Ook postuum blijft oma praten

Als zij begint te vertellen is de uitwerking van een geniaal idee. Irene Dische (New York, 1953) laat van meet af aan haar grootmoeder, Elisabeth Gierlich, aan het woord om uitgebreid verslag te doen van haar eigen leven, alsmede van dat van haar joodse echtgenoot, Carl Rother, hun enige dochter...

Gert-Jan van Dijk

Grootmoeder beschrijft hoe zij aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog Carl te elfder ure helpt te ontsnappen uit nazi-Duitsland naar de Verenigde Staten. Later wordt het gezin herenigd met de komst van Elisabeth en Renate. Oma vervolgt de familiegeschiedenis met een relaas van de moeizame zoektocht van zowel Renate als haar in New York geboren dochter Irene (bekanntlich Grieks voor ‘Vrede’) naar een geschikte partner, opleiding en werkkring in hun nieuwe vaderland.

Een belangrijk Leitmotiv is de tweespalt tussen integratie en heimwee – een nog altijd actuele kwestie. Enerzijds verwachten de kersverse immigranten ‘Duitsland geen seconde te zullen missen’, anderzijds hálen de Rocky Mountains het niet bij de Alpen.

Oma is op de praatstoel in haar element; sterker nog: gaandeweg raakt ze zozeer op dreef dat ze zelfs na haar overlijden op hoge leeftijd eenvoudigweg doorgaat, en er postuum met veel zwier nog een bladzijde of dertig aan vastplakt! Vandaar de titel van de Nederlandse vertaling: Als zij begint te vertellen *, houdt ze niet meer op, ongeveer zoals Orpheus doorging met zingen lang nadat de dichter wreed was onthoofd.

Het gekozen perspectief heeft voordelen. Ten eerste vond de auteur zo een ingenieuze manier om de geschiedenis van drie generaties – in zekere zin zelfs vijf: inclusief oma’s jeugd bij haar eigen ouders in het begin en de geboorte van Irenes kinderen aan het eind van het boek – te bezien vanuit één standpunt. Aldus krijgt de familiekroniek epische dimensies: de complete saga van ‘de Gierlich-vrouwen’ beslaat vrijwel de gehele 20ste eeuw.

Ten tweede komt het gehanteerde gezichtspunt de levendigheid ten goede. Als kroongetuige beschikt oma over waardevolle, zij het privacy-gevoelige inside information. Zij heeft immers Carl leren kennen, Renate opgevoed en Irene zien opgroeien. Ook als zij niet in de buurt zijn, is oma toch in staat verslag te doen van hun wederwaardigheden, omdat zij steeds per brief of telefoon contact houden met het thuisfront – een handige oplossing voor een narratief probleem dat zich kan voordoen wanneer de auteur zich als het ware terugtrekt uit zijn verhaal. Hierdoor heeft oma – en zo de lezer – weet van de eenzame struggle for life van Carl overzee, het drievoudige huwelijksleven van Renate en twee verre reizen van Irene.

Een derde voordeel is dat het perspectief de auteur de gelegenheid biedt tot een elegante vorm van zelfkritiek. Oma voorziet haar kleindochter van weinig flatteuze predikaten als ‘tiran’ en ‘raddraaister’; verder krijgt Irene de schuld van het mislukken van de huwelijken van haar moeder. Maar ook in boeken wordt de soep niet altijd zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Om te beginnen mag het personage Irene Dische natuurlijk niet zomaar gelijkgesteld worden aan de auteur. Bovendien kunnen oma’s uitlatingen af en toe met een korreltje zout worden genomen – temeer daar reeds bij Vrome leugens (1990) is gebleken hoe graag Dische het wapen der ironie hanteert.

Daarnaast verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet. Irene is volgens haar grootmoeder ‘zonder de minste fijngevoeligheid’, maar zelf bezondigt Elizabeth zich aan discriminatoire uitlatingen en noemt zij Carl, wanneer hij zijn emoties begrijpelijkerwijze de vrije loop laat bij het behouden weerzien van zijn familie, ‘verachtelijk’.

Een bezwaar geldt de stijl en de structuur. Om de haverklap worden woorden in opeenvolgende zinnen herhaald; er zijn stoplappen, anakoloeten en contaminaties. Belangrijke zaken komen soms uit de lucht vallen. Andere liggen er juist weer érg dik bovenop, zoals de symboliek van eigennamen.

Mogelijk zijn deze manco’s wederom terug te voeren op het gekozen vertelperspectief, maar dat is dan niet goed te rijmen met de retorisch uitgebalanceerde volzinnen, consequent doorgevoerde metaforen, en antithetische locatiewisselingen. Aldus hinkt het boek op twee gedachten, waarbij nu eens de imitatie-spreektaal van oma, dan weer de literair verzorgde stijl van de auteur lijkt te prevaleren.

De lezer ziet zich kortom gesteld voor de lastige, principieel zelfs onmogelijke keuze tussen de onware schijn van een stilistisch tekortschietende kleindochter en de onwaarschijnlijkheid van een literair onderlegde grootmoeder, en moet zo tijdens de Grote Oversteek over de Atlantische Oceaan laveren tussen Scylla en Charybdis.

Gert-Jan van Dijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden