Ook apen drinken champagne

Vijf maanden lang is Antwerpen een ‘beestenboel’ tijdens het dierenfestival ‘O Dierbaar Antwerpen’. Er zijn theater- en filmvoorstellingen en stadssafari’s én de beenderen van de reus Antigoon....

‘O Dierbaar Antwerpen’, dát klinkt als de beginregel van het eerste couplet van het Belgische volkslied, de enige bekende strofe die nog min of meer nadreunt in de hoofden van sommige Belgen. De Antwerpenaren, gelooft wethouder Philip Heylen – schepen voor cultuur en toerisme – ‘zijn trots als een pauw’ op hun dierenfestival O Dierbaar Antwerpen ‘over olifanten, mensen en andere stadse dieren’. Vijf maanden lang organiseert de metropool tentoonstellingen en rariteitenkabinetten, theater- en filmvoorstellingen, de swingende revue De Zoölogie, stadssafari’s en natuurwandelingen, vertelavonden, wetenschappelijke lezingen over ecologie, én een verhalenbazaar in een echt ‘duivenkot’.

Aanvankelijk wilde de stad een soort geschiedenis etaleren van de Antwerpse zoo, een van de oudste dierentuinen ter wereld. Maar algauw ontdekten de curatoren op hun speurtocht naar de historie van de Jardin Zoologique d’Anvers tal van verborgen schatten, ‘dierencollecties’ die onder het spinrag en het stof zaten. In vermolmde kasten en op doorgebogen schappen van de stedelijke museumdepots vonden ze ‘beestige’ rariteiten en onthutsende verslagen of getuigenissen. Ze troffen, niet alleen in oude boeken maar ook in particuliere memorialen, prachtige dierenverhalen aan.

In Antwerpen zijn uit het slib van de Schelde skeletten van walvissen opgedolven; al in 1483 – meldt een kroniekschrijver – zag je er ‘een levende Olyphant, ende daernae een levende wilde Man, die niet en sprack’. Beroemde schilders als Rubens, Van Dyck, Snijders of Teniers maakten tal van dierentaferelen. Het was er altijd een ‘exotische beestenboel’, de hele stadsgeschiedenis wemelt van de dieren. Nu zie je overal op straat op de festivalaffiches vreemd uitgedoste toekans, ratten, schildpadden, zeeleeuwen en konijnen.

‘Weinig Antwerpenaren zijn zich ervan bewust dat ze op een van de grootste walviskerkhoven ter wereld wonen’, zegt Mark Bosselaers, amateurpaleontoloog en conservator van het Koninklijk Zeeuws Genootschap voor Wetenschappen te Middelburg, sectie zeezoogdieren. ‘Vondsten van grote walvis- en mammoetwervels gaven in de Middeleeuwen aanleiding tot het ontstaan van reuzenverhalen zoals die van Sus Antigoon, Lange Wapper en Brabo.’ Al in 1200 werd voor het eerst zo’n legende opgetekend, over de grote stadsheld Brabo die de reus Antigoon de hand wist af te hakken en, door die in de Schelde te werpen, de stad Antwerpen haar naam gaf.

Bosselaers berekende dat tijdens de bouw van de stadswallen en de fortengordel rondom de stad meer dan vier ton fossiele beenderen zijn opgegraven. We weten uit een akte van de nalatenschap van Nicolaas Rockox, Antwerps burgemeester in de tijd van Rubens, ‘dat ook hij een fossiele walviswervel bezat, die werd gevonden tijdens het graven van een waterput in de tuin van zijn woning’. Er zijn rond 1510 bij graafwerken aan het Steen beenderen opgedoken ‘die zo groot zijn dat ze alleen maar van een reus afkomstig kunnen zijn’, een schouderblad en een rib kregen een ereplaats in het stadhuis. De beenderen, weten we intussen, zijn van een forse baleinwalvis, zoals er destijds meerdere de Schelde opzwommen.

Nog altijd hangt in de Darwinzaal van de Antwerpse zoo het skelet van een vinvis aan het plafond, een mannetjesdier van wel 22 meter lang dat halfweg de 19de eeuw door een visser uit Urk op zee was aangetroffen, vlak bij Vlieland. Uit bordkarton vervaardigde walvissen werden in stoeten meegevoerd, want het machtige beest – schrijven de organisatoren van 0 Dierbaar Antwerpen – ‘is diep verbonden met het mythische verleden van de stad’. Er zijn zelfs ooit, in maart 1829, op de Groenplaats muziekconcerten gegeven in het geraamte van een blauwe vinvis die was aangespoeld aan de Vlaamse kust. Het spektakel trok later naar talrijke grote wereldsteden, naar Parijs, Londen en Berlijn, Wenen en St.-Petersburg, én naar Amerika.

De curatoren, een team van wetenschappers, kunstenaars, schrijvers, knutselaars en fossielenjagers, hebben zich voor deze dierenmanifestatie verdiept in zulke verhalen en kronieken. Ze maken die anekdotes en historietjes op allerlei manieren in schitterende exposities zichtbaar: in een Wunderkammer in de zoo, met embryo’s, gekke eieren en vreemde skeletten; in een buitengewone collectie ‘wonderlycke dierenprenten’ in de beroemde en bewaard gebleven drukkerij van Christoffel Plantin; in een tentoonstelling van jarenlang voor het grote publiek weggestopte oude fauna- en floraboeken in de vroegere Stadsbibliotheek; en met een vrolijk dierenpark in het Rockoxhuis waar nu illustraties uit kinderboeken hangen tussen eeuwenoude schilderijen en prenten. De kinderen kunnen er luikjes openmaken, het ene verrassende secreet na het andere, waaruit spannende, grappige en aaibare dierenverhalen en -gedichten opklinken van kinderboekenschrijvers als Joke van Leeuwen, Gerda Dendooven en Bart Moeyaert, avonturen van een reuzenkever, een spookvlinder, een leeuw van hout, een scharminkel van een bedelhond en een mus achter het behang.

Het dierenfestival biedt voor elk wat wils. Het prentenkabinet van het Museum Plantin-Moretus op de Vrijdagmarkt, dat op de Unesco-lijst van het Werelderfgoed staat ingeschreven, maakte een keuze uit zijn nagenoeg 225 duizend collectiestukken. Er worden fascinerende taferelen getoond, met vissen, mensapen en vogels uit verre tropische contreien, op tal van platen.

Maar je kunt er ook de vermeende beenderen van de reus Antigoon zien. Albrecht Dürer, die al in 1515 een Indische neushoorn in het koper had gegraveerd, mocht ze bij zijn bezoek aan Antwerpen in het stadhuis aanschouwen. Het is maar een van die vele petites histoires waaraan bezoekers op de tentoonstellingen en andere manifestaties van O Dierbaar Antwerpen worden herinnerd.

Er is diep gegraven in het ‘collectieve olifantengeheugen’ van de Antwerpenaren. Zo verzorgde Jacques Kets, de eerste directeur van de zoo, in ‘zijn’ dierentuin een babychimpansee. Het dier werd opgevoed als een mensenkind, at met lepel en vork en dronk champagne. De ‘aap van Kets’ is blijven voortleven in de Antwerpse volkscultuur. Kets’ beroemde museum van curiositeiten in de Kloosterstraat, opgericht rond 1824, trok bezoekers uit heel Europa. Hij had een gigantische collectie opgezette dieren, maar liefst 402 vogels, die later als een rariteitenkabinet naar de dierentuin aan het Astridplein verhuisde. De modale Vlaming, zegt Anja Stas, commercieel directeur van de dierentuin, bezoekt de zoo gemiddeld vier keer in zijn leven, ‘als kind, als verliefde adolescent, als ouder en – zo veel later – als grootouder.’ De dierentuin is een historisch icoon, duizenden keren vastgelegd op familiefoto’s. Er zijn habitués die wekelijks komen, de zoo heeft vele duizenden abonnees, ook heel wat in Nederland. Voor sommigen, weet Stas, is een bezoek zelfs een dagelijks obligaat ritueel.

In het gerenoveerde en vernieuwde Antwerps station verwelkomen een condor en een stier de bezoekers. Het zijn beelden van grootmeesters van de dierensculptuur, de eigenlijke portrettisten van een dierenpark. Buiten, voor de ingang van de nabijgelegen zoo, kuiert een negenkoppige door de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Andries Botha uit ijzer en hout gevlochten olifantenfamilie over het Astridplein.

In een paviljoen op het grote plein, een museumpje met een duiventil nabij de ingang van het Centraal Station waar de vogels elke ochtend door een duivenmelker in stofjas worden gevoederd, ontvangen verhalenverzamelaars in juli en augustus alle mogelijke vertellers van dierenverhalen. Ze zijn op zoek naar nog onontgonnen vertellingen, macabere of anderszins prettige herinneringen aan de eigen goudvis of parkiet, aan bezoeken aan de dierentuin, de Sinksenfoor en de Antwerpse Vogelmarkt.

De zoo, die veel kleiner is geworden door de ontwikkeling van een heel nieuwe buurt bij het station, is allang geen louter dierenpark meer. De Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen legt zich steeds meer toe op ecologisch onderzoek naar het behoud van biodiversiteit en duurzame ontwikkeling. De Maatschappij sympathiseert met de door oorlogsgeweld grotendeels vernielde dierentuinen in Kaboel en Bagdad.

De vroegere ‘menagerieën’ zijn nu onderzoekscentra die met heel wat didactische middelen vooral het publiek bewust willen maken. De dierentuin hoeft geen synoniem te zijn van tergend dierenleed en menselijk leedvermaak. Met het festival 0 Dierbaar Antwerpen markeert de stad – met de nodige humor en opvallend veel plezierige activiteiten – een keerpunt in de geschiedenis van de zoo.

De tijd dat je met zijn vijven of zessen bij zijn kooi stond te schaterlachen om de domme streken van gekke Gust, de populairste gorilla in de dierentuin, lijkt voorgoed voorbij. Apen krijgen ook geen champagne meer geserveerd en hoeven zich niet als mensen te gedragen. De ‘aap van Kets’ wordt meer en meer een vage herinnering, zoals ook de aangespoelde potvissen waarover de jonge Vlaamse dichter en archeoloog David van Reybrouck in een van de festivalboeken mijmert: ‘In sommige musea/ worden uitgestorven dieren dagelijks afgestoft/ tot hun huid er dun van wordt/ zoals een herinnering door eraan te denken.’ Het zou een heel mooi motto kunnen zijn voor dit Antwerps dierenfestival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden