Muziek György Kurtág

Op 93-jarige leeftijd schreef György Kurtág zijn langverwachte eerste opera: vijf redenen waarom dit de première van het jaar is

De Hongaarse componist György Kurtág schreef op 93-jarige leeftijd zijn langverwachte eerste opera, Fin de Partie. V was bij de eerste uitvoering in Milaan en geeft vijf redenen waarom dit de operapremière van het jaar is.

György Kurtág in Budapest. Beeld Hollandse Hoogte / Lebrecht Music + Arts

Wie een toneelkijker heeft meegenomen naar de première van Fin de Partie, afgelopen november in La Scala, Milaan, kan vanuit de anonimiteit van haar donkere loggia de beroemdheden tellen. Zien en gezien worden, daarvoor lijkt dit beroemde operahuis gemaakt. Viktor Orbán, de premier van Hongarije, zit in de zaal. Dirigent Riccardo Chailly, voormalig chef van het Koninklijk Concertgebouworkest, is ook gespot. Net als een rijtje toppianisten als András Schiff, Mitsuko Uchida en Maurizio Pollini. Ook present: de erven van schrijver Samuel Beckett; de internationale muziekpers. Alleen de componist van de opera van vanavond, György Kurtág, ontbreekt; met zijn 93 jaar is hij te oud om nog te reizen.

Na afloop lijkt de hele muziekwereld het erover eens dat Fin de Partie, die na Milaan vanaf woensdag in Amsterdam te zien is op het Opera Forward Festival, dé operapremière van het jaar is, zelfs een historische gebeurtenis. Vijf redenen waarom dat zo is.

1. De lengte is ongewoon voor Kurtág

Als je de muziek van de Hongaar György Kurtág, die door velen als de grootste nog levende componist wordt gezien, in één woord zou moeten omschrijven, dan zeg je: ultrakort. Kurtág is de man van de miniaturen. Zo veel mogelijk proberen te zeggen met zo min mogelijk noten, dat is zijn devies. Tot de kern wil hij komen. Het langste werk voor orkest dat hij ooit heeft geschreven duurt een kwartier. Hij heeft wel eens overwogen om een orkeststuk te schrijven dat bestaat uit slechts één akkoord. Een ander nooit uitgewerkt idee: negen symfonieën die elk een paar seconden duren.

Dat Kurtág nu op 93-jarige leeftijd voor het eerst een opera heeft geschreven, met een lengte van maar liefst twee uur, mag dan ook gerust een wonder worden genoemd. Voor het libretto koos hij de tekst van Fin de Partie (Eindspel), het beklemmende toneelstuk uit 1957 van zijn literaire held Samuel Beckett, over vier personages die niets anders kunnen dan op het einde wachten. Pierre Audi tekende voor de regie.

2. Er is dertig jaar op deze opera gewacht

Al in de jaren tachtig kreeg Kurtág de opdracht voor een opera door De Nationale Opera (destijds Nederlandse Opera genaamd). Een paar weken voordat Pierre Audi daar in 1988 tot artistiek leider werd benoemd, gaf Kurtág de opdracht en zijn honorarium weer terug. De componist had toch geen opera in zich, liet hij weten. Audi bleef het balletje regelmatig opgooien toen Kurtág in de jaren negentig naar Nederland verhuisde, zo van: wil je er niet nog eens over nadenken? Zonder succes. Het was uiteindelijk Alexander Pereira, tegenwoordig de intendant van La Scala, die het onmogelijke voor elkaar kreeg, al zou het nog jaren duren voor er een compositie lag. De productie was al eens aangekondigd in de programmaboekjes in Zürich en later in Salzburg. Op de borrel na afloop van de première in La Scala loopt de deftige Pereira, 71 jaar, dan ook over van enthousiasme. Hij geeft een speech, waarna hij rond zijn as draaiend, een arm in de lucht gestrekt, de namen van de artiesten scandeert: ‘Geef een applaus voor György KURTAAAAAAG!’

3. Het is een wonder dat het (min of meer) af is

Een andere complicerende factor is dat de meester van de uitgeklede partituren extreem perfectionistisch is. Markus Stenz, de dirigent van Fin de Partie, zegt dat een deel van de fascinatie van de muziekwereld voor het werk dan ook te verklaren is uit het feit dat de hoogbejaarde componist het werk überhaupt heeft afgemaakt. Kurtág bleef maar schaven. ‘Frode Olsen, die de rol van Hamm vertolkt, heeft complete scènes opnieuw moeten instuderen’, vertelt Stenz. ‘Omdat Kurtág het toch weer anders wilde.’ Het zou goed kunnen dat er in de toekomst nog vele versies zullen volgen. Mocht de componist nog tijd gegund zijn, tenminste.

4. Beckett wilde geen opera, Kurtág deed het toch

De Iers-Franse schrijver Samuel Beckett (1906-1986) was stellig: hij wilde geen muziektheatrale adaptaties van zijn werk. Punt. ‘Zijn teksten zijn al zo muzikaal, zegt Pierre Audi. ‘Dus als iemand daar nog eens muziek overheen schrijft, dan gaat dat niet, dat is dubbel. Hij heeft één keer een operalibretto geschreven, Neither, voor componist Morton Feldman. Ik heb deze geregisseerd in mijn eerste seizoen in Amsterdam. Maar verder was hij ertegen.’

Kurtág, een groot bewonderaar van Beckett, doet het toch en met het grootste respect. Van Becketts tekst heeft hij 56 procent behouden, en aan die woorden heeft hij niets veranderd. Audi: ‘Het is de eerste keer in de geschiedenis van de opera dat een libretto de tekst van het origineel letterlijk gebruikt. Bij andere operaversies van toneelstukken is er altijd een nieuwe tekst geschreven, een vrije interpretatie.’ Want een tekst die gezongen wordt vraagt om een ander soort muzikaliteit dan gesproken tekst.

Toch is Kurtágs Fin de Partie een nieuw kunstwerk en geen simpele score bij een bestaande tekst. En als om te benadrukken dat de makers volledig vrij zijn, negeert Audi de regieaanwijzingen van Beckett, of soms doet hij precies het tegenovergestelde.

Het toneelstuk van Beckett draait om Hamm, een blinde oude man, en zijn bediende Clov. Hamm kan niet staan en zit in een rolstoel; Clov kan niet zitten. Hamm’s ouders Nell en Nagg hebben geen benen meer en leven allebei in een prullenbak. Naast elkaar. Zo kunnen ze niet bij elkaar komen, maar ook niet van elkaar weg. Allen wachten in deze wrede wereld zonder betekenis op het einde.

Beckett gaf aan dat het toneel twee ramen moet hebben, waardoor Clov, staand op een ladder, naar buiten kijkt. In Audi’s regie staat er een huisje op het podium met donkere ramen, waardoor Clov juist naar bínnen kijkt. Om het huisje is een soort schil gebouwd van een volgend huis, en nog een. ‘De personages kijken bij deze opera niet naar buiten maar naar binnen, naar hun ziel’, zegt Audi. 

Beeld DNO 2019

5. Kurtág maakt het werk van Beckett opeens emotioneel

In de toneeltekst zegt Hamm tegen Clov: ‘We beginnen toch niet iets te… te… te betekenen hè?’ Clov: ‘Iets betekenen! Jij en ik, iets betekenen! (korte lach) Ah, dat is een goeie.’ Eindspel is ook wel beschreven als een tekst zonder betekenis.

Maar voor de operaversie heeft Kurtág elk woord en zelfs elke pauze moeten interpreteren. Volgens de regieaanwijzingen van Beckett wordt de tekst gelijkmatig en zonder expressie door de personages uitgesproken. In een opera kan dat niet. Muziek en zang geven de woorden onherroepelijk een waarde, een intensiteit. Audi: ‘De Franse tekst is vaak ironisch, maar ironie in muziek bestaat niet.’ Het resultaat is dan ook verrassend emotioneel en menselijk, haast het tegenovergestelde van de toneelversie.

‘Alleen al in de keuze voor de stemtypes heeft Kurtág een keuze voor een bepaalde sfeer moeten maken’, zegt dirigent Markus Stenz. ‘Is Nell bijvoorbeeld een sopraan of heeft ze een diepere stem? Hij koos voor een diepere stem. En hoe snel of langzaam zingen de personages de tekst, hoe hard of zacht, hoe intens? Dat heeft Kurtág allemaal moeten interpreteren. Hij heeft naar de kern gezocht, naar de diepste menselijkheid van de personages. Voor ons als uitvoerders is het een verbluffende reis. Hoe verder in het repetitieproces we komen, hoe meer lagen we aanboren. De muziek brengt de tekst zeer dicht bij de luisteraar.’ In Becketts tekst staan veel pauzes. De personages zijn vaak lang stil. Kurtág componeerde ook muziek onder de pauzes. Stenz: ‘De sfeer tússen de woorden, dat is voor hem ook van het grootste belang.’ 

Bij de première in Milaan heeft al die anticipatie ook een keerzijde. Het vaste abonnementspubliek, gewend aan een conservatieve programmering, weet niet goed wat het met de muziek aan moet, en loopt tijdens de changementen massaal weg. Het Opera Forward Festival in Amsterdam is echter een festival voor avontuurlijke muziek, dus hier zal het publiek meer open staan voor iets nieuws, verwachten Stenz en Audi. Maar, eerlijk is eerlijk, de muziek is niet gemakkelijk. Stenz heeft nog wel advies voor het publiek: ‘Dit is geen intellectuele muziek, het werkt op talloze onbewuste niveaus. Luister meer met je hart dan met je hoofd. Met een open geest bereik je de verfijnde, diepe lagen van emotionaliteit.’

Fin de Partie, 6 t/m 10/3, Opera Forward Festival, Nationale Opera Amsterdam. 

Imaginaire muziek

In een videofragment, dat in een tentoonstelling over Kurtág’s werk in La Scala te zien is, legt de componist uit hoe hij denkt over klank. Hij slaat een toon aan op de piano en zegt: nu hoor je een toon. Dan laat hij de toets los en de klank dooft uit, maar: ‘Nu hoor ik hem nog wel in mijn hoofd.’ Even later zegt hij: ‘Nu is hij weg.’ De noten die je niet fysiek hoort, maar die je je wel inbeeldt, ook daarmee componeert Kurtág.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.