw overheen kan gaan. Zaha Hadid maakte een brug in het haar typerende handschrift: over elkaar schuivende panelen, waartussen het verkeer kan stromen. Antoine Grumbach laat een park over de Theems aanleggen, compleet met kassen, luifels en pergola's .

Het is na tentoonstellingen met veel gekrabbel, virtuele computerverkenningen of tekstuele erupties, een verademing een reeks maquettes te zien die zo zorgvuldig uitgevoerd, zo begrijpelijk zijn. De glorietijd van de bebouwde brug mag dan al vijf eeuwen geleden liggen, voor de 21ste eeuw zou hij een herkansing kunnen krijgen. Zowel Busquets als Decq hebben de koers aangegeven. Als dat lukt krijgt Rotterdam zijn eigen Rialto.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden