Onzuivere literatuur

Valse bescheidenheid kan Hermanus Frietpot niet worden aangewreven. In de debuutroman van beeldend kunstenaar Michael Tedja (1971) ziet hij het in gedachten al in grote gouden letters op de gevel van het schoolgebouw staan wanneer hij als leerling een geweldige kraak heeft gezet: 'Hermanus Frietpot is de sterkste, de grootste...

Zulke gedachten overvallen hem wel vaker. Net als Leao Leo, Herma Frietpot of de overige personages die als alter ego verschillende facetten van de ikfiguur belichten: ze putten zelfvertrouwen uit rebellie, vinden houvast door te ageren tegen kuddegedrag.

Ambitie kan Tedja niet worden ontzegd. In zijn 'experimentele roman' (van 252 pagina's) verheft hij het doorbreken van conventies niet alleen tot onderwerp, hij streeft het ook in vorm na: de tekenaar en schilder Tedja (winnaar van de Charlotte Köhlerprijs 2001 en genomineerd voor de NPS-Cultuurprijs in 1998) wil 'een polyfoon verhaal vertellen, waarbij de autobiograaf van een afstand naar zichzelf kan kijken'.

'Aantekeningen Uit Tedja's Onderbewuste Bibliotheek in Oorspronkelijk Grootse Retoriek als Fallectomie in Erotiek' heet de roman voluit – op de omslag afgekort tot A.U.T.O.B.I.O-.G.R.A.F.I.E. Die bombastische titel doet denken aan de bestseller A Heartbreaking Work Of A Staggering Genius, door auteur Dave Eggers steevast aangeduid als A.H.W.O.A.S.G.

Ook in de opbouw lijkt Tedja's 'autobiografie' op Eggers' 'memoires'. In de kern is het een rechttoe rechtaan-relaas over een Surinaams-Nederlandse kunstenaar die opgroeit in Vlaardingen. Daarnaast biedt Tedja (net als Eggers) een cocktail van genres. Grafische schema's, filosofisch aandoende bespiegelingen, tekeningen, vragenlijsten, poëzie en een notenapparaat worden ingezet om een rauwe wereld van seks, drugs en diefstal te schetsen. Want Tedja wil 'onzuivere literatuur'. Literatuur waarin tijd, plaats en personages vloeibaar zijn als water. Een holistisch universum waarin de geest vrij rond kan waren en tussen de brokstukken een 'oerverband' ontstaat.

Bepaald geen sinecure. Zeker niet voor de lezer – hoewel Tedja vooral in zijn ritmische rapgedichten zeker geen beroerde schrijver is. De 'oerverbanden' die hij wil laten opdoemen, blijken echter vooral herhalingen. In steeds andere, ronkende bewoordingen biedt Tedja een blik op hetzelfde: op de ikfiguur die het in toenemende mate verdomt om zich aan te passen. Aan de kunstwereld vooral – dat 'schouwtoneel van armoe, strijd en hoererij', waar 'zwakzinnige geesten' de dienst uitmaken. In die wereld voelt de kunstenaar zich 'de onbetwiste oppergod'.

Grootspraak, clichés en drakerigheid, ook daarin lijkt zijn boek op A.H.W.O.A.S.G. Maar Tedja ontbeert op zijn minst één kwaliteit om de Nederlandse Eggers te kunnen worden. Zelfspot. Daarvoor neemt hij zichzelf veel te serieus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden