Op de bres voor de cultuur

Zijn vader, een Russische Jood, begon de beroemde Bibliothèque de la Pléiade, en met dezelfde strijdbaarheid, inventiviteit en scherpzinnigheid zette André Schiffrin de uitgeverij van zijn vader voort....

Tradities mogen de kracht van het Engelse geheugen bewijzen, het culturele geheugen van de Fransen is in elk geval veel sterker. Parijs demonstreert het, elke grote Parijse boekhandel niet minder. Het allermooist in de bijna altijd compleet aanwezige Bibliothèque de la Pléiade, die unieke in leer gebonden, op bijbelpapier gedrukte verzameling klassieken. Het was een Russische Jood, Jacques Schiffrin, die de reeks in de jaren dertig begon. Hij was een begenadigd uitgever, vriend van Gide , Roger Martin du Gard en de Saint-Exépury. En een van die geniale immigranten die een nieuwe cultuur geheel in zich opnemen.

Hij was geboren in Baku, de hoofdstad van Azerbeidzjan, waar zijn ook al ongewone vader rijk werd in de olie (hij werkte er samen met Alfred Nobel, de Schiffrins zijn grootmeesters in relatievorming). In 1918 werd de olie-industrie genationaliseerd, Jacques zocht zijn toevlucht in het hem vertrouwde West-Europa, waar hij altijd de juiste mensen trof, een genade die sommigen is gegeven. In Florence werd hij secretaris van de Engelse kunsthistoricus Bernard Berenson en leraar Russisch van Peggy Guggenheim. Hij vertrok naar Parijs, waar hij een succesvol uitgever werd. In 1934 werd daar zijn zoon André geboren (de naamgever was natuurlijk Gide).

In het rampjaar 1940 moest de familie vluchten. Langs veel omwegen kwam het gezin terecht in New York. Ook daar wordt de geniale wendbaarheid van Jacques zichtbaar: hij vindt zijn plaats in de uitgeverij, al liet hij de glorie natuurlijk achter in Parijs. En hoe sterk ook in het geheugen van de Fransen. André vestigde zich zo’n vijf jaar geleden met zijn vrouw in Parijs. Hij bleek nog altijd de zoon van Jacques, de onvergetelijke. Ik vind dat schitterend, maar vooral veelzeggend. De uitgever is klassiek geworden als zijn beroemdste uitgave.

Jacques had het in New York zwaar, naar gezondheid en financiën. Hij verzweeg en verborg. De zoon kwam de ellende te weten toen de brieven van Jacques aan Gide werden ontdekt. Die van Gide aan zijn vader waren al gepubliceerd.

André groeide op als een kleine Amerikaan. Hij voelde zich ook steeds meer Amerikaan – Frankrijk was een paradijs in de verte van zijn vroege jeugd. In 1947 – hij is dan dertien jaar – gaat André op een goedkope boot op zijn eentje naar Frankrijk. De ongewoonheid, de wereldwijsheid, de wendbaarheid, de zelfstandigheid vooral zijn van vader op zoon overgegaan. Hij verblijft een paar maanden alleen in Parijs, werkt systematisch alle districten af, bezoekt alle musea, vertrekt naar Nice, waar hij logeert bij Gide (met wie hij de première van een toneelstuk van hem bezoekt in Avignon), en gaat Martin du Gard begroeten.

Ik heb zelden een bewonderenswaardiger, maar ook ijselijker voorbeeld gezien van de puer senex. Als 6-jarige verliet hij Frankrijk, als 13-jarige beweegt hij zich als een volwassene in de Franse cultuur. Als hij 16 is, sterft zijn vader. De laatste foto laat een heel smalle man zien, met een typisch rokersgezicht en de langste en smalste handen – wat een gevoeligheid – die ik ooit zag. André moet zichzelf redden. De linkse politieke overtuiging die zijn leven zal beheersen, heeft zich intussen gevormd. Zijn Jood-zijn, het antisemitisme (toen nog sterk in Amerika), de vervolging van de joden hebben aan die vorming meegewerkt. Hij zal veel tijd van zijn leven discussiërend doorbrengen, de geest van Frankrijk, dat discussieland bij uitstek, heeft hij op zijn zesde meegenomen.

Zijn leven wordt een succesverhaal, dat hij zelf als een vanzelfsprekendheid vertelt in zijn autobiografische boek A Political Education. Hij gaat in Yale politieke wetenschappen studeren en studeert natuurlijk summa cum laude af. Zijn socialistische politieke overtuigingen worden steeds sterker. Vóór Yale, nog als scholier, vond hij in New York de kleine linkse boekhandels en uitgeverijen en woonde hij in oude, droevige gebouwen en zaaltjes lezingen bij (een van de ook Joodse immigrante Hannah Arendt, die een ‘Harvard-college’ geeft voor een paar mensen, onder wie André en zijn moeder; het meesterstukje erover is ook de beschrijving van een tijd).

Van Yale vertrekt hij met een beurs naar het Britse Cambridge, wat tot een uitstekend hoofdstuk leidt. Het is het verhaal van een geleidelijke ontdekking van de eigenheid en grootheid van de oude universiteit. ‘Cambridge geeft heel veel voor heel weinig’ is een mooie opmerking. Yale wordt voor hem provinciaal. Hij wordt lid van het beroemde (en door Bloomsbury geheiligde) dispuutgenootschap de ‘Apostles’ en wordt als eerste Amerikaan hoofdredacteur van het universiteitsblad Granta.

Zoals zijn vader, en wellicht ook zijn grootvader, past hij overal. Hij moge voortdurend zijn Amerikaan-zijn benadrukken, hij is in heel veel opzichten een Europeaan; in zijn literaire voorkeuren, zijn politieke denken, zijn groot gevoel voor tradities. Ik denk dat de twee jaar Cambridge hem het meest hebben gevormd en veel van zijn Amerikaanschap betrekkelijk hebben gemaakt. Hij had een grote rol in Labour kunnen spelen, het socialisme blijft in Amerika een kleine achtergrondbeweging.

Schiffrin geeft het verslag van zijn leven als achtergrond de politieke geschiedenis van Amerika in de jaren vijftig, zestig en zeventig mee. Het zijn even scherpzinnige als harde passages. Alleen al hierom is Schiffrin bijzonder: hij kiest altijd de juiste kant. Hij is ook consequent. Zijn vijanden – van Reagan en Bush tot Thatcher en Blair (de Blair van na Irak) – maken ook hun supporters tot zijn tegenstanders. Al zijn socialistische idealen lijken langzaam verbogen en vernietigd te worden. De toon van optimisme begint in zijn boek te wijken en keert pas terug in de epiloog, in zijn schitterende beschrijvingen van het hervonden Parijs, ik zou haast zeggen: hervonden Europa.

André werd als zijn vader uitgever (boekhandels, bibliotheken trokken hem altijd al aan, hij had dan ook een boekenopvoeding gehad). Hij werd redacteur bij Pantheon, een door zijn vader gestichte imprint van Random House. Al snel verwierf hij de vrijheid schrijvers voor het fonds te werven, in Amerika en Europa. Grote namen uit vooral de wereld van politiek en politieke commentatoren, maar ook een historicus als Foucault, begonnen hun werk bij Pantheon uit te geven.

Zijn levenslange strijdbaarheid kon hij ook als uitgever gestalte geven. Jarenlang. Een heel politiek tijdperk wordt in de beschrijving van de uitgeverij zichtbaar. Maar het kapitaal, en dat vooral in zijn gestalte van dienaar van de heersende macht, wordt steeds actiever. Hij ontdekt hoe hij met zijn linkse achterdocht en politieke scherpzinnigheid toch te veel op het kapitaal had vertrouwd. De grote fusies in de uitgeverswereld beginnen, en de idealen worden tegen geld geruild, kranten en uitgeverijen worden naar de geest vernietigd. Intellectuelen (haast een scheldwoord) als Schiffrin werden voor de leiding onbekwaam geacht. Handige analfabeten kregen de leiding.

In zijn The Business of Books (2000) heeft hij die hele ontwikkeling beschreven. Hij doet het hier beknopter (en misschien daardoor verontrustender) nog eens over. Hij neemt ontslag bij Pantheon en begint, met de oude idealen, The New Press, zijn eigen zelfstandige uitgeverij, die nu zo rond de tachtig titels per jaar uitgeeft. Voor wie? Voor de laatste echte intellectuelen, die groep waaruit van enkele grote vertegenwoordigers het leven in A Political Education wordt beschreven.

De zoon en de kleinzoon van een Russische oliemagnaat hebben voor velen, in Europa en Amerika, de cultuur bepaald en gevormd. De grote vreemdelingen, die altijd veelzijdig zijn want vele culturen in zich dragen, zijn vaak de grote gestaltegevers in hun nieuwe land. De Schiffrins zijn er een schitterend voorbeeld van. Ook om die voorbeeldigheid is dit autobiografische geschrift uiterst waardevol en stimulerend. Het minste dat men na lezing kan doen, is een Pléiade-deel kopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden