InterviewHelen Macdonald

Ook in de ‘veel politiekere’ essaybundel van Helen Macdonald spelen vogels de hoofdrol

null Beeld Tom Oliver Lucas
Beeld Tom Oliver Lucas

Vogels zijn nooit ver weg in leven en werk van Helen Macdonald. Ook in haar essaybundel Schemervluchten, die ‘veel politieker’ is dan eerder werk, hebben ze de hoofdrol. ‘Ik ben gefascineerd door de manier waarop we onze eigen aannamen over de wereld projecteren op de natuur.’

De papegaai van Helen Macdonald is dood. ‘Het is vorige week gebeurd en ik ben er kapot van’, zegt ze van achter haar beeldscherm. ‘Ik had je hem zo graag laten zien! Birdoole is achttien jaar bij me geweest, we hadden zo’n hechte band. Ik weet dat hij geen persoon was, maar voor mij voelde het wel bijna zo. Hij was een niet-menselijk persoon.’

Vogels zijn altijd belangrijk geweest voor Macdonald (1970). Als meisje verzamelde ze vogelboeken en hield ze de merels en lijsters in de tuin nauwlettend in de gaten. Later werd ze valkenier en na haar studie geschiedenis in Cambridge werkte ze een paar jaar op een valkenfokkerij in Wales. Over de havik die ze in huis nam na de dood van haar vader schreef ze De H is van havik (H is for Hawk, 2014). Dit ontroerende boek over het temmen van de wilde vogel en haar moeizame rouwproces werd overladen met prijzen en in vele talen vertaald.

Macdonald verhuisde van Cambridge, waar ze aan de universiteit werkte als historicus, naar het platteland van Suffolk en wijdde zich aan het schrijven. ‘Nu woon ik in het plaatsje Hawkedon. Toen ik die naam voor het eerst hoorde, dacht ik: dit méén je niet. Hawkedon. Maar het is hier fijn wonen.’ Komende week verschijnt de Nederlandse vertaling van haar nieuwe essaybundel, Schemervluchten.

Is uw leven erg veranderd door de pandemie?

‘Niet echt. Gelukkig kan ik gewoon mijn werk blijven doen, al schrijf ik liever in cafés. Mensen denken dat ik nu al mijn tijd doorbreng in de natuur, maar dat valt mee. Ik kijk veel actiefilms en eet veel ijs, dat is het zo’n beetje. Verder vind ik troost bij de vogels in de tuin. Door hun gewoonten te bestuderen, me in hun levens te verplaatsen, kan ik even ontsnappen aan het mens-zijn.’

Ook in haar nieuwe boek hebben vogels een hoofdrol: valken in verlaten fabriekstorens, zwanen op de Theems, de miljoenen trekvogels die twee keer per jaar door de nachtelijke hemel van Manhattan schieten. Daarnaast zijn er essays over wilde zwijnen, zieke iepen, schimmelnetwerken en ga zo maar door. Alles even aandachtig beschreven en goed onderbouwd. Macdonald verwijst met hetzelfde gemak naar ornithologie en klimaatwetenschap als naar volksverhalen en literatuur.

Zelf ziet ze haar bundel graag als een Wunderkammer, een rariteitenkabinet. ‘Er komen allerlei onderwerpen aan bod, die niet per se iets met elkaar te maken hebben. Maar doordat ze bij elkaar staan, ga je automatisch nadenken over de onderlinge verbanden. Net als bij de voorwerpen in zo’n kabinet.’

Liefde is het grote thema van uw schrijverschap, schrijft u in de inleiding, en dan vooral de liefde voor de niet-menselijke wereld. Zijn rouw en verlies niet zeker zo belangrijk in uw werk?

‘In deze tijd is het bijna onmogelijk over de natuur te schrijven zonder het over rouw te hebben; er gaat zoveel verloren, en het gaat zo snel. Ik denk dat liefde en rouw eigenlijk hetzelfde zijn. Alleen is rouw een vorm van liefde waarbij het object van die liefde is gestorven, of verdwenen.

‘Met deze essays wil ik niemand de les lezen. Ik wil verwondering oproepen en vooral wijzen op wat er allemaal nog wél is, want mensen zullen pas voor iets vechten als ze weten dat het bestaat en ze erom geven. Liefde speelt een cruciale en vaak veronachtzaamde rol bij natuurbehoud. Ik vind dat daar meer aandacht voor moet komen.’

null Beeld Tom Oliver Lucas
Beeld Tom Oliver Lucas

Als we lezen over het verlies van biodiversiteit, gaat het vaak over het belang van bepaalde soorten voor ecosystemen, over het al dan niet desastreuze effect op de natuur. U vat het verlies persoonlijk op; als u ziet dat een vertrouwd landschap onherkenbaar is veranderd, bent u diep bedroefd.

‘Ik heb veel biologen en ecologen onder mijn vrienden. Ook zij voelen een sterke emotionele band met de landschappen en dieren die ze bestuderen. Alleen kunnen ze niets van die emoties kwijt in hun wetenschappelijke publicaties.

‘Natuurlijk hebben we harde wetenschap nodig om te begrijpen wat er gebeurt en wat we daaraan kunnen doen, maar ik denk dat het belangrijk is om ook aandacht te hebben voor de emotionele kant, zonder sentimenteel te worden – en ik geloof dat dat kan. In mijn werk probeer ik wetenschap en gevoel samen te brengen.’

Hoe ziet een schrijfdag eruit? Werkt u van 9 tot 5?

God, no. Ik ben een ochtendmens. Ik sta op rond 6 uur, drink twee koppen koffie en begin met schrijven. Dat lukt meestal tot een uur of 12, dan houden mijn hersenen op met werken, tot een uur of 19. Daarna kan ik nog even door, als het moet.

‘Ik moet altijd eerst alles herlezen wat ik heb geschreven voordat ik verder kan. Bij essays is dat niet zo’n probleem, maar bij De H is van havik moest ik heel vroeg gaan opstaan, anders kwam ik niet meer vooruit. Dat werd op den duur wel vermoeiend.

‘Anders bij dit boek is ook dat ik soms helemaal niet wist waar ik uit zou komen. Vaak kwamen de essays voort uit mijn eigen nieuwsgierigheid. Dan viel me iets op in de natuur en ging ik me erin verdiepen: waarom is dit zo, wat betekent het? Ik vertel de lezer dus niet wat ik al weet. Het is eerder alsof we samen een wandeling maken.’

Mooie titel, Schemervluchten. Wat zijn dat?

‘Elke avond kunnen we zien hoe gierzwaluwen zich verzamelen voor de laatste vlucht van de dag, in het Engels de vesper flight. Vroeger dacht men dat ze omhoogvlogen om daar te slapen, maar dat blijkt niet het geval.

‘Wetenschappers hebben ontdekt dat de vogels twee keer per dag naar een specifiek punt in de atmosfeer klimmen: het bovenste deel van de zogeheten convectiegrenslaag. Vanaf dat punt kunnen de zwaluwen het weer voorspellen en navigeren. Ze zien donkere wolken van verre aankomen en kijken naar de sterren om hun positie te bepalen. Romantisch, hè?

‘Niet alle zwaluwen vliegen helemaal naar boven. Sommige zijn druk in de weer met hun eieren of hun jongen. Maar de vogels die omhooggaan, bepalen het vervolg van de route door goed op hun soortgenoten te letten. Dat heet het many wrongs-principe: ze middelen hun beslissingen om tot het beste resultaat te komen. Uiteindelijk maken ze de keuze als het ware samen.

‘Ik denk dat wij mensen ook de taak hebben boven onze alledaagse levens uit te stijgen, voorbij de horizon te kijken om te zien wat er op ons afkomt. Althans, degenen die daartoe in staat zijn. Het essay hierover schreef ik trouwens al voor de coronacrisis – mijn god, ik had geen idee! Maar juist in tijden als deze is samenwerken zo belangrijk. En toch staan mensen er vaak zo argwanend tegenover.’

Ze lacht. ‘Volgens mij worden mijn politieke voorkeuren nogal duidelijk uit dit boek: ik ben niet erg rechts.’

null Beeld Tom Oliver Lucas
Beeld Tom Oliver Lucas

Wat is uw rol als schrijver? Ziet u zichzelf als activist?

‘Deze essays zijn in elk geval veel politieker dan De H is van havik. Een van de redenen daarvoor is dat de tijden zijn veranderd, als je kijkt naar politiek en klimaat. Ik had het gevoel dat ik daarover niet kon zwijgen. Maar Schemervluchten is geen pamflet. ik vertel anderen niet wat goed en fout is, of wat ze moeten doen. Dat komt deels doordat ik er zelf een hekel aan heb als anderen mij vertellen wat ik moet doen. Vraag maar aan mijn moeder, haha.’

U bent niet alleen kritisch op het klimaatbeleid. Ook de Brexit komt uitgebreid aan bod. Wat heeft die te maken met natuur?

‘De natuur wordt vaak gebruikt om een gevoel van gemeenschap te creëren en mensen uit te sluiten die niet ‘zoals wij’ zijn. Na de financiële crisis zag je een enorme verheerlijking van de Britse volksaard, van een gedeeld, nostalgisch verleden. Veel van de symboliek had te maken met het landschap: overal zag je ineens boeken over het Britse platteland en het boerenbestaan, met paarden die ploegen trokken over zonverlichte heuvels.

‘Ook in de Brexit-retoriek hoorde je veel ideeën terug over een denkbeeldig Groot-Brittannië, dat anders en beter zou zijn dan andere landen. Het was één grote strijd om de Engelse waarden en tradities, de Engelse manier van leven veilig te stellen. ‘Het Britse platteland is voor de Britten’, dat soort taal. Vreselijk. Dat heeft weinig te maken met de natuur, maar alles met onszelf.

‘We beschouwen de natuur vaak als iets wat vrij is van menselijke betekenis en dat is een van de redenen waarom we ervan houden. Maar we kennen er juist allerlei betekenissen aan toe. We kunnen er van alles in kwijt. Ik ben gefascineerd door de manier waarop we onze eigen aannamen over de wereld projecteren op de natuur. En door de hypocrisie die daarmee gepaard gaat.’

Als u bestuurders vergelijkt met gierzwaluwen of, in een ander essay, vluchtelingen met trekvogels die een veilig heenkomen zoeken, dan projecteert u toch ook uw eigen ideeën op de natuur?

‘Zeker, en ergens doe ik dat met opzet. Een van de afschuwelijkste en effectiefste manieren om mensen buiten te sluiten, is door ze met dieren te vergelijken. Het is een manier om hun menselijkheid te ontkennen. Dat principe wilde ik omkeren. Ik wilde dieren gebruiken om over liefde en zorg te schrijven, in plaats van over uitsluiting.

‘En die spanning zit natuurlijk in het hele boek. We projecteren altijd onze eigen behoeften en verlangens op de natuur. Dat doe ik ook. We zijn hypocriete wezens, die dieren gebruiken om over onszelf na te denken. Ik denk dat het belangrijk is dat te beseffen.’

null Beeld Tom Oliver Lucas
Beeld Tom Oliver Lucas
Helen Macdonald: ‘Mijn hele leven maak ik al dingen mee in de natuur die een diepe indruk achterlaten, bijna een soort openbaringen.’ Beeld Tom Oliver Lucas
Helen Macdonald: ‘Mijn hele leven maak ik al dingen mee in de natuur die een diepe indruk achterlaten, bijna een soort openbaringen.’Beeld Tom Oliver Lucas

Voor uw ervaringen in de natuur gebruikt u vaak woorden als ‘magisch’, ‘bijna heilig’ of zelfs ‘goddelijk’. Wat bedoelt u daarmee? Bent u religieus?

‘Ik ben helemaal niet religieus opgevoed, mijn ouders waren cynische journalisten. Wel woonden we op het terrein van de Theosophical Society; onze buren geloofden in reïncarnatie en occultisme. Misschien heeft dat me toch beïnvloed, al dacht ik altijd van niet.

‘Mijn hele leven maak ik al dingen mee in de natuur die een diepe indruk achterlaten, bijna een soort openbaringen. Het kan iets kleins zijn: een bepaalde lichtinval, de indringende blik van een uil in een bosje. Op zulke momenten is het net alsof de tijd even stilstaat, alsof de wereld haar adem inhoudt. Het doet me beseffen hoe nietig ik ben.

‘Ik wist nooit hoe ik over die momenten moest schrijven. Ik probeerde filosofische termen te gebruiken, maar ik kwam er nooit echt uit. Een paar jaar geleden stuitte ik op boeken over religieuze ervaringen, en ik wist meteen: hier kan ik iets mee. Met God heeft dat voor mij weinig te maken, maar wel met iets wat het menselijke overstijgt.

‘Ik vond het spannend om hierover te schrijven, omdat het zoiets persoonlijks is en ik weinig van het onderwerp wist. Maar ik dacht: ik moet het op z’n minst proberen. En sinds het boek hier is verschenen, heb ik allerlei reacties gekregen van mensen die zeiden: dit herken ik, dit heb ik ook gevoeld in de natuur!’

Bent u al begonnen aan een volgend boek?

‘Ik ben bezig met een boek over Midway, een atol in de Stille Oceaan waar veel albatrossen broeden. In 2018 ben ik daar al een paar weken geweest als vrijwilliger, om vogels te tellen. Ik zou teruggaan, maar dat is nu al twee keer uitgesteld door corona. Albatrossen zijn natuurlijk symbolische vogels als je wilt schrijven over rouw, klimaatverandering en het einde van de wereld. Dus dat wordt weer een vrolijke boel.’

Ziet u de toekomst somber in?

‘Als mensen me voor het eerst ontmoeten, zijn ze vaak verbaasd dat ik niet diep ongelukkig ben. In mijn vorige boek kwam ik volgens mij over als een neerslachtige vrouw. Maar ja, toen had ik net mijn vader verloren.

‘De laatste tijd ben ik veel met dit soort dingen bezig. Het is een vreselijk idee om alleen maar optimistisch te zijn over de toestand in de wereld: dan doe je niks, omdat je denkt dat het toch wel goed komt. Maar als je diep pessimistisch bent en alle hoop laat varen, is dat ook niet goed. Ook dan doe je niets om de situatie te verbeteren.

‘We moeten ruimte maken voor hoop, zegt Rebecca Solnit, die hier veel over heeft geschreven: dat is de enige manier om verder te komen. Zelfs als het onmogelijk lijkt, moeten we het proberen. Dus daarvoor doe ik hard mijn best. In de prachtige woorden van de dichter Frank O’Hara: ‘the only thing to do is simply continue/ is that simple/ yes, it is simple because it is the only thing to do’. We kunnen niet niks doen, we moeten blijven strijden.’

En u doet dat door te schrijven?

‘Dat denk ik wel. Soms stel ik me voor… Ik heb dit nog nooit aan iemand verteld. Tijdens een marathon staan er altijd mensen langs de kant van de weg om water uit te delen. Soms stel ik me voor dat mijn werk het water is dat de renners op gang houdt. Het is niet bedoeld om de wereld te veranderen, maar hopelijk kan het mensen met macht daar wel bij helpen. En hopelijk geeft het een beetje plezier.’

Helen Macdonald (1970) is schrijver, dichter, natuuronderzoeker en historicus. Ze studeerde Engels in Cambridge en is verbonden aan de afdeling wetenschapsgeschiedenis van dezelfde universiteit. In 2014 brak ze wereldwijd door als schrijver met De H is van havik, over de rouw om haar vader en het africhten (‘treinen’) van haar havik Mabel. Het boek won onder meer de Samuel Johnson-prijs en de Costa Book of the Year Award. Een deel van de essays in Schemervluchten verscheen eerder in The New York Times Magazine en New Statesman, waaraan Macdonald geregeld bijdragen levert.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Helen Macdonald: Schemervluchten. Uit het Engels vertaald door Nico Groen en Joris Vermeulen. De Bezige Bij; 304 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden