INTERVIEW

'Onze tekenaars verdienen internationaal meer bekendheid'

Scratches is een nieuw, internationaal en schitterend stripmagazine. De Volkskrant vroeg hoofdredacteur Joost Swarte en vijf andere tekenaars hun 'visuele dialect' te beschrijven.

Cowboy Henk & Dead Dirk. Beeld Herr Seele (op scenario van Kamagurka)

Krassen. Zo heet een splinternieuw stripblad dat Nederlandse en Vlaamse tekenaars over de grenzen beroemd moet gaan maken: Scratches, in het Engels. Natuurlijk wordt er niet in gekrast maar fijntjes getekend, in een bonte verscheidenheid van stijlen. De verhalen gaan over Dode Dirk en over de hemel waar Prince nu is, over dronkenschap en droomlandschappen. Over van alles dus. Scratches zal één keer per jaar verschijnen, maar marginaal kun je het blad niet noemen: groot formaat, gul papier en gevuld door tekenaars uit de hogeschool van de strip. Over een paar dagen wordt het gepresenteerd op de Frankfurter Buchmesse waar Nederland en Vlaanderen gastland zijn, maar het ligt vandaag al in de boekhandel.

Scratches roept in zijn kunstzinnige ambities herinneringen op aan het legendarische Raw waarmee Art 'Maus' Spiegelman furore maakte in de jaren tachtig. Samen met zijn vrouw Françoise Mouly, de latere artdirector van The New Yorker, ontwierp hij toen een 'graphix magazine' dat de artistieke kwaliteiten van het beeldverhaal met verve moest uitdragen. Interessante tekenaars uit Europa en Amerika werden uitgenodigd aan het avontuur mee te doen en één van hen was Joost Swarte. Deze stripmaker, typograaf en architect is nu de hoofdredacteur van Raw's opvolger.

'Uit liefde voor eigenwijze auteurs' was de drukbezette Swarte (1947) bereid veel tijd te steken in Scratches. Het blad wordt uitgebracht door Scratch Books, de Amsterdamse stripuitgeverij waaraan Swarte als adviseur is verbonden. Hij legt uit wat de twee met elkaar te maken hebben. Swarte: 'Het uitgangspunt van Scratch Books was auteurs te presenteren in mooie uitgaven die recht doen aan hun kwaliteit. Meer dan de helft van de boeken die Scratch Books uitgeeft, wordt verkocht in Vlaanderen, hoewel daar minder mensen wonen dan hier. De samenwerking tussen beide landen is dus belangrijk, omdat ze elkaar nodig hebben om voldoende stripboeken af te zetten. Dan nog is het Nederlands een te klein taalgebied om iconen te genereren, maar onze tekenaars verdienen internationaal meer bekendheid.

Dat is het oogmerk van Scratches, dat wordt uitgebracht in het Engels. De oplage bedraagt nu 2.000 exemplaren, maar er wordt gepraat met uitgevers in Frankrijk en de VS, waar de oplagen van stripboeken veel hoger zijn. Ook is er belangstelling van distributeurs uit Duitsland, Spanje, Zwitserland en Groot-Britannië. Vanwege de verwachte extra aandacht voor tekenaars uit de Lage Landen dragen de letterenfondsen van Nederland en Vlaanderen bij aan de kosten van de vertaling in het Engels.

Scratches, Uitgeverij Scratch Books, 29,90 euro. De Frankfurter Buchmesse begint op 19/10.

In zijn voorwoord schrijft Swarte: 'Strips spreken niet één ondubbelzinnige taal. Elke tekenaar communiceert in zijn eigen visuele dialect.' Je zou dus verwachten dat een blad als Scratches een babylonische janboel oplevert, omdat alle tekenaars (het zijn er 33 in totaal) in een andere tongval tekenen. De veelheid aan accenten geeft het blad echter een grote levendigheid en bewijst bovendien dat beeldtaal universeel is: elk dialect is te begrijpen.

De verdeling tussen de stripmakers in Scratches is ongeveer eenderde Nederlands, eenderde Vlaams en eenderde divers. Daarnaast etaleert het blad ook talenten uit het verleden: Mark Smeets uit Nederland, de houtsnedekunstenaar Frans Masereel uit België en de onbekende Manolo Prieto (1912-1991) uit Andalusië. Na de Spaanse Burgeroorlog tekende hij zeshonderd geraffineerde covertjes voor de literaire reeks Novelas y Cuentos, waarvan elke week een deeltje verscheen op krantenpapier. Swarte is in zijn nopjes met deze vondst.

Op het omslag van Scratches afficheert het blad zich als de 'paper highway between artist and reader'. Swarte bedoelt daarmee dat hij jong talent uit de anonimiteit wil halen. 'We presenteren mensen die relatief onbekend zijn en willen de diversiteit van het medium laten zien. Daarbij geven we ruimte aan de auteurs, die kunnen laten zien dat ze niet zijn opgesloten in een bepaald format.' Hij toont de bijdrage van Kristina Tzekova, die met kleurpotlood op filmbeelden 36 keer een springend hert in de branding tekende. 'Verstild én beweeglijk tegelijk.'


Strips op Buchmesse

Tijdens de Frankfurter Buchmesse maken de aanwezige tekenaars vier stripblaadjes: Parade. Onder aanvoering van Joost Swarte (Nederland) en Randall Casaer (Vlaanderen) drukken ze op de risograph (iets tussen stencilmachine en kopieerapparaat in) vier exclusieve nummers. Elk tijdschriftje wordt gedrukt in een oplage van 500 exemplaren en gratis weggegeven. Daarna: collector's item!


Joost Swarte, Haarlem

'Ik breng personages, voorwerpen en decors tot leven met contourlijntjes. De interpretatie laat ik over aan de lezer. Ergens tussen het traditionele schilderen, de fotografie aan de ene kant en het alfabet aan de andere kant, ligt mijn tekentaal.

'Een tekenaar heeft zijn persoonlijke manier van uitdrukken, zijn stijl, de ambachtelijke kant. Een goede ambachtelijke tekening mag indruk maken, maar komt pas tot leven met een sterk persoonlijk verhaal. Een taal is op zichzelf niet zo spannend. Het gaat erom hoe de taal wordt gebruikt en wát er gezegd wordt.

'Ik verzamel tekentalen, mijn bibliotheek staat er vol mee, de klassieken en de vernieuwers door elkaar. Zelf probeer ik op avontuur te gaan binnen het mij vertrouwde idioom - een waaier van ideeën in klare lijnen. Tekenen is een rijk medium. Het kost bijna niets om ermee bezig te zijn, potlood en papier zijn genoeg: een zegen voor de onafhankelijkheid en bijna net zo goedkoop als praten.'

Jopo de Pojo - Where Destiny Leads Me. Beeld Joost Swarte

Bart Nijstad

'In de eerste plaats ligt mijn interesse bij de gewone of ordinaire dingen van het leven. Dat kan bijvoorbeeld een vrouw van middelbare leeftijd zijn die ik op de parkeerplaats van de sportschool een rookworst zie eten. Deze 'normale' wereld probeer ik te combineren met dat wat niet de werkelijkheid is. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om na te denken over buitenaards leven en of er een hemel en een hel zijn. Met de combinatie van deze twee werelden ontstaat een beeldtaal die heel dicht bij mijzelf en mijn fascinaties ligt, geschilderd in een soort jarentachtigfilmposterkitsch.'

Bowie en Prince. Beeld Bart Nijstad

Tobias Tak

'Met gedetailleerde en met waterverf ingekleurde pentekeningen heb ik droomlandschappen gecreëerd die deel uitmaken van een surrealistische wereld, bevolkt door wonderbaarlijke wezens. Soms is er een verborgen betekenis, zoals op de pagina over de Spaanse dichter Lorca en zijn reis naar Cuba in 1930, waar het skelet symbool staat voor de gelijkheid van ieder mens. Lorca schreef dat hij zich niet kon losmaken van zijn Spaanse wortels, maar zich in de eerste plaats toch een citizen of the world voelde. Onder ieders huid is het geraamte aanwezig, dat wat iedereen met elkaar gemeen heeft.

'Mijn stijl is soms realistisch, dan weer gestileerd of zelfs gedeformeerd. Ik ben sterk beïnvloed door de fantasierijke kinderboekillustraties uit de Victoriaanse tijd, zoals John Tenniels tekeningen voor Alice in Wonderland.'

Lorca Landscapes. Beeld Tobias Tak

Herr Seele, Oostende

'Toen ik 18 was, bezocht ik de Documenta in Kassel, waar Joseph Beuys curator was. Ik was toen een jonge conceptuele kunstenaar en Cowboy Henk is een conceptuele strip.

'Henk is een al te roze stripheld. Nu is er een vaalgroene held, Dode Dirk. Samen maken ze zwarte humor. Dode Dirk is geen zombie, hij is gewoon een gestorven stripfiguurtje. Als model voor Dode Dirk gebruik ik het tragi-komische hoofd van Joseph Beuys, de conceptuele kunstenaar. Henk is geen Christus die Lazarus uit de dood wil opwekken. Henk kent zijn plaats in het universum van de strip.'

Cowboy Henk & Dead Dirk. Beeld Herr Seele (op scenario van Kamagurka)

Wasco, Amsterdam

'Ik spreek met het wit van het papier. Ik begin met wat kaders en staar soms lang naar de leegte om daarin iets te vinden. Soms vind ik een piepklein stofje dat dan een oog wordt. Soms geeft de leegte geen antwoord, dan deel ik haar op in kleinere porties. Dan moet de ruimte doormidden en dan misschien nog eens doormidden. Een kaderlijn wordt dan plotseling horizon en opeens zie ik strand, zee en lucht.

'Tekenen doe je met lijntjes, maar die lijntjes hoeven niets voor te stellen. Een mooie lijn is een mooie lijn!'

Phiwi en Tuitel aan zee. Beeld Wasco
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden