Interview

'Onze relatie was niet warm, wel liefdevol'

Het publiek lag aan zijn voeten, maar voor zijn dochter Caroline Kesselaar was Rudi Carrell bijkans onbereikbaar. Tien jaar na zijn overlijden blikt ze terug op haar relatie met de man die in Duitsland een grootheid was in de showbizz.

Beeld Adrie Mouthaan

Uit Die van Carrell

Samen onder één dekentje liggen we naar het plafond te staren. Mijn voeten steken er kouwelijk en verlaten onder uit. Maar bewegen durf ik niet, om alle lichaamscontact te voorkomen.

Het is september 2005 en Rudi Carrell, gevierd showmaster in Duitsland en wat minder gevierd in Nederland, ligt thuis, op zijn landgoed in Syke, onder Bremen, op de bank. Enkele maanden eerder is bij hem longkanker vastgesteld, de prognose is slecht. Hij vraagt aan zijn jongste dochter Caroline, dan 43, om even bij hem te komen liggen. Ze hoopt stilletjes op het delen van een emotie of een anekdote misschien die zij nog niet kent of waar ze samen om kunnen lachen. Die komt niet. Wel passeert zijn mooiste herinnering. Hij had illusionist David Copperfield in zijn programma gehad, en zijn zoontje Alexander was mee geweest naar de repetities. Zij denkt: weer die eeuwige shows. Heb je niks over mij?

Ruim tien jaar later ligt er een boek: Die van Carrell (uitgeverij West). Caroline Kesselaar (53) blikt terug op haar relatie met 'Der Rudi' - geboren in 1934 in Alkmaar als Rudolf Wijbrand Kesselaar, overleden in Bremen op 7 juli 2006. Als kind kende ze hem vooral van de schoolvakanties. Ze was 4 toen haar ouders scheidden. Later maakte ze hem mee als zijn assistent in onder meer Rudis Tagesshow en Die Rudi Carrell Show. Haar vader was na zijn vertrek in 1965 uit Nederland, waar hij succes had met zijn tv-show vol sketches en liedjes, in Duitsland uitgegroeid tot een grootheid in de showbizz.

Kesselaar portretteert een door zijn werk bezeten vader die er nauwelijks in slaagt zijn dochters Annemieke en Caroline de aandacht te geven waar in elk geval de laatste naar hunkert. Een afrekening is het niet geworden. 'Je kunt onze relatie niet warm noemen. Maar wel liefdevol. Hij heeft zijn best gedaan.'

Liever had ze fictie willen schrijven, zegt ze in een café in Amsterdam, ze volgde een cursus aan de schrijversvakschool. Maar iets verzinnen bleek lastig. Telkens weer drongen zich als vanzelf passages over haar vader op. 'Het was toch een verwerkingsproces. Ik kwam er al schrijvende achter dat hij ook met mij bezig is geweest, en ik niet alleen maar met hem. Ik las in een brief van hem: ik hou van je. Dat was mij toen gewoon ontgaan.' Ze schreef, aangemoedigd door man, dochter en enkele intimi, 2,5 jaar aan het boek, legde het een jaar opzij - 'het is te persoonlijk' - en schaafde er vervolgens nog maandenlang aan.

'Ik schrok toen hij me onder dat dekentje vroeg. Zoiets deden we nooit. Hij was compleet ontspannen, hij vertelde honderduit. Maar ik lag helemaal verkrampt. Hij had altijd iets onbereikbaars voor me. Kan het zo werken dat je zoveel om iemand geeft dat je fysiek contact liever mijdt? Ik was nota bene echt een vaderskindje, maar die grens durfde ik niet over.

'Volgens mij heeft die houding nog altijd te maken met de scheiding van mijn ouders. Het was een vechtscheiding. Dat zijn tropenjaren voor kinderen. Aan wie ben je nu eigenlijk loyaal? Wie laat je echt toe? We zijn met hem meegegaan naar Duitsland, maar na één jaar waren we terug in Nederland, in Loosdrecht.

'Rudi was in Bremen alleen maar aan het werk, hij ging ook nog eens vreemd, en mijn moeder zat daar maar, met twee kinderen. Ze is nu 79 en er nog altijd bitter over. Ze heeft het boek nog niet gelezen. Ik weet niet of ze het wil, ik kan er niet met haar over praten. Misschien heeft ze het wel stiekem besteld bij bol.com.'

Uit Die van Carell

Zie je wel, hij was er nooit. Nooit echt.

'De prettigste momenten voor mij waren als ik naast hem zat en we niet veel zeiden. Ik vond die stiltes aangenaam. Maar ik weet niet of dat voor hem zo was. Waarschijnlijk zat hij met zijn gedachten ergens anders, bij zijn volgende show. Hij zuchtte maar wat. O, o. Hè, hè. Ja, ja. Dat was zijn manier van aanwezig zijn.

'Als ik langs kwam, was de eerste vraag: wanneer ga je weer? Dan kon hij het inplannen. Zo was hij. Gestructureerd. Je went eraan, gek genoeg. Ik heb in dat grote huis ook nooit een eigen kamer gehad. Het was echt een logeerkamertje.

'Het ging ook wel verder. Het ging thuis niet zo lekker en ik had gezegd dat ik naar papa wilde. Hij nam me mee op een fietstocht en zei onderweg doodleuk: ik weet dat je denkt dat jij bij mij kunt gaan wonen, maar dát kun je wel vergeten. Afschuwelijk, natuurlijk. Maar aan de andere kant: het was wel duidelijk.'

Uit Die van Carrell

Twee lichtgevende showdeuren schuiven uiteen en daar komt Rudi aangelopen, kwiek en levenslustig. Ik schiet bijna vol. Hij ziet er goed uit, godzijdank!

'Het was zijn laatste publieke optreden op tv, in februari 2006. Hij kreeg de Goldene Kamera als eerbetoon voor al zijn werk. Hij was mager, zijn haar stond steil overeind, hij was doodziek. Maar hij stond er heel sterk te zijn. Hij had op dit moment zitten wachten. Je zag dat hij het hele toneel beheerste. Zijn opkomst, zijn grappen, een stoel die door de lucht vloog toen hij zei dat hij wilde gaan zitten, zijn knieval voor zijn vrouw Simone die in de zaal zat - alles klopte.

'Zo was het altijd geweest: meer regisseur dan de regisseur zelf. Die werden gek van hem. Heb je me nu totaal in beeld? Waarom staat hier geen monitor? Hij schold medewerkers uit. Het moest lopen zoals hij wilde.

'In Nederland heeft hij zich miskend gevoeld. Als ik hier met hem door de Leidsestraat liep, keek bijna niemand. Dan vroeg hij: waarom kijken ze niet? Ze kennen me toch? Meestal begonnen ze pas achter zijn rug te wijzen. Hij snapte het niet. In Duitsland kon hij echt geen stap buiten de deur doen.

'Hij kon het slecht hebben als iemand zei dat het succes vooral te danken was aan zijn rare Duits - alsof hij dat cultiveerde; onzin, zo sprak hij gewoon. Hij zei dan altijd: jullie moesten eens weten hoe hard ik voor dat succes moet werken.'

Uit een brief in het boek, van Carrell aan Caroline,

Er was eens... een meisje, zo begin je. En dan ben jij het die op 10 kantjes onder de scheiding geleden heeft. Nu ben je op een leeftijd dat je zou moeten inzien dat ik net zo goed heb geleden.

'Dit is uit zijn reactie op een brief vol verwijten van mij. Ik was woedend. Hij had vuurwerk gekocht voor Alexander, zijn zoontje met zijn tweede vrouw Anke. Maar op oudejaarsnacht zelf zou hij er niet zijn. Hoe haalde hij het in zijn hoofd? Hij maakte er weer een potje van. Wanneer had hij eens in de gaten wat hij een kind aandeed? Toen ik de brief verstuurde, dacht ik: nu is het voorbij. Dit komt nooit meer goed.

'Maar hij schreef terug en wat hij schreef raakte me. Dat hij had gezien hoe ik naar hem keek toen hij ons in een taxi in Loosdrecht ophaalde voor een dagje uit. Dat hij had gehuild nadat hij ons weer bij mijn moeder had afgezet. Op papier lukte het kennelijk wel zijn gevoelens te uiten. Ik denk dat hij echt contact - zo oog in oog - eng vond. In die brief noemde hij mij zijn kopietje. Hij heeft wel eens gezegd: jij wordt mijn opvolger. Maar dat podiumgen heb ik helemaal niet.

'Het was snel voorbij, het gevoel dat we open tegen elkaar konden zijn. Hij veranderde natuurlijk niet. Ik ging na die brief weer voor hem werken en op de eerste studiodag zei hij: vanaf nu mag je me geen papa meer noemen, ik ben Rudi. Dat was toch weer een klap in mijn gezicht. Hij zal wel hebben gedacht dat het beter voor me was. Zij is niet: de dochter van. Maar zo voelde het niet.'

Uit Die van Carrell

'Caroline, ik wil niet meer dat je langskomt, want het kost me te veel moeite.'

'Het was een paar dagen voor zijn overlijden. Ja, de overtreffende trap van afwijzing. Ik zei nog: als jij dat wilt. Zo werkte het tussen ons: de confrontatie mijden, snel begrip hebben. Ik gaf hem een kus, en dat was het dan. De laatste keer dat ik hem zag. Ik zat huilend in de auto. Nu denk ik: waarom ben ik niet teruggegaan? Waarom zei ik niet: dit flik je me niet! Nu zeg je dat je van mij houdt! Maar zo was onze relatie niet. We zeiden lang niet alles.'

Uit Die van Carrell

Annemieke vroeg of ik erbij wil zijn als hij overlijdt. Ik voel de behoefte niet en papa heeft zijn wens al duidelijk gemaakt.

'Ik denk dat ik beledigd was. Ik heb er geen spijt van dat ik er niet bij was. Hij wilde het niet, klaar. Dan doe ik het ook niet voor mezelf. De dag erna was ik in het ziekenhuis. Hij lag er jammer genoeg niet flatteus bij. Ter plekke besloot ik dat er tegen zijn wil een herdenkingsceremonie moest komen. Het was onverdraaglijk om niks te doen. Rituelen zijn belangrijk. Ik had die nodig om hem te kunnen loslaten.

'Dat het niet overeenkwam met zijn laatste wens, interesseerde me niks. Nabestaanden moeten kunnen doen wat ze nodig vinden om afscheid te kunnen nemen. Ik nam de regie in handen - dit gaan we doen. Ja, zo gedroeg ik me toch als Rudi's kopietje.'


Ongekend Succes in Duitsland

Rudi Carrell begon zijn artiestenloopbaan in 1953 als vervanger van zijn vader, die actief was als entertainer. Hij werkte vanaf 1955 mee aan het radioprogramma De bonte dinsdagavondtrein. In 1959 volgde de overstap naar de televisie. De Rudi Carrell Show kreeg in 1964 de Zilveren Roos van Montreux en een jaar eerder de Nipkowschijf. Bekende liedjes van hem zijn Een muis in een molen in mooi Amsterdam en De hoogste tijd.

In 1965 vertrok Carrell naar Duitsland. Een reeks tv-shows maakte hem daar ongekend populair: Am laufenden Band, Die Rudi Carrell Show, Rudi's Tage Show en 7 Tage, 7 Köpfe. Met Wann wird's mal wieder richtig Sommer? had hij in 1975 ook succes als zanger.

Carrell trouwde drie keer. In 1966 scheidde hij van Truus, met wie hij twee dochters had. Anke Bobbert was zijn tweede vrouw. Met haar kreeg hij een zoon, Alexander. Na de vroege dood van Anke hertrouwde hij met de 36 jaar jongere Simone Felischak. Carrell overleed, 71 jaar oud, in 2006 aan de gevolgen van longkanker.

Foto's van Rudi Carrell en zijn dochter Caroline uit het familiearchief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden