Onze Mijnheer Alexander

'Mijnheer Alexander' is een mooie naam voor een dichter. Hij schrijft brede verzen, alexandrijnen natuurlijk. hij is fraai ouderwets en hij heeft een groot gezag, in kleine kring....

Mijnheer Alexander was mijn eerste dichter. Hij was gekleed in een mooi pak met een hoge hoed; in het deel dat ik las, trouwde hij met Juffrouw Annemarie, als ik het goed onthouden heb. Onderweg naar het stadhuus probeerde hij nog te dichten, de lieve opportunist; het mislukte. Zijn huwelijk is niet in een vers vastgelegd. Geen enkele dichter later leek helaas op Mijnheer Alexander. Ik vergat hem. Maar bij de keuze van Driek van Wissen tot Dichter des Vaderlands kwam Mijnheer Alexander weer in mijn herinnering, met hoge hoed en trouwpak: we hebben nu een echte dorpsdichter; Komrij was te hoog gegrepen voor rampen en partijen. Meer dan een dorpsdichter is een echte dichter des vaderlands ook niet. Meer mag hij niet zijn.

Het leek erop dat Van Wissen niet meer wilde zijn. In rijmen van nederigheid en ootmoed kwam hij binnen. Maar hij was nog niet gekozen of hij wilde als dichter serieus genomen worden, geen dorpsdichter zijn. Voor de radio ging hij zelfs een heel echt gedicht van zichzelf voorlezen, werk van een bejaarde bronsgieter. Als je hem een dichter van light verses noemt - op zich een compliment - zegt hij meteen dat dat 'light' heel zwaar is. Dat is overigens juist, te zwaar voor hem. Daarom haalt hij het niet bij Willem Wilmink, om alfabetisch in de buurt te blijven. Wie hem een rijmelaar noemt, is arrogant. Als ik de virtuoos Ivo de Wijs was, zou ik best rijmelaar genoemd willen worden. Van Wissen is ook geen De Wijs. Hij mag met 'rijmelaar' gelukkig zijn.

Ik denk dat onze mijnheer Alexander meent dat hij als Dichter des Vaderlands een belangrijke plaats inneemt. Ik moet hem teleurstellen: de positie stelt niets voor. Ze leidt ook nooit tot een behoorlijk gedicht, hoogstens wat rijmende conventie. Geen gezeur over Engeland; het gelegenheidswerk van geen enkele poet laureate stelt iets voor. Komrij heeft nogal wat verloren; hij kon wel wat missen en is alweer op zijn oude gewicht. Van de lichtgewicht Van Wissen zal na zijn diensttijd nauwelijks iets overblijven, vrees ik. Hij gaat, God bewaar ons, zijn best doen. Waarom is iemand niet gelukkig als dichter van light verses en als leraar Nederlands in Groningen? En ook nog met een lange stoet bewonderaars?

Mevrouw Benschop, de Heer heeft zeker haar ziel, verkocht een paar miljoen dichtbundels. Een paar miljoen mensen troostte zij als een heilige. Voor duizenden doden was zij het laatste woord. Maandag overlijdt ze en dinsdag hoor ik om het uur op de radio dat de literaire kritiek haar altijd heeft genegeerd. Je kunt toch niet alles hebben. Als mevrouw Benschop een echte dichteres was geweest, dan had ze geen miljoen bundels verkocht en niet zoveel tranen weg kunnen nemen. God zou haar ziel misschien ook niet hebben.

Het geluk en het gelijk van de gemeenplaats heeft ze ontelbaren gegeven. Maar literatuur is er niet voor dat geluk en gelijk. En de literaire kritiek, tot het ongeluk van alle Alexanders, ook niet. Ik geloof niet dat Mevrouw Benschop zelf heeft geklaagd over haar miskenning. Bidden en klagen doen ze alleen in het Oude Testament. Zij was 'een vlinder van God' en maandag heeft de hemelse Prikkebeen haar gevangen. Het is altijd de gemeente die de voorganger onderschat acht, het dorp dat zijn dichter miskend ziet. Hemelhoog en aardediep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden