RecensieCellobiënnale 2020

Op de Cellobiënnale is te horen wat het instrument allemaal kan ★★★★☆

Dankzij de prima beeldregie zijn er ook voordelen aan kijken op een scherm. 

Lidy Blijdorp.Beeld Andy Doornhein

Eenzaam zit Lidy Blijdorp in de grote hal van het Muziekgebouw in Amsterdam. De ietwat desolate klanken die ze haar cello ontlokt benadrukken die verlatenheid nog. Thin Air heet de nieuwe compositie van Calliope Tsoupaki, waarmee de Cellobiënnale 2020 wordt ingeleid. Een biënnale zonder publiek in de zaal, maar waarschijnlijk wel met veel meer luisteraars dan anders, want de concerten zijn allemaal online te volgen.

Tot tweemaal toe hebben de organisatoren van de Cellobiënnale het programma moeten omgooien – de laatste keer nog heel kort van tevoren. Van het in aanleg zo bruisende gebeuren zijn nu zeventien concerten over. Ook het Nationaal Cello Concours is overeind gebleven, zij het zonder orkest.

De beide festivalthema’s, The next generation en The cello takes over komen goed uit de verf – vooral dat tweede gegeven: muziek die oorspronkelijk niet voor de cello is geschreven. Daarbij gaat het niet alleen om een celloversie van Schuberts Winterreise, maar bijvoorbeeld ook over de integrale uitvoering van het Beatlesalbum Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band door het Cello Octet Amsterdam.

Het blijft vreemd om dit alles vanachter je bureau gade te slaan, en wat niet went is de doodse stilte die de plaats heeft ingenomen van het applaus. Maar er zijn ook voordelen, met dank aan de prima beeldregie: zo is het boeiend om Alexander Warenbergs lange spinnenvingers over de snaren te zien dansen in Stravinsky’s Suite italienne. Een totaal andere aanblik bieden de behendige poezenpootjes van de Russische Anastasia Feruleva, die in Rimski-Korsakovs Concert-fantasie naar Le Coq d’Or van start gaat met hanengekraai en eindigt met een achtbaan van dubbelgrepen.

Fijnzinnig is de Chopin-medley die bewerker Wijnand van Klaveren heeft samengesteld voor het Ragazze Kwartet, bassist Wilmar de Visser en solist Pieter Wispelwey – in dit gezelschap welhaast een éminence grise. Onder hun handen klinkt het zelfs nog beter dan de oorspronkelijke pianoversie.

Zaterdag laten twee ensembles horen dat het rijk van de cello niet beperkt blijft tot de klassieken. Yassir Bousselam, Jan Bastiaan Neven en het Amsterdams Andalusisch Orkest, bij elkaar zeven man, brengen een cocktail van eigen composities, soms een mix van uiteenlopende ingrediënten, dan weer sterk Arabisch getint zijn, inclusief de toonstapjes die net een kwarttoon groter zijn dan gangbaar is in de westerse muziek.

Ondanks de inzet van Bousselam en kornuiten doet hun spel wat braaf aan naast dat van de Metrocelli, een cellokwartet uit het Metropole Orkest, dat echt van alle markten thuis is en opvalt door de perfecte timing. Bij hen is een cello ook inzetbaar als veelzijdig slaginstrument, en het repertoire reikt van Charles Mingus tot Nirvana en Billie Eilish. Ruig gekras en geknerp, een solo met galmeffect en ijle fluittonen maken eens te meer duidelijk: de cello is een muzikaal multitool.

Cellobiënnale 2020

Klassiek

★★★★☆

Optredens van Alexander Warenberg, Anastasia Feruleva, Jan-Ype Nota, Pieter Wispelwey, Yassir Bousselam, Metrocelli e.a.

23 en 24/10, Muziekgebouw, Amsterdam.

Livestream op cellobiennale.nl en radio4.nl t/m 30/10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden