Aard van het beestje

Ook voor tuinliefhebbers hebben de mol en zijn hopen soms voordelen

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Aan molshopen geen gebrek, je zou haast denken dat Park Sonsbeek in Arnhem is vergeven van de mollen. Maar schijn bedriegt, weet Elze Polman, bioloog en medewerker van de Zoogdiervereniging. ‘Dit is het territorium van één mol’, wijst Polman op een grasveld met meerdere oude, afgevlakte molshopen, en verse molshopen die een kleine piramide vormen. Mollen leven solitair, en iedere mol heeft een eigen territorium, hij graaft voor zichzelf een gangenstelsel, tot 60 meter lang. Aan het einde van veel gangen ontstaat dan een molshoop.

Een mol daadwerkelijk zien is moeilijk. Tamelijk uniek dat ik afgelopen voorjaar een exemplaar aantrof boven op een hoop tuinafval in een volkstuinpark. Ook Polman, organisator van en actief deelnemer aan de jaarlijkse landelijke mollentelling, ziet zelden mollen. ‘Ik heb hier wel verse molshopen zien ontstaan, dat vind ik al prachtig. Maar de mol zelf blijft doorgaans ondergronds.’

De mol is dan ook gemaakt voor een ondergronds bestaan. Hij is klein, maximaal 16 centimeter lang, maar heeft enorm veel kracht in de poten, de graafhanden. Daarmee kan hij 12 meter graven binnen een uur. Mollen kunnen zowel voor- als achteruit. De nek is niet te zien, doordat ze zo gespierd zijn, als bodybuilders. De mol komt verspreid over heel Nederland voor, maar heeft een voorkeur voor grond die niet te hard is, niet te zanderig, niet te zuur. Grond met veel voedsel, met regenwormen vooral.

Die gangen, mollenritten, zijn dus hun leefgebied. Polman: ‘Allerlei dieren vallen in die gangen, en de mollen lopen er lekker doorheen en eten alles op wat ze tegenkomen.’ Kieskeurig zijn ze niet, ze eten zowat alle ongewervelde dieren die ze op hun pad treffen. ‘Zijn snuit is een soort slurfje, daar zitten voelsprietjes op. Hij heeft ook een gevoelig neusje, hij doet heel veel op geur.’ Blind is de mol niet, maar wel slechtziend, de oogjes zijn minuscuul.

‘Kijk, hier kon hij niet verder’, wijst Polman op een paar hopen tegen een grindpad aan, verderop in het park, met andere mollenterritoria. Er bestaat ook nog een ander type gang, zo blijkt. Polman: ‘In het vroege voorjaar gaan de mannetjes op zoek naar een vrouwtje. Dan graven ze zo snel mogelijk, minder diep, zowat aan de oppervlakte. Dan zie je heel veel oppervlakkige mollenritten. Veel mensen denken dan: mijn tuin zit vol mollen.’

Na de paring gaat het mannetje zijns weegs. Tegen het einde van de zomer graven de jonge, in het voorjaar geboren mollen een gang loodrecht omhoog. Dat zorgt voor een tweede molshopenpiek in het jaar. De jonge mollen gaan op zoek naar een eigen territorium en wagen zich daartoe bovengronds. Daar zijn ze een makkelijke prooi voor zowel (roof)vogels als andere roofdieren. De meeste mollen overleven hun eerste levensjaar niet.

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Het imago van de mol mag wel beter, vindt Elze Polman. ‘Als je een tuin vol mooie planten en bloemen wilt, dan kun je de mol beter met rust laten. De grond die ze omhoog brengen is enorm vruchtbaar, ze houden de bodem luchtig en ze eten larven van insecten die je planten opeten.’

Bestrijden werkt bovendien vaak averechts. ‘Een verlaten territorium wordt direct ingenomen door een nieuwe mol. En als je een molshoop intrapt, stort de gang in. Dan gaat de mol juist nog meer graven. Ik adviseer dus altijd: heb geduld, het wordt vanzelf weer rustiger. En gebruik de toplaag van die molshopen om je plantjes mee te bemesten.’

Voor liefhebbers van een strak gazon wellicht een onbevredigend advies, maar het het is toch maar mooi gezegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden