'Onze literatuur heeft een vorm van sletvrees'

De tijd van studentikoos aanklooien is voor Joost de Vries voorbij. De 31-jarige schrijver is op zoek naar waarden. 'Als je personages geen waarden hebben, kun je niets van waarde zeggen.' Een gesprek over seks, ironie, Grunberg en jonge auteurs naar aanleiding van het verschijnen van zijn essaybundel Vechtmemoires.

Beeld Linelle Deunk

Toen Joost de Vries op de basisschool in Heerhugowaard zat, sloeg hij met enige regelmaat iemand in elkaar. Hij somt de opstootjes op in Vechtmemoires, het eerste essay van zijn gelijknamige bundel, na twee romans - Clausewitz en De republiek - het derde boek van de 31-jarige schrijver en redacteur van De Groene Amsterdammer.


Nadat een klasgenoot een Calippo uit zijn handen sloeg, schopte De Vries - 'met de punt van mijn voet, als József Kiprich' - hem in zijn kruis. Met zijn krukken, opgedaan bij een heupoperatie, sloeg hij een boerenzoon, 'links, rechts, links, rechts', toen die een opmerking maakte. Tijdens korfbal gaf hij een jongen zo'n harde tik op zijn strottenhoofd dat hij geen adem had om het uit te schreeuwen.


In café Kostverloren in Amsterdam-West zit twee decennia later een onberispelijke jongeman met een symmetrisch gezicht. Langzaam roert hij in zijn koffie verkeerd. Een grijs visgraatjasje over een donkerblauwe trui, een plat Seiko-horloge, een blonde lok alsof hij net van de kapper komt, een zelfverzekerde, geduldige dictie - het type old-school intellectueel dat je nog maar zelden ziet.


'Ik weet dat ik overkom als een vrolijk persoon', zegt de Gouden Boekenuil-winnaar 2014. 'Maar ik ben in mijn hoofd heel vaak driftig en geïrriteerd. De hele dag door. Van een lelijke zin in de krant tot iemand voor me op de fiets die niet opschiet. Maar het beïnvloedt mijn gedrag niet. Ik ben nooit chagrijnig.'


De Vries bewaart zijn drift tegenwoordig liever voor zijn schrijven, al vliegt hij ook daar nooit uit de bocht. In zijn onlangs verschenen essayboek Vechtmemoires reflecteert hij op de huidige grootstedelijke cultuur aan de hand van boeken, muziek, films en series. Hij beweegt soepel van The Godfather via Arnon Grunberg naar Girls, van Project X Haren via John Updike naar Vampire Weekend.


Onderwijl legt hij zich in het boek toe op het formuleren van De Regels van Het Leven. Hoe je te verhouden tot ironie? Hoe tot seks? Hoe je te kleden? Hoe een man te zijn in een zachte vrouwenwereld? En hoe intimiteit toe te laten? Meanderend geeft De Vries antwoord op deze vragen, zonder een schoolmeester te worden. Een schoolmeester zou zich niet opwinden over De Nieuwe Preutsheid - om maar iets te noemen.


'Je kunt niet bewijzen dat we tegenwoordig minder seks hebben', zegt hij. 'Maar een bepaalde preutsheid is zeker in opkomst. De leeftijd waarop jongens en meisjes hun maagdelijkheid verliezen gaat omhoog. Facebook censureert onschuldige tepels. Als iemand nu zegt dat hij of zij is vreemdgegaan, valt ieders mond open. Dertig jaar geleden was dat niet zo'n big deal. Waarom was de moraal in de jaren zeventig veel losser en zijn we nu zo preuts geworden? Kijk naar Turks Fruit, een film uit 1973. Als die nu wordt vertoond op SBS 6 worden er seksscènes uitgesneden. Of neem een film als Pretty Woman. Rijke man neemt een hoertje voor het weekend en wordt verliefd. Stel je voor dat die film nu uitkomt. Elke feminist zou crazy worden. Er is een verkramping opgetreden.'

Beeld Linelle Deunk

CV Joost de Vries

1983 Geboren in Alkmaar

2001-2006 School voor Journalistiek Utrecht, studie Geschiedenis Universiteit Utrecht

2007 - heden kunstredacteur De Groene Amsterdammer

2010 debuutroman Clausewitz

2010 Genomineerd voor de Anton Wachterprijs en de Selexyz Debuutprijs

2013 roman De republiek

2013 Charlotte Köhler Stipendium

2014 winnaar Gouden Boekenuil

2014 essayboek Vechtmemoires

Je citeert het veelbesproken essay The Naked and Conflicted van de Amerikaanse schrijver Katie Roiphe. Volgens haar zijn jonge schrijvers too cool for sex.

'Vergeleken met de seksscènes van oudere schrijvers als Philip Roth, Norman Mailer en John Updike, waarin seks een ongeremd genot of een daad van verzet was, is in het werk van de huidige jonge schrijvers seks altijd ongemakkelijk, zelden wordt er ongecompliceerd geneukt. De schrijvers én de personages zijn liberaal opgevoed en schamen zich in zekere zin voor hun seksuele impulsen. Of het nou in de erotische trilogie van Daan Heerma van Voss, Jamal Ouariachi en David Pefko is of in de boeken van Dave Eggers - de seks is allemaal moeizaam en zelfbewust. De personages proberen superieur te zijn aan hun eigen gevoelens. Ze willen niet toegeven dat ze iets willen. Uit zelfbescherming. Het heeft met ironie te maken. We zijn zo goed geworden in naar onszelf kijken, dat we ook willen laten zien dat we superieur zijn aan onze basale driften en lusten. Literatuur heeft een eigen vorm van sletvrees.'


In zijn bundel schrijft De Vries dat ironie gevoelens kan smoren, omdat je niet zegt wat je meent. Ironie wordt gebruikt als 'afstompend valkussen', als afweermechanisme. Ironie leidt volgens hem tot 'een negatie' van het onderwerp: het is doen alsof je niet weet wat het is, terwijl je heel goed weet wat het wel is. Als voorbeeld haalt hij een Facebook-update van collega-schrijver Daan Heerma van Voss aan: 'Kijk, iemand met een naam die op mijn naam lijkt is genomineerd voor de Anton Wachterprijs.'


De Vries: 'Ik begrijp wel dat hij een grapje maakt, natuurlijk. Maar het is exemplarisch. Eigenlijk wilde hij zeggen: 'Kijk allemaal, ik ben genomineerd, wat tof! Maar hij doet alsof het bericht ergens anders over gaat.' Ook exemplarisch is de kreet YOLO: You Only Live Once. 'Dat is een term die amper oprecht gebruikt is. Dan zit je met een vriend in de Starbucks. 'Kom we bestellen nog een tall mocha frappuccino - YOLO.''

Nadat je je druk hebt gemaakt over dit soort dingen, schrijf je dat je bang bent als je grootvader gezien te worden.

'Ik word er zo moe van dat zodra je een moralistische uitspraak doet, je als moraalridder wordt gezien. Ik vind het nobel als mensen duidelijk uitspreken wat ze goed vinden en wat ze slecht vinden. Je stelt je kwetsbaar op. Je kunt erop aangevallen worden.

'Misschien is het de leeftijd. Volgend jaar word ik 32. Ik heb het druk, de tijd van de hele dag studentikoos aanklooien is voorbij. Ik ben moe van mensen die er alleen maar omheen draaien. Cut the crap. Ik ben op zoek gegaan naar waarden. Wat vind ik belangrijk? Ik heb liever dat iemand iets zegt wat hij meent, dan dat hij een coole grap maakt. Daarom ben ik bang dat ik als mijn opa klink. Ik zeg niet dat ik een hekel heb aan mensen die grappige T-shirts dragen of filmpjes van katten posten. Natuurlijk vind ik dat leuk. Ik ga niet als een dominee over straat: zeg elkaar de waarheid!'

De Amerikaanse schrijver James Salter keert telkens terug in je boek. Je gebruikt hem als de maat der dingen. 'Ik geloof dat er een juiste manier is om te leven en te sterven', citeer je hem.

'Ik geloof zeker dat er bepaalde absoluten zijn in het leven: eerlijkheid, trouw, toewijding. Salter zegt in het interview met The Paris Review: 'Als ik een boek lees, denk ik: vertel nou maar het echte verhaal.' Boeken die dat kunnen, raken mij het meest. Ik ben gek op postmoderne romans die bol staan van intertekstualiteit, dat soort boeken schrijf ik zelf ook, maar er moet wel een echte kern in zitten.'

Jij schrijft zelf toch ook ironisch?

'De republiek had ironie als onderwerp. Dat ging over iemand, Friso de Vos, die met een ironische studie bezig was. Hij maakt veel ironische grappen. Maar dat boek ging wat mij betreft juist over het loslaten van ironie en je eigen emoties onder ogen durven zien, hoe moeilijk dat ook is.'

Grunberg serveer je af als schrijver van boeken die zichzelf niet waarmaken.

'Hij schrijft over morele vragen. Kun je neutraal blijven in oorlogstijden, De man zonder ziekte. Hoe bestaat liefde in een wereld die aan de vrije markt is overgeleverd, Huid en haar. Hoe beantwoordt hij die? Met personages die door en door ironisch zijn. Personages die op z'n minst autisten zijn en anderszins papieren creaties. Personages die onvermijdelijk ten onder gaan, duidelijk concepten zijn en geen echte mensen. Ze kunnen geen liefde voelen. Het vraagstuk kun je dan niet beantwoorden. Als je personages geen waarden hebben, kun je niets van waarde zeggen.'

Maar is jouw personage Friso de Vos ook niet door en door ironisch?

'Dat hoop ik niet. Dat boek gaat over rouw en liefdesverdriet. Friso is als Wile E. Coyote, een Looney Tunes-tekenfilmfiguur uit de Road Runner-serie. Hij is zo hyper dat hij niet doorheeft dat de grond onder zijn voeten is weggevaagd. Als hij zich dat eindelijk realiseert, is de val hard. Ik hoop dat de lezer dat voelt.'

Je signeert boeken met: 'Voor Tim, keep it real, Joost.' Best ironisch.

Lachend: 'Ja, maar dat is omdat het godsgruwelijk vreselijk is om te signeren. Ik schreef voor een jongen telkens 'keep it real' en voor een meisje 'shine bright like a diamond'. Wat moet je er anders in zetten? Ik wil ook niet zeggen: jongens, ironie is fout, laten we allemaal super-eerlijk tegen elkaar zijn. Vooral niet, dan zou de wereld in elkaar storten van eerlijkheid. Je wilt toch - en misschien wordt het nu super meta-meta - dat mensen zelfbewust worden van hun zelfbewustzijn. Mulisch schreef over de antisemitische grappen van Reve: als je altijd dezelfde grap maakt, is het geen grap meer. Voor de ironie van nu geldt dat ook. Als je altijd een houding aanneemt, was is er dan nog meer dan die houding?'

De literaire kringen zijn klein in Amsterdam. Was het moeilijk om kritiek te uiten op je leeftijdgenoten?

'Doordat het kliekje dat met Das Magazin geassocieerd wordt - jonge schrijvers als Daan en Thomas Heerma van Voss, Maartje Wortel, Jamal Ouariachi, Robbert Welagen, Hanna Bervoets, Franca Treur, Nina Polak, Yannick Dangre, Niña Weijers, Merijn de Boer en Philip Huff - buitenproportioneel veel aandacht krijgt in de media, lijkt het alsof het een permanente literaire polonaise is in de Amsterdamse binnenstad. Dat is niet zo. De media zien ons graag als hechte groep, als een generatie, maar de generatie wordt niet geduid. Alleen bij elkaar geraapt, op een hoop gegooid. Maar wat hebben ze met elkaar gemeen? Dat heb ik nergens gelezen. Dus ik dacht: ik ga van al die schrijvers het tweede boek lezen. Wat mij opviel, is dat je allemaal personages hebt die vooral dingen níet hebben: geen relatie, geen goede band met hun ouders, geen baan, geen ambitie, geen gevoel voor humor, ze durven niet veel - en ze vinden het allemaal prima. Het zijn personages die het leven op afstand duwen, niet deelnemen aan de maatschappij.


'Stel, we gaan nog twintig jaar zulke boeken schrijven, wat gebeurt er dan? Je kunt die boeken op geen enkele manier spiegelen aan je eigen leven. Het komt erop neer dat je als lezer heel eenzaam bent. Boeken zijn voor mij een manier om mijn plaats in de wereld te bepalen. Maar die reflectie is onmogelijk met deze boeken. En je kunt wel zeggen dat jongeren tegenwoordig keuzestress hebben, moeilijk een baan vinden en zich soms onthecht voelen, maar ze worden wél verliefd, ze hebben wél goede vrienden, en dat zit niet in deze boeken.'

Je vond het dus niet moeilijk om commentaar te leveren op vrienden?

'Nee.'

Je noemt Daan Heerma van Voss drie keer, niet één keer positief.

'Nou ja, die keek me iets minder vrolijk aan de vorige keer dat ik hem sprak, maar ja, jézus, het kan niet zo zijn dat we alleen maar highfivend met elkaar in het café zitten. Als je literatuur belangrijk vindt, vind je het ook belangrijk om daar kritisch over na te denken. Ik heb net iets te vaak jonge schrijvers horen klagen dat recensenten allemaal oude mannen van boven de vijftig zijn. Meld je dan verdomme zelf als recensent! Als Maartje Wortel zich met een mooi stuk bij de Volkskrant meldt, is de Volkskrant echt wel geïnteresseerd. Als Philip Huff zich bij de Groene meldt, zijn wij echt wel geïnteresseerd. Jij bent het literaire debat! Maak er iets van. Als je geen zin hebt of bang bent kritisch te zijn, krijg je inderdaad een doodgeslagen debat. Als je niet stemt, mag je ook niet zeiken over de regering.'

Is het essay een oproep tot engagement?

'Engagement klinkt zo slecht. Ga nu over de problemen met Marokkanen schrijven - dat wil ik niet. Maar het is wel een emotioneel appèl: schrijf over mensen die in het leven staan, schrijf over de momenten die jouw leven hebben veranderd. Dat levert zoveel rijkere boeken op.'

Of dat gebeurt of niet - jij krijgt sowieso gelijk.

Lachend: 'Klopt, er zijn twee mogelijkheden. Of ze schrijven over tien jaar nog dezelfde boeken en dan heb ik met terugwerkende kracht enorm gelijk gehad. Of ze schrijven totaal andere boeken en dan heeft mijn essay heel veel invloed gehad. Het is een win-winsituatie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden