Oostpool maakt Godot fris en toegankelijk

Erik Whien weet met het theaterstuk 'Wachten op Godot' een frisse vertolking te maken van Becketts klassieker.

Gaat het over de zinloosheid van het bestaan, over de relativiteit van de tijd of toch over de liefde? Op de vraag naar de betekenis van Samuel Becketts Wachten op Godot zijn honderden antwoorden mogelijk en ondertussen ook allemaal gegeven. Dit raadselachtige, verbazingwekkend universele toneelstuk blijft opgevoerd worden.

Nu is het Toneelgroep Oostpool die het aan zijn repertoire toevoegt, gespeeld door een groep jongere acteurs dan gewoonlijk in Godot te zien is. Deze aanpassing geeft het oude stuk een onverwachte levendigheid.

Regisseur Erik Whien doorbreekt daarmee een traditie die in Nederland is ontstaan om met spelers van buiten het reguliere toneel Godot te spelen. In een enscenering bij het Nationale Toneel, vijf jaar geleden, werden de rollen van Estragon en Vladimir gespeeld door Karel de Rooij en Peter de Jong (ex-Mini en Maxi). Koos Terpstra regisseerde daarvoor een versie met cabaretiers Viggo Waas en Peter Heerschop.

Whien laat de hoofdrollen spelen door Sanne den Hartogh en Stefan Rokebrand. Ali Ben Horsting en Lard Adrian zijn Pozzo en Lucky. Allemaal prima acteurs, met een feilloos gevoel voor timing. En dat is geen overbodige luxe in Wachten op Godot, een lange, absurdistische tekst die opgevoerd dient te worden op een nagenoeg leeg podium.

Voor zijn dood heeft Beckett laten vastleggen dat zijn bekendste stuk altijd precies zo gespeeld zou worden als hij het in 1948 opschreef. Het gevolg is dat elke opvoering hetzelfde is. Alleen in de casting hebben regisseurs vrijheid. Ook Whien houdt zich verder netjes aan de spelregels.

Estragon en Vladimir gaan gekleed in een aftands pak en dragen een bolhoed. Ze kijken lijdzaam toe als aan het begin het grote rode doek opengaat. Vladimir is de denker van de twee. Estragon de impulsieve en emotionele. Ze staan naast een dorre, scheefgegroeide boom op een vlakte van grijs gravel.

Ze wachten op ene Godot, van wie niet meer bekend is dan dat hij een witte baard heeft. Is dit God, of Sinterklaas? Het blijft onduidelijk, want hij komt niet. Ze doden de tijd met absurde gesprekken, rare spelletjes en worden geconfronteerd met de nog vreemdere Pozzo en zijn slaaf Lucky.

Een mogelijk gevolg van Becketts strenge regels is dat er een museumstuk ontstaat, dat gebonden is aan een tijd (vlak na de oorlog), plaats (Frankrijk) en denkbeeld (existentialisme). Maar Whiens enscenering voelt fris en toegankelijk aan. De guitige blikken van Den Hartogh naar het publiek als hij weer eens de clown uithangt, geven hem iets aandoenlijks. Ook Horsting speelt zijn rol met een subtiele knipoog, zonder in hooghartige parodie te vervallen.

Dat knappe evenwicht tussen een tekst die heilig is en licht afstandelijk spel houdt Whien de hele 2,5 uur vol. Zo blaast hij Godot een eeuwwisseling verder zomaar nieuw leven in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden