Ook Struycken's werk is niet onaantastbaar

Kunstenaar Peter Struycken heeft een discussie losgemaakt over de bescherming van monumentale kunst. Volgens Desmond Spruijt zijn beelden die deel uitmaken van de openbare ruimte niet per definitie onaantastbaar....

DE TOORN van beeldend kunstenaar Peter Struycken is neergedaald op het hoofd van het Nederlands Architectuurinstuut (NAi) in Rotterdam. Naar de mening van Struycken mag het instituut zijn kunstwerk in de arcade aan het gebouw niet gebruiken als tijdelijke tentoonstellingsruimte voor werk van andere beeldend kunstenaars.

Het conflict is een voorbeeld van de moeilijke verhouding waarin monumentale kunst en de omringende wereld soms kunnen komen te verkeren. Kunstwerken hebben in de openbare ruimte een bijzondere positie. Bij het beheer spelen niet alleen de eigenaar, de gebruiker en de beheerder een rol. Op de achtergrond staat altijd de kunstenaar, die een blijvende zeggenschap over het beeld heeft.

De kunstenaar vindt deze positie vastgelegd in het auteursrecht, dat hem bescherming biedt tegen belangen die krachtiger zijn dan hijzelf. In geschillen tussen een kunstenaar en de eigenaar van een werk gaat het daarbij meestal om de persoonlijkheidsrechten, die de eigenaar verbieden het werk te wijzigen.

De persoonlijkheidsrechten bepalen ook dat de kunstenaar zich kan verzetten tegen iedere 'misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou toebrengen aan de eer of naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid'.

De beschermende werking van dit recht is duidelijk. Maar op het terrein van de monumentale kunst heeft het persoonlijkheidsrecht toch ook een beperkende uitwerking. Dit is zeker het geval vanaf het moment waarop kunstenaars hun werk duidelijk in relatie zijn gaan zien met de omgeving. Wijzigingen in de omgeving werden wijzigingen in het kunstwerk.

Maar veel meer dan een schilderij heeft monumentale kunst te maken met steeds veranderende omstandigheden. De eigenaar van het werk, doorgaans ook de opdrachtgever, ziet zich geconfronteerd met een kunstwerk dat hem ernstig kan belemmeren in zijn handelen. Het kunstwerk als Paard van Troje. Ook op artistiek niveau kunnen de persoonlijkheidsrechten een uitwerking krijgen die de ideeën van de oorspronkelijke kunstenaar weliswaar conserveert, maar de ideeën van anderen belemmert.

Struycken beroept zich op verminking van zijn werk. Maar aan het werk zelf verandert niets. En de vraag is interessant of hij voor de rechter zal kunnen volhouden dat het initiatief van het NAi enige schade aan zijn - gevestigde - naam toebrengt.

Waar kunstenaars die monumentaal werken graag iets wezenlijks aan de omgeving toevoegen, lijkt het minder vaak voor te komen dat zij hun werk als onderdeel zien van een nieuwe omgeving, klaar voor nieuwe toevoegingen.

Heel anders is de praktijk in de architectuur. Ook gebouwen zijn werken die onder bescherming van het persoonlijkheidsrecht vallen. Maar in de architectuur wint het belang van functionaliteit het in de regel van het belang van de kunstenaar.

Het is maar zeer de vraag of de bredere bescherming van kunstwerken veel effect heeft gehad op aspecten als onderhoud en het imago van kunst in de openbare ruimte in het algemeen. Want de wet kijkt niet naar kwaliteit. De waardering voor een beeld speelt voor de rechter geen rol.

Deze nivellering is vanuit het oogpunt van rechtsbescherming begrijpelijk, maar gezien vanuit het beheer van de kunstwerken is dit uitgangspunt niet reëel. De waardering voor kunstwerken loopt, net als voor andere zaken, uiteen. De monumentale kunst plaatst zich vanaf de onthulling feitelijk buiten de discussie. Het ontbreken van een ondubbelzinnige eigendomsrelatie versterkt het probleem nog eens. Gelatenheid is het trefwoord dat bij betrokkenen al gauw de toon zet.

Om dit tij te keren zonder de monumentale kunst haar bescherming te ontnemen, zou het systeem van de monumentenzorg gevolgd moeten worden. Architectuur geniet, zoals hierboven gesteld, geen bijzondere bescherming. Het is aan de eigenaar hoe hij omspringt met zijn bezit.

Sommige gebouwen worden echter beschermd als monument. Er is sprake van een selectie. Een gebouw verdient de bescherming op eigen merites. Bovendien gaat deze bescherming veel verder dan de bescherming die de Auteurswet ooit kan bieden. De eigenaar krijgt te maken met een beheersprogramma, waar deels hijzelf, deels de overheid aan bijdraagt.

Wanneer dit beleid wordt toegepast op monumentale kunst ontstaat een verdeling in kunstwerken in een groep die op één lijn staat met andere elementen in de openbare ruimte en kunstwerken die speciale bescherming genieten.

Het zijn de laatstgenoemde kunstwerken waarvan de samenleving het belang graag onderstreept, en waarvoor die samenleving ook verplichtingen op zich neemt. De eigenaar kan zich bovendien de trotse bezitter van een monument noemen.

Het betekent evenwel ook dat bij kunstwerken die de monumentenbescherming (nog) niet genieten, het standpunt van de kunstenaar veel minder zwaar weegt dan nu gebruikelijk is.

Desmond Spruijt is werkzaam bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.