Op bezoek bij AMS-IX, een van de grootste internetknooppunten ter wereld

Twee stalen kooien in een verder lege betonnen hal - meer is niet te zien in het nieuwste datacentrum waarop de Amsterdam Internet Exchange is aangesloten. Maar deze doodgewone Hollandse vereniging onderhoudt wel een van de grootste internetknooppunten ter wereld.

Een van de datacentra waar AMS-IX aanwezig is op een foto uit 2008 Beeld Bart Mühl / de Volkskrant
Een van de datacentra waar AMS-IX aanwezig is op een foto uit 2008Beeld Bart Mühl / de Volkskrant

Dallas, Texas. De muziek staat hard. Een klein aantal nerds danst wat ongemakkelijk, de meeste mensen praten. Dit is een feestje georganiseerd door een sponsor van een van 's werelds belangrijkste congressen voor netwerk-engineers - je zou kunnen zeggen: mensen die het internet draaiende houden. De drank is gratis en vloeit rijkelijk, de belangen zijn groot. Want hier worden in de wandelgangen deals gesloten die directe invloed hebben op de werking van het internet.

De Amerikaanse journalist Andrew Blum is erbij en observeert. 'De joviale en stevige Nederlander Job Witteman had stilletjes vanaf de zijkant meegekeken. Hij zag er een beetje uit als de Godfather, achterover leunend in zijn stoel.' Witteman is zo iemand die zich nooit hoeft voor te stellen, iedereen in het wereldje kent hem. Maar hij is niet de enige Bekende Nerd op het feestje. Wittemans grote concurrent is er ook. Blum beschrijft hoe een lange man met een getrimde baard en stekelig haar een smartphone in het gezicht van Witteman steekt. 'Achthonderd', zegt Witteman hardop, terwijl hij met grote ogen naar een grafiekje op het scherm staart.

Waar Andrew Blum getuige van is, is een wedstrijdje verplassen tussen twee van de belangrijkste mensen van het internet. Op straat zouden ze niet herkend worden, maar Job Witteman en zijn Duitse collega Frank Orlowski zijn de bazen van de twee grootste internetknooppunten ter wereld - essentiële infrastructuur, waarin internetafslagen bij elkaar komen zodat het verkeer soepel over de digitale snelweg kan bewegen. Eén knooppunt is gevestigd in Amsterdam, het ander in Frankfurt. Duitsland plaste die dag het verst. 800 gigabit per seconde ging er op het hoogtepunt over het netwerk. Maar steeds vaker wint Nederland.

Knooppunten
In het begin van de jaren '90 waren er geen knooppunten in de infrastructuur van het internet. Als je als internetgebruiker in Zwolle een Nederlandse website opriep, kon het voorkomen dat de tekst en afbeeldingen van die site eerst via Parijs en Washington over het web reisden, voordat ze weer in Zwolle terechtkwamen. Dat maakte het web niet alleen traag, het was ook nog eens hartstikke duur. Het internet werkt namelijk als een serie tolwegen: internetbedrijven moeten betalen voor de hoeveelheid verkeer die over andermans netwerken verstuurd wordt. Een probleem dus. De oplossing lag in het aanleggen van knooppunten. Net als in het snelwegnetwerk komen bij zo'n knooppunt meerdere wegen bij elkaar, zodat je efficiënt van richting kunt wisselen. En daardoor kan iedereen kortere afstanden afleggen.

Foto's van Facebook, mailtjes van Gmail, filmpjes op YouTube, de kans is groot dat het over het internetknooppunt van Amsterdam is gegaan: de Amsterdam Internet Exchange, of AMS-IX. Te midden van het hypercommerciële internet is de AMS-IX een vreemde eend: het is een doodgewone Hollandse vereniging. De leden, zo'n vijfhonderd, zijn de internetbedrijven die zijn aangesloten op het knoopunt. En allemaal, groot of klein, hebben ze, net zo Hollands, even veel te zeggen. Door een bijzonder liberale houding en veel technisch vernuft onderhoudt de vereniging al sinds de jaren '90 een knooppunt dat Nederland tot een wereldmacht op internet maakt. Als een inwoner van Rome een website in Amerika opvraagt, loopt het verkeer waarschijnlijk via de AMS-IX. Nederland is met zijn havens al eeuwen de poort naar de wereld en vervult die functie nu ook voor digitale vracht.

Een van de datacentra van AMS-IX op een foto uit 2008. Beeld Bart Mühl / de Volkskrant
Een van de datacentra van AMS-IX op een foto uit 2008.Beeld Bart Mühl / de Volkskrant

Datacentra
De AMS-IX bestaat uit twaalf 'havens' die in een cirkel rond Amsterdam liggen. Hoewel er onwaarschijnlijk veel informatie doorheen gesluisd wordt, bestaat elke digitale haven uit niet meer dan een stalen kooi met een paar vierkante meter apparatuur erin. Die kooien vormen samen de AMS-IX en staan in elk van de twaalf goed beveiligde datacentra.

Het nieuwste datacentrum is vorige week geopend op het Science Park in Amsterdam. In een gebouw dat nog het meest weg heeft van een hypermoderne parkeergarage is het een paar dagen voor de opening een komen en gaan van bouwvakkers en netwerkengineers. In de lobby ruikt het naar vers beton en nieuwe meubels. In de ruimte erboven, een zaal ter grootte van een half voetbalveld, zoemt de airconditioning zachtjes en zijn achter in de, verder lege, hal twee kooien neergezet. In een daarvan installeren de technici van AMS-IX hun apparatuur, in de andere zijn medewerkers van Facebook kabels aan het trekken.

Dat er mensen in Facebook-T-shirts lopen, is niet vanzelfsprekend. Het bedrijf heeft zich in 2008 in Nederland gevestigd. Dat is voor een deel te danken aan het lobbywerk dat AMS-IX directeur Job Witteman heeft verricht. Hij heeft het Amerikaanse bedrijf zo ver gekregen door 'ze een keer mee uit eten te nemen', zegt hij. 'Ik laat ze dan zien hoe groot en belangrijk het internetknooppunt van Amsterdam is.'

Doordat Facebook op de AMS-IX is aangesloten, kunnen de leden van het knooppunt efficiënter verkeer uitwisselen met de socialenetwerkdienst. Maar dat is niet de enige reden waarom Witteman zo zijn best deed voor Facebook. Zulke bedrijven hebben namelijk een enorme aanzuigende werking op andere internetbedrijven. Bijvoorbeeld uit Afrika.

'Internet in Afrika groeit ongelofelijk snel. Providers kijken daar nu hoe ze een verbinding naar Europa gaan leggen.' Daarvoor hebben ze een paar keuzes, waaronder ook Londen en Frankfurt. 'Facebook is ontzettend in trek in Afrika. Omdat wij Facebook binnenhalen, volgen er automatisch tien bedrijven die anders misschien naar Frankfurt waren gegaan.' En dat is weer goed voor de groei van AMS-IX als geheel.

En groeien is belangrijk, want een internetknooppunt heeft alleen bestaansrecht als het blijft meegroeien met het internet. Dit jaar verwerkt de AMS-IX weer 40 procent meer verkeer dan vorig jaar. Maar de knooppunten van Londen en Frankfurt worden ook per dag groter en dus blijft Witteman congressen, dinertjes en feestjes aflopen om nieuwe leden te winnen. Je verwacht het misschien niet, maar hoe complex en technisch de infrastructuur van het internet dan ook moge zijn, de rol van informele contacten is enorm.

Zo kreeg Witteman ('na een flinke strijd') Netflix zover om servers in Amsterdam neer te zetten: een bedrijf dat films en tv-series via internet verhuurt en in de komende jaren zijn diensten in Europa gaat uitbreiden. Het is een grote vis. In de Verenigde Staten genereert het bedrijf 30 procent van het internetverkeer. Ook YouTube had Witteman al vroeg in het vizier. 'Toen YouTube net opkwam, zorgde ik er al voor dat ik de mensen erachter leerde kennen. Je raakt dan bevriend. Ze weten dat ik niet met ze ga concurreren, waardoor ze heel open over hun toekomstvisie zijn.' YouTube is uitgegroeid tot een van de belangrijkste dataverslinders van het internet. En ook dat verkeer loopt over de AMS-IX.

Politiek en internet
Job Witteman heeft nog één andere belangrijke taak. De politiek van zich afhouden. 'Internet en politiek gaan niet goed samen', zegt hij. 'Ik wil dat de politiek met zijn vingers van ons bedrijf afblijft. Wij bepalen zelf wel hoe we de boel regelen.'

De relatie tussen de politiek en de AMS-IX is gevoelig. Omdat de AMS-IX een grote speler is en maar blijft groeien, wordt de overheid steeds nieuwsgieriger naar het internetverkeer dat over de kabels van de AMS-IX gaat. Voor veiligheidsdiensten is die informatie - een behoorlijk deel van wat Nederlanders én buitenlanders op internet uitspoken - een goudmijn.

En daarmee staat de AMS-IX in het middenpunt van hét grote internetvraagstuk voor de komende jaren: hoe ver mag de overheid gaan bij het controleren van internet? Steeds vaker klopt de overheid aan bij AMS-IX voor inzage in het verkeer. Niet met formele verzoeken tot inzage, maar wel om te polsen. 'Wij zeggen: dat gaat jullie niets aan. Maar dan zeggen zij: ja, maar via jullie netwerk wordt er informatie verstuurd over hoe je bommen in elkaar moet zetten. Dat is niet goed hè? Dat kunnen we bij jou eruit vissen.' Theoretisch klopt dat, maar technisch is het nog erg moeilijk. Toch past het in de trend van overheden wereldwijd die de laatste jaren bezig zijn om internet steeds diepgaander te controleren en de afluistercapaciteit flink uit te breiden. Ook in Nederland wordt onderzocht of de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten uitgebreid moet worden zodat ook via internetknooppunten als de AMS-IX afgetapt kan worden.

'70 procent van de leden van onze vereniging komt uit het buitenland', zegt Witteman. 'Die zitten niet te wachten op overheidsinmening. De AMS-IX is nu het Zwitserland van het internet. We hebben geen commerciële belangen en willen ons niet met de inhoud van het internetverkeer bemoeien. Die neutrale positie oefent grote aantrekkingskracht uit op internetbedrijven. Dat moet je niet kapotmaken. Dan jaag je iedereen weg.' Het is de vraag hoe lang die positie houdbaar is.

Strijd
Ondertussen strijdt Nederland met de andere knooppunten om de wereldwijde nummer één-positie. De Amsterdam Internet Exchange is recentelijk een knooppunt begonnen in Hongkong. Ook daar heet het de 'Amsterdam Internet Exchange'. Kenia en het Caribisch gebied komen eraan. 'En we willen ook Amerika gaan doen. En misschien op meer plekken waar het internet booming is, zodat er één grote, wereldwijde superexchange ontstaat die de Amsterdam Internet Exchange heet.' Daarvoor moet Witteman nog veel ambtenaren afweren, een hoop congressen afwerken en etentjes plannen met beginnende internetbedrijven. Want de concurrentiestrijd met Frankfurt is nog maar net begonnen. We zullen zien wie de grootste VOC-mentaliteit heeft.

Alexander Klöpping (Oss, 1987) is internetcommentator.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden