Column Merlijn Kerkhof

Oordelen wij, recensenten van de Volkskrant, te hard?

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Zijn wij te kritisch? Te streng? Zuur zelfs misschien? Het is onze taak om kritisch te zijn, maar dat we te kritisch zouden kunnen zijn: dat was nog nooit bij me opgekomen. Tot deze week. Ineens hadden mijn collega-klassiekemuziekrecensenten en ik een (on)aardige reeks aan tweesterrenrecensies en stukjes waar er wel drie bij stonden, maar toch wat teleurstelling uit sprak. En dat terwijl collega’s van andere kranten in bijna alle gevallen heel enthousiast waren.

Het begon met die Achtste symfonie van Mahler, twee weken geleden bij het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht. Een prachtproject, met crowdfunding tot stand gekomen. Een Sinfonie der Tausend waarbij podium en de plaatsen daarachter echt helemaal waren gevuld met musici en zangers – er was niet bezuinigd, of dat was aan de bezetting in ieder geval niet te zien.

De critici van Trouw en NRC waren duidelijk: vijf sterren. Had ik (drie) het verkeerd gehoord? Was de uitvoering inderdaad ‘fijngetekend en wendbaar’ (NRC) terwijl ik zat te mekkeren op het uitblijven van een hoorbaar vraag-antwoordspel? Voor de zekerheid toch maar even de uitvoering teruggeluisterd. Dat was geen straf. Maar ik had ook niet het idee dat ik er helemaal naast had gezeten.

Ook de opera van John Adams op tekst van Peter Sellars, The Girls of the Golden West, maakte de verwachtingen niet waar – in de Volkskrant althans. Twee sterren, de helft van het aantal van Trouw. Nou was Frits van der Waa erheen, onze positiefst ingestelde criticus (en dat niet alleen: ik ken niemand die zich zo goed in tekst kan uitdrukken als hij), die Adams bovendien al zijn hele carrière lang voor de krant volgt. Dus als hij twee sterren uitdeelt, moet het wel héél bont zijn, en geloof je meteen dat er iets fundamenteels aan de opera ontbreekt: ‘Een intrige bijvoorbeeld. Of personages met zoiets als een psychologische ontwikkeling.’

Wie en wat hebben we verder zoal de grond in geboord? De Wiener Philharmoniker (geen brille bij Haydn), De Lawei in Drachten (collega Biëlla Luttmer vergeleek de akoestiek met een uitpuilende kledingkast), dirigent Elim Chan (geen visie op de Vierde symfonie van Brahms) en enkele solisten van The Bach Choir & Orchestra (uit de B- en C-klasse).

Dat zijn harde uitspraken, zeker als je ze uit hun context haalt, want in alle gevallen stonden er positieve opmerkingen tegenover. Maar het muziekleven is er niet bij gebaat als we doen alsof álles goed is. En de consument ook niet. Wie alleen maar complimenten uitdeelt, neemt de kunst en haar makers niet serieus. En wie wordt bekritiseerd, mag zich op zijn minst erkend voelen: hij of zij is de moeite waard gebleken om over te berichten.

Dat neemt niet weg dat we nooit uit het oog moeten verliezen dat we over mensen schrijven. Die muziek maken. Veel persoonlijker krijg je het niet.

En de lezer moet niet vergeten dat ook onze stukjes door mensen zijn gemaakt. Mensen met zeer persoonlijke opvattingen en smaken, opgedaan na jaren muziek luisteren en spelen. En ja, mensen die er ook weleens helemaal naast kunnen zitten.

Maar dat gebeurt natuurlijk echt zélden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.