PoëzieGoed & Slecht

Ook voor dichters is de dood precair terrein

De dood is precair terrein, ook voor dichters, merkt Arjan Peters als hij Josse Kok en Cornelia Brinkman leest.  

Beeld Getty, bewerking Studio V

De meeste mensen komen alleen in aanraking met poëzie als iemand het loodje heeft gelegd. Dichters kunnen het zo mooi zeggen, nietwaar. Toch slaan ook beroepstreurwilgen de plank vaak mis. ‘De tuimelaar’ van Josse Kok is wrang-komisch bedoeld, maar in dat genre luistert het heel nauw (Het Liegend Konijn 1; Polis; € 20). Het moet gevoelig blijven en mag niet te lollig worden. Maar daar tuimelt Kok al:

Het bevalt je hier niet meer.
Je kiest een flatgebouw met stijl
en speelt voor Batman op het dak
maar jouw symbool is onbekend.
Je schopt een kiezel naar beneden.
zal een mens je tegenhouden?

(…)

Groet de grote witte vogels
zwaai naar mensen in kantoren
streel de kruinen van de eiken
zoek een luifel voor de salto
die je hebt ingestudeerd.

Wie je ook te binnen schiet
niemand die je landen ziet.
Je blijft dat ene shotje.
Je valt altijd verkeerd.

Dit is geen Piet Paaltjens (‘En intusschen/ Hing maar steeds aan zijn tak,/ Op zijn doode gemak,/ Die mijnheer, tot verbazing der musschen’) en geen Guus Vleugel (‘En in de lente had hij enkel het verlangen/ Om zich aan een der groene takken op te hangen’). Dit is Josse Kok, en ‘De tuimelaar’ is een mislukt gedicht, de eindgrap is flauw, de tragiek ontbreekt geheel.

Een ander afscheid zag ik bij Cornelia Brinkman (1916-1988), die in 1949 het gedicht ‘In memoriam F.L.B.’ bijdroeg aan tijdschrift De Nieuwe Stem. Pas onlangs ontdekte ik de website over deze auteur, van wie bij leven nooit een bundel is verschenen.

Haar leeuw’rik in den morgenstond
– o kleine daimon van het licht –
die haar met duizend zangen bond,
hij heeft zijn werk verricht.

Hoe blind’lings bleef zij hem verstaan,
tot waar de meeuwen van den dood
haar lokten met dien zoeten waan:
de zee haar moeders schoot.

Hoe snel beschreef haar zon een baan,
die leeuwerik tot meeuw doorliep:
zij moest de merel overslaan
die in den middag riep.

Zonder de dode gekend te hebben, weten we wat Brinkman bedoelt: sommige levens zijn zo kort dat het einde direct op het begin volgt, zonder dat er iets tussenin heeft gezeten. Door toedoen van Cornelia (Cok) Brinkmans sierlijke, statige en zuivere regels, kunnen we 71 jaar later toch nog bij F.L.B. stilstaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden