Analyse

Ook Van Gogh heeft nu museumfilm

Het ene na het andere museum laat een gelikte bioscoopfilm maken over zijn collectie. Nu ook het Van Gogh Museum. Waarom zou je daarna nog naar het museum gaan?

Jamie de Courcey als Van gogh in A New Way of SeeingBeeld Seventh Art Productions & Annelies van der Vegt

Welke musea hebben het al niet gedaan? De Hermitage in St. Petersburg. Het Rijksmuseum in Amsterdam. De National Gallery in Londen. Het Mauritshuis in Den Haag. Het Vaticaan Museum in Rome. Het zijn zowaar niet de minste onder de musea. De afgelopen tijd hebben ze allemaal hun eigen film gemaakt of gekregen. Op bioscoopformaat. Te zien in de Amsterdamse zalen van Pathé en Eye. Eind deze week is het de beurt aan het Van Gogh Museum.

Museumfilms voor bioscooppubliek - het is een relatief nieuw genre. Feitelijk gaat het om een breed uitgemeten visuele rondleiding, door het gebouw, de zalen, langs schilderijen en beelden. Toegelicht door directeuren, conservatoren en andere experts. En met soms een kijkje achter de schermen, zoals in het restauratieatelier of bij een directievergadering. Wat willen deze musea, dat ze meewerken aan zulke groots opgezette producties? Meer informatie geven? Een groter publiek bereiken? Op het gevaar af dat wie de film heeft gezien, niet meer naar het museum afreist. Of toch niet?

Hoe dan ook: directe aanleiding voor A New Way of Seeing, zoals de film over het Van Gogh Museum heet, is de nieuwe collectieopstelling. Of misschien beter: de nieuwe Van Gogh zelf. Want zo wordt het gebracht: Van Gogh is niet langer meer de Nederlandse schilder die alleen zijn oorlel afsneed. De geniale gek. Een loner met vreemde trekjes. Welneen, díé Van Gogh heeft zijn beste tijd gehad. Is sleets geraakt. Te bekend ook. Nederlandse bezoekers gingen er niet meer voor in de rij staan.

Beeld Seventh Art Productions & Annelies van der Vegt

Vuile was

Het was tijd voor een andere Van Gogh. Eén die zich wat bescheidener zou opstellen. Die schatplichtig was aan andere kunstenaars. Die een product was van zijn tijd. Gedreven en geobsedeerd, dat nog wel, maar geen getormenteerd natuurtalent. Eerder iemand die met een protestantse inborst stug aan het werk ging. Zichzelf technieken aanleerde en goed keek naar zijn collega-kunstenaars, zoals Van Rappard en Millet.

Doel van de wat brave, gemusealiseerde biopic ('Discover the man behind the masterpieces') is duidelijk: het moet de veranderende aandacht op de schilder terugleiden naar het nieuw ingerichte museum; de bezoekers naar het echte werk trekken.

Het is een interessante ontwikkeling. Al eerder maakte Oeke Hoogendijk haar documentaire Het Nieuwe Rijksmuseum. Wat in 2003 was begonnen als een moeizaam bouwproject (met de vermaledijde fietstunnel, te hoge aanbesteding, verkeerd ophangsysteem voor schilderijen, et cetera), eindigde als een feelgoodmovie met een grandioze opening, fanfare en oranje vuurwerk.

Het moet andere musea aan het denken hebben gezet. Niet de vuile was buiten laten hangen door onafhankelijke regisseurs, maar mooie opnames, goed uitgelichte kunstwerken, experts en museumstaf die hun zegje mogen doen - waarom niet?

Verkapte reclamespots

Opvallend is de ontwikkeling wel. Natuurlijk gaat het hier om verkapte of minder verkapte reclamespots van meer dan anderhalf uur. Of langer, zoals bij de National Gallery: een maar liefst drie uur durende slow montage van gefilmde meesterwerken, werkbesprekingen, rondleidingen en gepolijste vloeren.

Als journalistieke exercitie is de museumfilm niet altijd even inhoudelijk. Veel word je niet wijzer over wat voor bedrijf zo'n museum is, hoe ze bepaalde aankopen doen, wat ze wel en niet laten zien, wat het budget is. Het gaat eerder om imago en branding. Om de kijker in een mood te brengen, met woorden en beelden die de onbetwiste kwaliteit van de verzameling benadrukken.

Hoe Catharina de Grote de Hermitage opzette en hoe het museum onder Stalin een deplorabel bestaan leidde. De 'universal appeal' van het Meisje met de parel. De duizelingwekkende Ultra HD 4K/3D filmbeelden van de Sixtijnse Kapel, als een orgie van katholicisme.

Inflatie van kunstwaarde

Maar er is iets vreemds aan de hand met dit soort museumcinematografie. De Duitse filosoof Walter Benjamin voorspelde in 1936 dat kunstwerken, door de opkomst van reproduceerbare mediabeelden, hun aura zouden verliezen. En daardoor hun waarde en individuele aantrekkelijkheid. Je kon ze immers overal zien, op een prentbriefkaart, als affiche, in de krant, de bioscoop.

Die inflatie van kunstwaarde zou zich nu ook met deze museumfilms kunnen voordoen. Waarom zou je nog naar een museum afreizen, als je deze museale roadmovies hebt gezien? Ze geven een alomvattend, indringend beeld van wat er te zien is, dicht op de huid van het schilderij, terwijl je virtueel door de zalen dwaalt en luistert naar een gids bij een klassieke sculptuur (dat natuurlijk perfect clair-obscur is uitgelicht).

Walter Benjamin voorspelde de vernietiging van de aura van het kunstwerk.Beeld .

Google Art

De film als een substituut van het museum, het is een mooie gedachte, die evenwel wordt gelogenstraft. Dankzij dit soort filmproducties wordt de honger naar the real thing, het echte meesterwerk, alleen maar aangewakkerd. Musea begrijpen goed dat de reproduceerbare media juist bijdragen het originele kunstwerk te laten groeien in zijn aantrekkelijkheid. De magie van de kunst lijdt niet onder deze zalvende filmbeelden, maar wordt er door benadrukt en bekrachtigd.

Walter Benjamins waarschuwing ten spijt is de hang naar het originele meesterwerk, met zijn aura, nog nooit zo in trek geweest - juist dankzij de media. Denk aan de speelfilm Girl with a Pearl Earring. Denk aan de schilderijen op Google Art, waarop je elk haarscheurtje kunt zien. Denk aan museumsites à la de 'Rijksstudio' van het Rijksmuseum, waar je ieder schilderij kunt downloaden om het af te drukken op je dekbed. Denk aan de rondrijdende museumrobots, in het De Young Museum in San Francisco, die zaalopnamen de wijde wereld in lanceren.

En denk dus nu aan deze museumfilms. Met hun haast epische verteltrant (alles is het 'grootste', 'mooiste' en 'omvangrijkste'). Het spectaculaire camerawerk (zwevend over het dak van het Rijksmuseum). Aanzwellende vioolklanken als bij The Da Vinci Code (Mauritshuis). Met nagespeelde scènes uit het leven (Van Gogh Museum). Een rondhuppelend kind dat de museumdirecteur personifieert (Hermitage).

Drama, verhalen, identificatie - de media hebben het aura en de uniciteit van kunst niet ondermijnd, het bioscoopbezoek is geen concurrentie van het museumbezoek; ze zijn een aanvulling. Toch knap.

A New Way of Seeing. Regie David Bickerstaff. 26 en 30/4, in 9 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden