recensie Design van het Derde Rijk

Ook het Kwaad is ontworpen, maar nu is het op aanraakafstand in de tentoonstelling Design van het Derde Rijk

Het is onmogelijk om door de nazi-tentoonstelling in het Design museum Den Bosch te lopen zonder te huiveren. Je waant je in het Stijlboek van het Kwaad. 

Design Museum Den Bosch presenteert de eerste grote overzichtstentoonstelling van design van het Derde Rijk. De tentoonstelling Design van het Derde Rijk toont de grote bijdrage van vormgeving aan de verspreiding en ontwikkeling van de kwaadaardige nazi-ideologie. Beeld Rebecca Fertinel

★★★★☆

Design van het Derde Rijk, Design museum Den Bosch, 8/9 t/m 19/1. 

Goed idee om eens puur naar de ontwerpmerites van het nationaal-socialisme te kijken. Wat hadden ze in hun mars, de ontwerpers die voor de propagandamachine van Hitler een nieuw mensbeeld moesten neerzetten? We kennen de architectuur van Albert Speer – ronkend classicisme – en de films van Leni Riefenstahl – vernieuwend camerawerk. Wat maakte de rest?

Goed idee, maar niets is simpel in dit mijnenveld van het Grote Kwaad. Het is onmogelijk om in het Bossche museum langs een uitstalling te wandelen van nazi-handboeken, vaandels, affiches, een enkel meubel – Hitlers dressoir – zuiverheidsvoorschriften en veel pamfletten, zonder die doorlopende huivering in je hoofd. Is het amoreel om gedachten als ‘goed gemaakt’ of zelfs ‘mooi’ toe te laten in deze zaal? Is dit überhaupt als design te labelen? Als bezoeker waan je je doorlopend in het Stijlboek van het Kwaad.

De nazivoorwerpen uit de periode 1933-1945 zijn hier niet chronologisch maar thematisch gerangschikt. Die thema’s dragen titels als ‘Zuiverheid’, ‘Individu en massa’, ‘Verleiding en terreur’ en ‘Onafwendbare vernietiging’. De voorwerpen – veel drukwerk – liggen in grote platte vitrinekasten. Aan de wanden hangen factsheets, affiches, een enkel vaandel en sfeerbeelden van nationaal-socialistische rituelen.

Ingetogen expositie

Er is weinig bloed te zien, nauwelijks militaria, er worden geen objecten op een voetstuk gehesen. De rode vaandels met zwarte hakenkruisen hangen niet, maar liggen. Dat maakt het een ingetogen expositie, waar vooral twee dingen opvallen.

Het eerste is: dit is een tentoonstelling die gemaakt moest worden. Ondanks de bezwaren vooraf – de verdorvenheid van nazi-ideologie verdient immers nimmer een podium – heeft het grote meerwaarde om dit materiaal uit de Duitse kelders tevoorschijn te halen. De Duitsers zelf wagen zich hier nauwelijks aan. Dat een krachtige ontwerpstijl hielp om een moorddadige ideologie te verspreiden, wisten we al uit de geschiedenisboeken. Maar de daadwerkelijke objecten zo bij elkaar zien, blijft een fysieke ervaring die een bladzijde uit een boek je nooit kan geven.

Tweede punt: de tentoonstelling is te klein. Of het onderwerp te groot, dat zou ook kunnen. Daardoor blijven er constant vragen in de lucht hangen en ga je als bezoeker verlangen naar meer context.

Het krachtigste logo van de nationaal-socialisten is het hakenkruis, de swastika. Alleen daarover zou je al alles willen weten. Klopt het dat Hitler zelf – die voor hij dictator werd, ambieerde kunstschilder te worden – schetste aan de rood-wit-zwarte hakenkruisvlag? Je kunt het museum nauwelijks verwijten dat het zich beperkt tot forse tekstborden – een goede publicatie op dit gebied zou jaren vergen. Maar toch: gaandeweg de rondgang ontstaat een onstilbare honger naar perspectief. De tentoonstellingsfilm helpt een beetje, maar dat is vooral een schematisch verhaal waarin grote lijnen voorbij komen.

In de themavitrine ‘Individu en massa’ ligt bijvoorbeeld het Organisationsbuch der NDSAP uit 1936. Dat opent een vracht aan vragen. Het is een compleet stijlboek van de nazi-iconografie: het schrijft helder voor welke kleuren, welke insignes en welke organisatievorm gebruikt dienden te worden. Vooral dit werk laat zien hoe modern Hitler en zijn pr-minister Goebbels waren in de representatie van hun regime. Staatspropaganda was immers niet nieuw, maar zoals de nazi’s het aanpakten, lijkt het meer op de aansturing van een multinational, die in alle details zijn imago regisseert, met de do’s en don’ts vastgelegd in een corporate stijlbijbel.

De verleiding van terreur

Directeur Timo de Rijk van het designmuseum heeft overwogen de tentoonstelling ‘De verleiding van terreur te noemen’. Dat had misschien de commotie vooraf wat getemperd. Want door de titel Design van het Derde Rijk lijkt het of het museum geen standpunt inneemt, wat natuurlijk niet zo is. Design verwijst niet naar iets moois, maar naar de academische definitie van het woord – De Rijk was eerder hoogleraar designgeschiedenis in Delft. De museumdirecteur hanteert de omschrijving: design is de ontworpen omgeving die van betekenis wordt voorzien door de gebruiker.

In deze oorlogscontext is ‘betekenis’ wel een lastig begrip. Iedere bezoeker weet hoe de giftig de propagandamachine van Hitler was. De vormaspecten kun je niet los wegen van het tomeloze racisme van de nazi’s. Wat deze tentoonstelling vooral heel inzichtelijk maakt, is dat de ideologie best een curieus samenraapsel was. Dat geldt voor de vormgeving (een mix van classicisme, folklore, socialistisch-realisme, Amerikaanse reclamemethodieken en modernisme) als de ideologie zelf. De weg naar de ‘zuiver’ Arische mens was een eclectische tocht langs Noordse (boreale!) geschiedenis, liflafjes uit de oudheid, Blut und Boden, xenofobie en een industrieel vooruitgangsideaal.

Wat de kijkrichting in deze tentoonstelling zo anders maakt, is dat de slachtoffers slechts secundair voorbijkomen. Een foto van een stadsbeeld met een man met een Jodenster op zijn jas, maar geen massagraven. Wel een tekening van een crematorium zoals het later werd gebouwd in Auschwitz, de plek waar 1,1 miljoen mensen zijn vermoord. Zo’n koele architectonische schets is met alles wat de kijker aan betekenis in zijn hoofd heeft, bijna ondraaglijk. Ook het Kwaad is ontworpen, dat wisten we al, maar nu is het op aanraakafstand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden