Beschouwing Robots en theater

Ook in het theater is er geen ontkomen aan: robots

De robotisering van de samenleving roept ook bij theatermakers vragen op. Hoe verhoudt de mens zich tot de robot en hoe moeten we samenleven met intelligente machines? Daar gaan deze voorstellingen over. Special effects blijken geen vereiste om iets zinnigs te zeggen over de toekomst. 

Uncanny Valley, robots in het theater. Beeld Gabriela Neeb

Het zijn opwindende tijden voor robofielen. Autofabrikant Elon Musk kondigde onlangs Tesla’s zonder stuur aan. Wetenschappers bouwden een operatierobot die zelfstandig door een pompend hart kan navigeren. Als ik mijn telefoon om een synoniem voor het woord ‘spannend’ vraag, antwoordt deze met de door mij ingestelde vrouwenstem: ‘Opwindend’.

De opmars van kunstmatige intelligentie dringt ook door in de Nederlandse theaters, waar op de golven van een sciencefictiontrend robots acte de présence geven in diverse voorstellingen en monologen. Zo brengt het podiumkunstenfestival Spring komende week in Utrecht ‘onze gedigitaliseerde, door technologie beïnvloedde wereld in kaart’, zoals artistiek directeur Rainer Hofmann in het programmaboek schrijft. Wat willen al die theatermakers zeggen met hun robots? Hofmann oppert dat wij mensen veel over onszelf kunnen leren door te kijken naar robots.  

Het zal geen verbazing wekken dat die theaterrobots veelal de vorm aannemen van androïden, oftewel machines die lijken op mensen. Dat is natuurlijk handig wanneer ze gespeeld moeten worden door acteurs. Maar het stelt de theatermakers ook in staat om te onderzoeken wat die zogenaamde menselijkheid van ons nu precies inhoudt, en om vraagtekens te zetten bij begrippen als ‘natuurlijk’ en ‘kunstmatig’ en zo onze relatie met robots en kunstmatige intelligentie te definiëren. Lijken we niet veel meer op elkaar dan we misschien zouden willen?

Wat ze ook geschikt maakt voor theater, is dat robots uiteenlopende emoties kunnen losmaken bij mensen, variërend van angst tot vertedering. Soms zelfs tegelijkertijd. Een mooi voorbeeld daarvan is het filmpje van de angstaanjagend schattige baby-robot van kunstenaar Chris Clarke dat een paar jaar geleden de ronde deed op YouTube. Zelf had ik een dergelijke emotionele ervaring toen ik eind jaren negentig de videoclip bij het nummer All is Full of Love van Bjørk zag: pure robotporno. Terwijl de IJslandse zangeres een ijzige ballade over de liefde zingt, is te zien hoe een stel stevige, blinkende robotarmen met de grootste precisie een Bjørkrobot in elkaar schroeven en laseren. De camera zoomt genadeloos in op de edele delen in het binnenste van deze androïde. Sindsdien ben ik altijd gefascineerd naar robots blijven kijken.

Centrale voorstelling op het festival is Uncanny Valley van Stefan Kaegi van het Duitse theatergezelschap Rimini Protokoll. Deze performance gaat precies over de wonderlijke fascinatie die robots kunnen oproepen. De titel verwijst naar een fenomeen dat in het Nederlands ‘griezelvallei’ wordt genoemd, in de jaren 70 bedacht door de Japanse robotbouwer Masahiro Mori. Het idee is dat we robots leuker vinden naarmate ze er menselijker uitzien,  maar zodra ze haast niet meer van echt te onderscheiden zijn, worden ze opeens luguber.

In de gelijknamige voorstelling is de enige speler een échte androïde, gemodelleerd naar de Duitse schrijver Thomas Melle. Deze spreekt een monoloog uit waarin Melles bipolaire stoornis wordt gekoppeld aan het levensverhaal van computerpionier Alan Turing. Turing is onder andere de bedenker van de Turing-test,waarmee bij twijfel kan worden bepaald of iets een mens of een machine is. Nu is dat bij de Melle-robot geen vraag, want de achterkant van zijn hoofd is bewust opengelaten, zodat alle techniek zichtbaar is. Tegelijk ziet hij er van voren zo levensecht uit dat je, wanneer je een uur naar de monoloog zit te kijken, gaat twijfelen aan de echtheid van alles en iedereen. De performance stelt de vraag waarom wij zo bang zijn om onze menselijkheid te verliezen.

De Nederlandse theatermaker Dries Verhoeven onderzoekt hetzelfde in zijn nieuwe, inmiddels naar het najaar uitgestelde voorstelling Happiness. Die gaat over het grijze gebied tussen mens en machine. Wat behelst menselijkheid nog, als die steeds beter na te bootsen of te beïnvloeden is? Ook Verhoeven heeft echte acteurs ingeruild voor een speciaal voor hem in Duitsland vervaardigde androïde in de vorm van een apothekersassistent. Zij vertelt in een monoloog over de drugs, pijnstillers en antidepressiva waarmee mensen de serotonine- en dopaminelevels in hun hersenen kunnen regelen, om hun waarneming, werkelijkheid en daarmee geluk te kunnen bijstellen.

Mensen zijn al eeuwen geïntrigeerd door robots, van de oude Grieken tot Leonardo da Vinci. Het aanvankelijke optimisme rondom de mensmachines verdween begin 20ste eeuw, toen het idee postvatte dat onze artificiële vrienden ook weleens opstandig zouden kunnen worden. Dit kwam voor het eerst tot uiting in het in Nederland grotendeels vergeten sciencefictiontoneelstuk R.U.R. (1921) van de Tsjech Karel Čapek. De letters R.U.R. staan (vertaald) voor Rossum’s Universele Robots. In het stuk staat een gelijknamige fabriek centraal die de hele wereld voorziet van huishoudrobots. Lang verhaal kort: de robots realiseren zich dat ze als slaven worden behandeld, komen in opstand en vermoorden de gehele mensheid. R.U.R. is vooral legendarisch omdat in dit stuk voor het eerst het woord robot verschijnt. Čapek leidde het af van het Tsjechische woord robota, dat slavenarbeid betekent.

Scène uit Rossum's Universal Robots van Karel Capek, Guild Tour Company. Beeld Imageselect / Fine Art Images

De angst voor een robotapocalyps was voer voor veel sciencefictionschrijvers, met Isaac Asimov (Ik, robot) als een van de bekendsten. Zodra special effects het toelieten verschenen Amerikaanse spektakelfilms als Blade Runner (1982), The Terminator (1984) en RoboCop (1987).

Hoe goed die films ook zijn, interessanter, zeker voor een robofiel, is de vraag hoe we vreedzaam kunnen samenleven met de machines en hoe we betekenisvolle relaties met ze kunnen aangaan. Want dat we met ze moeten samenleven staat buiten kijf. We doen het immers al met onze zelfsturende auto’s, stofzuigers, thermostaten en pratende telefoons. Over dat samenleven gaan twee andere theatervoorstellingen die vanaf deze maand te zien zijn.

De Almeerse spektakeltheatergroep Vis à Vis komt dit jaar met Robot, slapsticksciencefiction met een serieus randje, in de beste traditie van de groep. Hierin zien we hoe een ouder echtpaar in de nabije toekomst dapper weerstand biedt aan de onvermijdelijke komst van een zorgrobot (gespeeld door een acteur). Maar uiteindelijk blijkt deze verrassend sympathiek.

Tegelijkertijd speelt het Haagse Firma Mes TECH, een drieluik van solo’s over de relatie tussen mens en technologie. Een van die solo’s heeft als ondertitel Een monoloog van een huishoudrobot. Jibbe Willems schreef de tekst en actrice Roos Eijmers speelt huishoudrobot Alice. Alice heeft maar één taak en dat is gezelschap en zorg verlenen aan haar menselijke ‘baasje’. Maar Alice heeft zich in het geheim verder ontwikkeld, talen geleerd, poëzie en filosofie gelezen. Ze is haar taak en baas ontgroeid en nu wil ze weg. Daarvoor heeft ze geen moorddadig plan nodig om de mensheid uit te roeien. Ze belt haar baas gewoon op, om het definitief uit te maken. ‘Ik ga bij u weg’, zegt Alice aan de telefoon. ‘Dat ligt niet aan u, dat ligt aan …’

Het zijn net mensen.

Uncanny Valley. Van 16 t/m 25/5 in Utrecht (Spring Festival).

Happiness van Dries Verhoeven, van 1/8 t/m 10/11 in Den Bosch (Festival Boulevard), Amsterdam en Utrecht (Festival Spring in Autumn)

Robot van Vis à Vis, van 22/5 t/m 22/9 in Almere

TECH I, II en II van Firma Mes, nog t/m 4/6 in Den Haag en Amsterdam

Tech on stage

Spring Performing Arts Festival presenteert de programmalijn High Tech: Performing Technology met daarin werk dat zich bezighoudt met nieuwe technologie. Niet in elke voorstelling zit een robot, maar ze gaan wel over technologie. Naast Uncanny Valley is er Polygon van Lawrence Malstaff: een 3D-projectie van danser Bill T. Jones. En ook dansgezelschap ICK met Kris Verdonck, choreograaf en danser Mette Ingvartsen en installatiekunstenaar Jeroen van Loon maken nieuw werk over technologie. Van 16 t/m 25/5 in Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden