Column Peters leest voetbal

Oogstrelend voetbal hoeven we niet te verwachten, daarvoor hebben we Olesja

Arjan Peters volgt het WK Voetbal en doet daar dagelijks verslag van. Hij kijkt alle wedstrijden en in de rust leest hij een boek. Vandaag aflevering 1: Op het WK, dat donderdag begint, hoeven we geen oogstrelend voetbal te verwachten. Maar daarvoor hebben we Olesja. 

Het spel zal 90 minuten duren, met een korte rust na de 45ste minuut. Na de rustperiode verwisselen de elftallen op het veld van plaats. Bij winderig weer is het daarom voordeliger de eerste helft met nog frisse krachten tegen de wind in te spelen.

Veel meer hoef je niet te weten, om te kunnen genieten van de mooiste interland die in Moskou is gespeeld, en die alleen op papier bestaat: Rusland-Duitsland, in de wervelende roman Afgunst (1927) van Joeri Olesja (1899-1960). Het is zelfs met afstand de mooiste voetbalwedstrijd uit de wereldliteratuur, schreef Dubravka Ugresic vorig jaar nog, in De vos. Omdat dat een roman is, heb ik de schrijfster gemaild met de vraag of zij dit meent. Het antwoord kwam meteen: jazeker! ‘Olesja is modernistisch, dynamisch, cinematografisch.’

Daar heeft Dubravka gelijk in. Stevige bries, kolkende tribunes, en ‘een groene glans van neergetrapt gras over het reusachtige veld, alsof het pas gevernist was’. Het spel waait naar het Russische doel, de scheidsrechter brengt het fluitje al naar de mond, maar de keeper Wolodja ‘ving de bal niet zomaar op,– hij ontrukte hem aan de curve van zijn vlucht en als iemand, die de natuurwetten overtreedt, onderging hij dan ook de straf der op vergelding zinnende krachten. Hij vloog met de bal mee, draaide ermee in het rond, alsof hij eraan vastgeschroefd was.’

Zinderend en visionair. Voetbal is simpel; 22 mannen lopen 90 minuten achter een bal en op het einde winnen de Duitsers, zei Gary Lineker in 1990. En het wordt 0-1, wist Joeri Olesja al in 1927.

Donderdagmiddag zal Rusland wel van Saoedi-Arabië winnen. Oogstrelend voetbal hoeven we niet te verwachten. Maar daarvoor hebben we Olesja, in 1947 vertaald en stom genoeg nooit herdrukt.

De schrijver leek een belofte maar raakte in een schrijfkramp, greep naar de fles, en probeerde nieuwe verhalen die hij maar weer doorstreepte, meldde hij in zijn dagboek: ‘De bladzijden kwamen er prachtig gestreept uit te zien en wekten de indruk dat de levende regels achter tralies zaten.’ Hier past een zachte snik.

 En dat op de openingsdag.