Interview Nile Rodgers

Onze gids deze week: hitmaker Nile Rodgers

Nile Rodgers: ‘Ik kan zonder muziek nu eenmaal niet leven.’ Beeld Els Zweerink

Chic-baas Nile Rodgers, componist van de grootste danshits, van Le Freak tot Get Lucky, geeft steeds minder om het materiële, maar des te meer om de liefde voor Venetië (en Venetiës liefde voor hem).

Nile Rodgers (66) heeft een heerlijke zomer achter de rug. Met zijn band Chic speelde hij op de ‘mooiste festivals ter wereld’. In Nederland stond hij met deze band, die al meer dan veertig jaar een legendarische status heeft in de pop- en discowereld, hoog op de affiches van zowel North Sea Jazz als Lowlands. Tienduizenden festivalgangers zongen de hits die Rodgers in de jaren zeventig en tachtig (mede)componeerde mee. Nummers van Chic zelf zoals Le Freak, I Want Your Love en Good Times; We Are Family van Sister Sledge, Upside Down en I’m Coming Up van Diana Ross, Let’s Dance van David Bowie en Like A Virgin van Madonna zijn nog altijd floorfillers op iedere dansvloer waar ook ter wereld. Aan die machtige rij popklassiekers voegde Rodgers er in 2013 nog eentje toe, Get Lucky, dat hij samen met Pharrell en Daft Punk maakte.

‘Die mannen zijn net als ik altijd bezig met iets nieuws te bedenken. Hoe maak je de mensen blij met muziek? Dat is toch waar het voor mij altijd om gaat.’

Wat niet wil zeggen dat Rodgers zelf altijd flierefluitend door het leven wandelde. ‘Nee, man. Ik heb diverse drugsverslavingen en prostaatkanker overleefd, verloor in 1996 mijn belangrijkste muzikale soulmate (bassist Bernard Edwards, met wie Rodgers in 1976 Chic oprichtte, red.) en dacht zelfs even aan stoppen.

‘Heel even maar hoor’, voegt hij er snel aan toe in de Londense Abbey Road Studio, waar Rodgers ontvangt. ‘Ik kan zonder muziek nu eenmaal niet leven. Er staat altijd een gitaar naast mijn bed en ik speel iedere dag. Ook in de jaren dat ik geen platen meer maakte.’

‘Anderson .Paak, Stefflon Don en Vic Mensa, dat zijn de stemmen van nu. Daar wil ik er meer van verzamelen.’ Beeld Els Zweerink

Het vorige week verschenen It’s About Time is het eerste Chic-album sinds Chic-ism uit 1992. Rodgers heeft er lang aan gewerkt. Aanvankelijk zou het in 2015 al verschijnen, maar toen werd Rodgers ziek. ‘Ik had ook nog twee liedjes, een over Prince, Prince Said It en eentje over David Bowie. Ineens waren zij allebei dood. Ik vond het onkies om die nummers op de plaat te houden. Dus moest ik wat nieuws opnemen.’

Op It’s About Time zoals dat uiteindelijk verscheen, verwijst Rodgers hooguit met zijn funky, uit duizenden herkenbare slaggitaargeluid nog naar het verleden. Heel bewust werkte hij erop samen met artiesten die er op dit moment toe doen of gaan doen.

‘Anderson .Paak, Stefflon Don en Vic Mensa, dat zijn de stemmen van nu. Daar wil ik er meer van verzamelen.’ Wellicht dat hij daar meer aan toe komt in zijn nieuwe functie van Chief Creative Advisor bij Abbey Road, waar hij door de directie van de studio in maart tot werd benoemd.

‘Het is geen erebaan hoor. Ik ga echt hard aan het werk hier. Zoeken en begeleiden van nieuw talent, en muzikanten overhalen om hier in deze studio op te nemen. Dit is een legendarische plek. De Beatles hebben hier hun beste platen opgenomen en ikzelf kom er al sinds ik in 1986 met Duran Duran aan het album Notorious werkte. Dat was een knap lastige klus trouwens, waar we het maar niet meer over moeten hebben. Ik ga toch vertellen wat ik mooi vind? Okee, waar zal ik beginnen?’

1. Muziek: The Beatles Magical Mystery Tour (elpee, 1967)

‘Natuurlijk begin ik met The Beatles. Niet dat deze band zo’n belangrijke inspiratie voor me was. Welnee, rock interesseerde me toen ik opgroeide nauwelijks. Ik was een echte jazzcat. Mijn ouders waren van die heroïne-hipsters. Ja, echt. De hele dag was het een in- en uitgaan van dopeheads, maar allemaal coole gasten hoor. Drugs waren begin jaren zestig ook niet alleen maar slecht voor je, dacht ik. Zo ben ik in ieder geval niet opgegroeid.

‘Dope, jazz en Black Panthers, daar ging het bij ons thuis over. In New York en later in Los Angeles, waar we naar toe verhuisden. The Beatles ontgingen me aanvankelijk. Maar dat heb ik later ingehaald. Hun muziek maakt me vrolijk. Ik kan niet anders dan blij worden als ik ergens een liedje van The Beatles hoor. Dat heb ik met geen andere popgroep.

‘Schrik niet als ik zeg wat mijn favoriete elpee is. Ik word altijd voor gek verklaard maar het is toch echt Magical Mystery Tour. Heerlijk die gekte in de arrangementen. Dat psychedelische, die malle teksten. Neem nou I Am The Walrus: ‘I am he as you are he as you are me/And we are all together’. Je zult maar wakker worden en dat geschreven hebben. Briljant, niks meer aan doen zou ik zeggen.’

‘Magical Mystery Tour is mijn favoriet, heerlijke gekte.’ Beeld Magical Mystery Tour - The Beatles

2. Schrijver: James Joyce

‘Ik hou van teksten die aan de ene kant simpel zijn wat betreft woordkeuze, maar aan de andere kant toch veel diepte kennen. Ik heb het altijd over de twee Jamesen als iemand me naar mijn favoriete tekstdichters vraagt. James Brown, alleen al voor een regel uit zijn nummer Hot Pants, ‘Thinking of losing that funky feeling?/Don’t’. Dit kan zo op een tegel boven mijn bed.

‘Complex simplisme, dat is denk ik waar ik vooral van houd en niemand die dat beter in zich had dan die andere James. Joyce, ja, de schrijver van Dubliners en Ulysses. Hij heeft de naam een moeilijk auteur te zijn. Wat misschien ook wel zo is als je probeert alles in Ulysses een samenhang te geven. Maar zo lees ik zijn boeken niet.

Nile Rodgers: ‘Het is soms bijna een psychedelische ervaring zoals zijn taal bij me binnenkomt.’ Beeld Els Zweerink

‘Ik pak een bladzijde, of een alinea en die lees ik hardop voor. Die woorden, die taal, dat vind ik prachtig. Het is soms bijna een psychedelische ervaring zoals zijn taal bij me binnenkomt. Het plezier dat hij in het schrijven gehad moet hebben spat echt van de bladzijden. Ik doe geen moeite precies te begrijpen wat hij bedoelt. Ik creëer met zijn teksten een eigen fantasiewereld. Dat is wat de beste literatuur bij mij doet.’

3. Stad: Venetië

‘Ik denk er weleens over me in één plaats te vestigen waar ik alles kan doen. Componeren, schrijven, spelen en opnemen. Nu reis ik op en neer van New York naar Connecticut en dan weer naar Londen. Daar woon en werk ik vaak, en heb ik het naar mijn zin. Maar het liefst verblijf ik in Venetië.

‘In andere mooie steden is het altijd de liefde die uit mij komt die maakt dat ik er weer terug kom. Ik hou van New York, maar zal niet beweren dat die liefde wederzijds is. Venetië daarentegen is echt een stad waarvan ik durf te zeggen dat die van mij houdt.

‘Als ik me ergens op een plaats zou moeten terugtrekken voor de rest van mijn leven, dan zou dat Venetië zijn. Ondanks de drukte.’ Beeld ANP

Als ik me ergens op een plaats zou moeten terugtrekken voor de rest van mijn leven, dan zou dat Venetië zijn. Ondanks de stank in grachten. Ondanks de drukte en ondanks al die regels waarmee de overheid daar het uit de hand gelopen toerisme wil beteugelen.

‘Iedere keer als ik kom aanvaren voelt het alsof ik word omarmd. Dat heb ik nergens anders.’

4. Gitaar: Fender Stratocaster (1960), beter bekend als de Hitmaker

Fender Stratocaster. Beeld Redferns

‘Ik heb zo’n tweehonderd gitaren verzameld, maar denk er sterk over ze allemaal te verkopen en de opbrengst aan goede doelen te schenken. Dat is iets van de laatste tijd en heeft misschien met ouder worden te maken. Ik geef steeds minder om bezittingen. Dure auto’s of boten waar ik vroeger mijn geld aan uitgaf, hoef ik al langer niet meer. Kunstwerken koop ik ook niet meer. Nu mogen mijn gitaren de deur uit.

‘Ik wil er één bewaren omdat ik natuurlijk wel muziek moet blijven maken. En dat is de Hitmaker, een oude Fender Stratocaster waar ik al sinds 1973 op speel. Ik kocht ’m op aandringen van Bernard Edwards. Die zag me toen we elkaar begin jaren zeventig ontmoetten steeds spelen op een Gibson-gitaar. Een jazzgitaar, die hij volkomen ongeschikt vond voor de harde funk en disco die we volgens hem moesten gaan spelen.

‘Ik ruilde mijn Gibson Barney Kessel in voor een Fender en kreeg nog driehonderd dollar mee ook. Ineens werd mijn sound een stuk harder en leerde Bernard me de techniek van het snel op en neer over de snaren aaien. ‘Chucking’ noemen we dat en het is al meer dan veertig jaar mijn handelsmerk. Nergens klinkt mijn chucking zo goed als op die oude Fender, die ik dan ook nooit weg zou doen. Verder ben ik eigenlijk aan niks gehecht.’

5. Muzikant: McCoy Tyner

‘Mijn grote held, deze jazzpianist.’ Beeld Getty

‘Jazz was mijn eerste grote muzikale liefde, en is eigenlijk altijd mijn belangrijkste inspiratiebron gebleven. Thuis hoorde ik het de hele dag en hoewel we zelf geen piano hadden, was dit het instrument dat me het meeste beviel. McCoy Tyner, die iedereen kent van zijn werk met tenorsaxofonist John Coltrane, werd mijn lievelingspianist. Hoe hij akkoorden op elkaar laat volgen, en rechter- en linkerhand hun eigen weg laat gaan, intrigeert me nog altijd mateloos. Toen ik mijn eerste gitaar kreeg ben ik hem ook zoveel mogelijk gaan imiteren. Dat klinkt gek natuurlijk, al die pianonoten terugbrengen naar zes snaren van de gitaar, maar ik deed alles op mijn eigen gehoor.

‘Laatst sprak ik met de Britse gitarist Johnny Marr (bekend van The Smiths, red.), die vroeg me van wie ik die rare jazzakkoorden toch had geleerd. Iedereen bewondert me altijd om mijn slaggitaar-spel, en mijn funky chuckin’ spel. Maar Marr was juist geïntrigeerd door mijn akkoordenverloop. Ik verwees hem door naar McCoy Tyner. Dat is de baas, zei ik. Later bedankte Marr me voor die tip. Dat vind ik nou mooi, dat ik iemand die zelf zo goed is op zijn instrument nog iets nieuws kan leren. Dus zeg ik het hier nog maar een keer: mijn grote muzikale voorbeeld was niet Jimi Hendrix of een andere gitarist, maar jazzpianist McCoy Tyner.’

Nile Rodgers: ‘Ik geef steeds minder om bezittingen. Dure auto's of boten: ik hoef ze niet meer.’ Beeld Els Zweerink

6. Film: Strangers On A Train. (Alfred Hitchcock, 1951)

‘Ik was nog een kind toen ik in LA bij mijn oma ging wonen. Daar had ik nogal eens last van astma, zodat ik thuisbleef en de volgende dag een briefje meekreeg. Intussen sneakte ik het huis uit om naar de film te gaan. Op één kinderkaartje kon ik de hele dag film kijken. En als iemand me vroeg waarom ik niet op school was, liet ik ze mijn astma-briefje zien.

‘Die paar maanden bij mijn oma waren de mooiste uit mijn jeugd, omdat ik heel veel films zag die me allemaal zijn bijgebleven. Freaks, waar we de titel van onze grootste hit vandaan haalden, Casablanca en mooist van allemaal: Strangers On A Train van Hitchcock.

‘Die scene waarin een man onder de hard rondtollende draaimolen kruipt, kan ik nog altijd niet zonder hartkloppingen zien. Ik denk achteraf dat het niet goed was dat 8-jarige jongetjes al zulke enge films konden zien. Maar er bestonden toen geen leeftijdsbeperkingen. Van het verhaal begreep ik niks, maar dat maakte me net als met boeken niet uit. Ik maakte mijn eigen verhaal wel. Strangers On A Train riep net als Ulysses later een eigen fantasiewereld op. Het was natuurlijk niet verstandig zoveel te spijbelen, maar ik heb van filmkijken als kind erg veel geleerd.’

‘Die scene waarin een man onder een hard rondtollende draaimolen kruipt, kan ik nog altijd niet zonder hartkloppingen zien.’ Beeld Still uit Strangers on a train

7. Beeldend kunstenaar: Joseph Kosuth

‘Ik geef geen geld meer uit aan kunst. Zoals ik al zei, betekent bezit steeds minder voor me. Maar er is één kunstenaar,

Joseph Kosuth van wie ik misschien toch nog iets ga kopen omdat hij iedere keer weer in mijn leven opduikt. Ik ben niet gelovig maar daar móét een bedoeling achter zitten.

‘Kosuth is een conceptueel kunstenaar die veel met neonlicht werkt. Misschien begrijp ik niet alles, maar ik vind het prachtig.’ Beeld Getty

‘Kosuth is een conceptueel kunstenaar die veel met neonlicht en letters werkt. Ik zag zijn werk voor het eerst in het water midden in Venetië. Krankzinnig want je mag daar helemaal niet met neon de oude stad versieren. Ik vond het prachtig, net als ander werk dat ik daarna tegenkwam. Ook voor zijn installaties geldt dat ik het misschien niet allemaal begrijp, maar dat ik er onmiddellijk zelf iets omheen fantaseer. Zo heb ik dat als kind geleerd. Of het nu om film, boeken, kunst of muziek gaat. Ik pak iets op dat veel te ingewikkeld voor me is, en eigen het me dan op mijn manier toe.’

CV

1952 Geboren op 19 september in New York.

1970 Rogers ontmoet Bernard Edwards in de Sesamstraat-tourband.

1976 Richt samen met Edwards Chic op.

1977 Debuutalbum Chic.

1978 Album C’est Chic, met hits Le Freak en I want your love.

1979 Album Risqué met de hit Good Times.

1983 Chic gaat uit elkaar, Rogers produceert en is medecomponist van Let’s Dance van David Bowie.

1984 Produceert en schrijft met Madonna Like a Virgin.

1992 Hereniging met Bernard Edwards. Chic-album Chic-ism.

2013 Maakt met Pharell Williams en Daft Punk Get Lucky.

2018 Wordt Chief Creative Advisor bij Abbey Road Studio in Londen.

2018 Chic-album: It’s about time.

Nile Rodgers. Beeld Els Zweerink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden