‘Onze grote zoekopdracht is de Nederlandse muziek’

De nieuwe directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest blikt vooruit. ‘Een orkest is nooit af.’

‘Dynamisch, veelzijdig. Vurig, niet bang. Ambitieus, typisch Rotterdams.’ Ziedaar het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) in de ogen van zijn nieuwe directeur, de 41-jarige Belg Hans Waege.

En de klank van Rotterdam? ‘Puur en energiek. Met een grote rijkdom aan kleur. Transparant, en met een vrijheid van toon waardoor de kleur kan gloeien.’

Over een paar dagen begint het Gergjev Festival van het RPhO met een concert op het water van de Rotterdamse Veerhaven. Valeri Gergjev dirigeert – zo is de bedoeling. Waege, begin dit jaar overgekomen van het Antwerpse orkest DeFilharmonie, kent hem nog maar kort, de Petersburger die vorig jaar afscheid nam als RPhO-chef, en naar het London Symphony Orchestra vertrok.

‘Maar in zijn contact met ons voel ik passie en thrill. Ook voor 2010 en 2011 zijn Gergjev Festivals gepland. Hij blijft gemotiveerd, ondanks de overdruk in zijn agenda.’

En Yannick Nézet-Séguin, kortgezegd Yannick, de bruisende opvolger van Gergjev in Rotterdam, die blijft dat met Canadese beleefdheid leuk vinden? ‘In een Gergjev Festival is Yannick gast van zijn voorganger. Maar met een zeer zichtbare plaats. Zelfs voor iemand als Yannick is het goed als zijn voorganger nog altijd een grote meneer is, die blijft komen in het huis waar hij was. Dat betekent: twee sterke mensen. Ik heb daar geen schrik van.’

Was er eigenlijk behoefte aan iemand als de socioloog, statistiekwetenschapper, regelaar en ex-koorzanger Hans Waege, die Jaap van Zweden naar een chefschap van de Filharmonie wist te praten, en het in Antwerpen voor elkaar bokste dat het orkest na 52 jaar de toezegging kreeg van een eigen, nieuw te bouwen concertzaal? Daarmee vergeleken stapt Waege, die bij het RPhO een landgenoot opvolgde die hij eerder al eens opvolgde in Antwerpen (de Vlaming Jan Raes verruilde het RPhO in januari voor het Concertgebouworkest), in een opgemaakt bed.

‘Zeker niet’, protesteert Waege, die sinds januari op weg is zich vertrouwd te maken met de OCW-term basisinfrastructuur, en departementale begrippen te doorgronden als kunstenbreed en bovensectoraal.

‘Iets kan op het eerste gezicht goed gaan, maar dat is tricky. Je moet aandacht besteden aan juist die zaken waar een voorganger minder naar gekeken heeft.’

Dat betekent in concertgebouw De Doelen, binnenkort op te leveren na een grote renovatie (waartoe ruim voor Waeges komst al werd besloten door de Doelendirectie): nieuw mediabeleid voor het RPhO. ‘De traditie van platen opnemen in Rotterdam is afgekalfd. Dat moet anders. Het is nodig voor de internationale profilering. We beginnen met drie cd’s bij EMI. Ook naar nieuwe media wordt gekeken.’

Het betekent ook: ‘Ander repertoire bij het RPhO. Dat bedje is dus helemaal niet gespreid. Het Russische aandeel zal verminderen. Met Yannick zijn we aan het kijken naar een bredere oriëntatie op het grote Franse repertoire. Daarin heeft hij unieke kwaliteiten, die ook specifiek bij het RPhO passen.’

Het betekent verder: ‘De kwaliteit in orde houden. Het basisgevoel moet goed blijven. Het is een publiek geheim dat de periode onder Gergjev geen periode was van indringend repeteren met de chef.’

En wat andere gastdirigenten betreft: ‘De lijst wordt opgeschoond. Dat is cruciaal. De pieken moeten blijven, met de dalen moet het minder. Het RPhO heeft een traditie van concerteren met jonge dirigenten. Vroeger De Waart en Rattle, nu Morlot, Gaffigan, Hrusa. Een debuut waar ik erg blij mee ben, in het komende seizoen, is dat van Philippe Jordan. De ‘jonge opwinding’ moet blijven. Maar er moeten ook ervaren vakmensen bij, echte mensen van het métier, met wie hard gewerkt kan worden.

‘Ze hoeven niet allemaal 70 of 80 te zijn. Ik denk aan veertigers, vijftigers als Kazushi Ono, aan Jukka-Pekka Saraste. Naast groten als Simon Rattle en Frans Brüggen, die we natuurlijk blijven koesteren.’ Omdat een symfonieorkest kunstenaars en repertoire tijdig vast moet leggen en dus jaren vooruit moet plannen, zullen Waeges ‘nieuwe accenten’ niet eerder zichtbaar worden dan in 2010-2011. Waege: ‘En pas echt in 2011-2012. Een kwestie van look and feel.’

Een ‘grote zorg’, zegt hij, ‘gaat over het hedendaagse repertoire. We moeten de noodzaak tot experiment inzien. Daar bedoel ik geen kleine onbekende ouvertures mee, maar repertoirelijnen die we voor langere tijd uitzetten. Het ergste spookbeeld is een orkest dat over twintig jaar alleen nog Beethoven 5 en 9 speelt en het pianoconcert van Tsjaikovski.

‘Ons probleem is dat van de meeste orkesten: dat ze voor nieuwe namen geen publiek meer vinden. Daarom moet de definitie van ‘hedendaags’ breed worden genomen. Met nieuwe klank, vind ik, moeten we een emotionele en intellectuele band maken met een publiek dat niet op de hele muzikale ontwikkeling gestudeerd heeft.

Harmonielehre van John Adams zou gewoon moeten. James McMillan was hier blij met ons, en wij met hem. In deze stad is een zekere ‘duidbaarheid’ nodig. Maar kent iemand het enige recept dat werkt? Onze grote zoekopdracht wordt Nederlandse muziek. Yannick wil het, onze artistiek leider Michael Fine wil het, ik wil het, maar het verstand ervan moeten we alle drie nog ontwikkelen.’

Waege: ‘Een orkest is nooit af.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden