Gids Eka Kurniawan

Onze gids deze week: Eka Kurniawan, ‘de Quentin Tarantino van de Indonesische literatuur’

Beeld Daniel Cohen

Magisch-realisme ‘meets’ maatschappijkritiek bij de Indonesische schrijver Eka Kurniawan, ontvanger van de Prins Claus Prijs en zomaar vergeleken met Murakami en Garcia Marquez. Zijn favorieten gaan heen en weer als zijn werk.

Zeg uitgevers, hoelang moeten we wachten tot jullie weer een roman van Eka Kurniawan in Nederlandse vertaling uitgeven? Jullie weten wel, de man die de Quentin Tarantino van de Indonesische literatuur wordt genoemd. Schrijver van Schoonheid is een vloek, dat prachtige boek dat tegelijkertijd een ­magisch-realistische familiesaga is en een kritische beschouwing van de geschiedenis van zijn land: kolonialisme, onafhankelijkheidsstrijd, de Soeharto-dictatuur en de massaslachting van honderdduizenden communisten. De geesten en de moordenaars buitelen er over de pagina’s.

Die man was in december even in Nederland om de Prins Claus Prijs 2018 in ontvangst te nemen. Vreemd, om met een vertraging van meer dan tien jaar kennis te nemen van zijn oeuvre – want Schoonheid is een vloek schreef hij al in 2002, drie jaar nadat Soeharto was afgezet. Als die roman niet in het Engels was vertaald, hadden we misschien wel nooit van hem gehoord.

Beeld Daniel Cohen

De grootste internationale kranten vergeleken hem met Haruki Murakami en Gabriel García Márquez. In 2016 stond hij op de longlist van de Man Booker Prize voor zijn roman Man Tiger uit 2004. Van recenter datum is Vengeance is mine, all others pay cash, een hilarisch en tegelijkertijd intens schrijnende roman over de jonge Ajo ­Kawir, impotent geworden nadat hij heeft gezien hoe een psychisch labiele weduwe werd verkracht door twee politieagenten. Een beter beeld van het leven van de onderklasse in het hedendaagse Indonesië kun je niet krijgen.

In een Amsterdams hotel licht hij op ons verzoek zijn lijstje culturele favorieten toe. Het is een mengsel uit Oost en West, van folkloristisch en hedendaags, van realisme en het bovennatuurlijke, fictie en maatschappijkritiek. Die laatste mengeling heeft hij in zijn eigen werk tot kunst verheven. Hoe lang je tijdens Vengeance is mine ook het idee kunt hebben dat je een schelmenroman leest – aan het eind van het boek drukt Kurniawan zijn vinger precies op de zere plek:

Beeld Daniel Cohen

‘Er was veel gebeurd in zijn leven, maar hij begreep niet wat daar achter zat. Waarom werd Scarlet Blush gek? Waarom waren er überhaupt gekke vrouwen? Zat er een plan achter? Iets waardoor hij impotent was geworden? Hij wist niet waar dit alles zou eindigen. Hij wist ook niet waar het allemaal mee was begonnen. Hij had zo weinig uitleg gekregen dat hij er nog niet het minste van begreep. Hij kon het aan Iwan Angsa vragen, of Ki Jempes, of oom Bunny. Maar hij besloot het niet te doen. ‘Hoe meer je weet, hoe meer problemen je hebt’, had Gecko gezegd. En meer problemen kon hij niet gebruiken.’

‘Ja’, zegt hij, ‘in die laatste scène is de psyche van de Indonesische lowerclass samengevat. Lees hem maar als een boodschap: maak je kleine leven wat groter. Als je alles aan anderen overlaat, als je niets doet om een beter leven te krijgen, word je impotent.’

CV

1975 Geboren op 28 november in Tasikmalaya. Kurniawan werd de eerste tien jaar van zijn leven opgevoed door zijn grootouders, als tiener ging hij bij zijn ouders wonen in Pangandaran.

1999 Voltooit studie filosofie aan de Gadjah Mada universiteit in Yogyakarta.

2002 Schoonheid is een wond (in 2016 in het Nederlands vertaald)

2004 Man Tiger, Longlist Man Booker Prize International

2014 Vengeance is mine, all others pay cash

2018 Prins Claus Prijs

Kurniawan schrijft naast romans ook korte verhalen, non-fictie, en scripts voor televisiesoaps. Hij woont met zijn vrouw en dochter in Jakarta.

1. Actrice: Suzzanna

‘Ik groeide op in Pangandaran, een middelgrote stad in West-Java. Als 12-jarige glipte ik met vrienden de bioscopen binnen waar films voor volwassenen draaiden. Daar zag ik voor het eerst Suzzanna Martha Frederika van Osch, icoon van de Indonesische horrorfilm. Ze had lang, zwart haar, grote ogen, ze was koud en afstandelijk. Denk je aan Indonesische geesten, dan denk je aan Suzzanna. De verpersoonlijking van een sterke vrouw. Elke film waarin ze speelde, verliep volgens hetzelfde schema: de vrouwelijke geest die tijdens haar leven is vernederd, verkracht, achternagezeten, vermoord, gebruikt na haar dood zwarte magie om wraak te nemen en het recht te herstellen. Er zit maatschappijkritiek in die films, natuurlijk. Vrouwen als slachtoffers van een machosamenleving. Maar op die leeftijd zag ik dat nog niet. Ik ging vooral omdat ik Suzzanna zo mooi vond.’

Beeld Suzzanna

2. Film: De zeven samoerai, Akira Kurasawa

‘Ik ben een groot liefhebber van martial-arts­films. Als kind zag ik vooral slechte vechtfilms. Knokpartijen tussen de good guy en de bad guy. Daar zat geen enkele filosofische gedachte in. Later, als filosofiestudent van begin twintig, zag ik De zeven samoerai van Kurasawa. Het ­verhaal speelt op het Japanse platteland aan het einde van de 16de eeuw. Een stel boeren roept de hulp in van zeven samoerai, de militaire elite zeg maar, mannen met een zeer hoge moraal. De boeren hebben hun bescherming nodig tegen een stel bandieten die hun van hun oogst willen beroven.

‘Die samoerai zijn niet eens hele goede vechters, maar daar gaat het in deze film niet om. Het gaat om hoe ze met die arme boeren samenwerken. Over iets doen voor een ander. Ik denk dat ik daar iets in herkende. Als student aan het einde van de dictatuur van president Soeharto voelde ik me bevoorrecht: ik kwam niet uit een heel arm milieu, kon na de universiteit kiezen voor een succesvolle carrière. Ik had kunnen opklimmen tot de hogere sociale klassen. Maar dan was ik onderdeel geworden van een corrupt systeem. En dat wilde ik niet. Ik koos ervoor om me aan te sluiten bij de beweging die demonstreerde tegen het regime, en in zaaltjes discussieerde over hoe we de onderklasse konden helpen zich sterker te maken.’

Still De zeven samurai - Akria Kurasawa

3. Kunstenaar: Katsushika Hokusai

‘Hokusai is bekend geworden door zijn serie Zesendertig gezichten op de berg Fuji uit ca. 1830. Iedereen kent De grote golf van Kanagawa, het is een iconisch werk. Maar ik kies voor deze prent uit de Hokusai Manga. Vanwege het bovennatuurlijke.

‘Mijn vader was kleermaker en verkocht gezeefdrukte T-shirts. Die maakte hij zelf en ik hielp hem. Ik tekende sjablonen van een mooi landschap, of van de zee, en mijn vader drukte die op de stof. Moeilijke techniek, dat zeefdrukken. Want je moet alle kleuren goed gescheiden houden. Toen ik me op latere leeftijd meer ging verdiepen in beeldende kunst, kwam ik erachter dat de techniek van houtsneden nog veel moeilijker is. Als je weet hoeveel inspanning er voor zo’n prent is geleverd, ga je het werk nog meer waarderen. Kijk hier, die lijntjes, allemaal met een heel dun mesje in hout gesneden, en dan moet je ook nog eens in spiegelbeeld denken, je drukt de afbeelding als een stempel op het papier.’

Beeld prent uit de Hokusia Manga

4. Muziek: Appetite for Destruction, Guns N’ Roses

‘Een van de nummers van de plaat, Knockin’ on Heaven’s Door, stond op de soundtrack van de film Days of Thunder, met Tom Cruise. Vlak daarna, in 1987, kwam dit album uit. Ik had nog nooit een plaat gehoord waarop zoveel muziekstijlen met elkaar werden gecombineerd: blues, rock-’n-roll, heavy metal, ballads. Rocket Queen is mijn favoriete nummer. Vanwege de seksuele toespelingen, de rauwe emotie, de ­directheid en tegelijkertijd de gevoeligheid. Daar hou ik van en zo ben ik zelf gaan schrijven, ook al is het heel on-Indonesisch.

‘Ik zou best wel songwriter willen zijn, maar liedjes schrijven is het moeilijkste dat er is. Je hebt maar zo weinig woorden tot je beschikking. Ik heb het geprobeerd, maar ik kan het niet. Een klein verhaal dijt bij mij al snel uit. Dit vaasje, hier op tafel, zou ik nooit kunnen ­beschrijven zonder erbij te bedenken wie het hier heeft neergezet, wat voor leven die persoon heeft. Songwriters maken een omgekeerde beweging: die kunnen een groot verhaal in iets heel kleins gieten.’

5.  Boek: Honger, Knut Hamsun

‘Ik ben opgegroeid met de sprookjes die mijn grootmoeder vertelde. Niet met boeken. In Pangandaran waren geen bibliotheken en geen boekwinkels, het enige dat je in de stad kon krijgen, bij een stalletje op het busstation, waren de licht pornografische trashy novels, en horror. Zoals ik van B-films naar Kurasawa ging vanaf het moment dat ik studeerde, zo ging ik van de pulpromannetjes naar de ­wereldliteratuur. In de universiteitsbibliotheek had je een hoekje met Amerikaanse literatuur: mooie boeken, geschonken door de ambassade. Steinbeck, Faulkner, Hemingway – die verslond ik. Daarna volgden Engelse vertalingen van Don Quichot van Cervantes, van Dostojevski. Ik droomde ervan schrijver te worden. Daarmee kon ik me onderscheiden van mijn medestudenten. Ik had een romantisch beeld van het schrijverschap, en dat werd alleen maar sterker nadat ik Honger van Knut Hamsun had gelezen, geschreven in 1890, over een jonge man die uit een goede familie komt maar besluit schrijver te worden – en aan de onderkant van de samenleving belandt. Het boek beschrijft vier momenten van echte honger, maar daar gaat het voor mij niet over. De honger is een honger naar kennis.’

6. Zanger: Iwan Fals

‘De Indonesische Bob Dylan. Ik moet eerlijk ­bekennen dat ik de liedjes die hij na 2000 maakte niet meer beluister, omdat ze te metaforisch zijn geworden. Ik hou van hoe hij in zijn vroege nummers kleine verhaaltjes vertelt, over karakters die iedereen in Indonesië herkent: de ­leraar die een vechtende groep jongens uit ­elkaar haalt, het jonge meisje dat zangeres wil worden.’

Beeld HH

7. Boek: Meisje van het strand, Pramoedya Ananta Toer

‘Pramoedya Ananta Toer is misschien wel onze grootste schrijver van de 20ste eeuw. Vijand van Soeharto, hij werd na diens machtsovername in 1965 gearresteerd, hij heeft veertien jaar zonder enige vorm van proces gevangen gezeten. In die tijd schreef hij zijn Buru-­romans, waarmee hij ook in het buitenland ­bekend is geworden. Pramoedya schreef daarin over de koloniale tijd, over het ontwaken van het Indonesische nationalisme. Die boeken vind ik te prekerig: de politieke boodschap ligt er zo dik bovenop.

‘Daarom kies ik voor Meisje van het strand. Daarin krijgt de verbeelding meer ruimte. Het is een klein verhaal over een 14-jarig meisje uit een vissersdorp dat wordt uitgehuwelijkt aan een rijke edelman in de stad. Ze wordt de vrouw des huizes voor het personeel, maar tegelijkertijd blijft ze bezit van haar man en heeft ze niets te zeggen. Als ze een kind van hem krijgt dat hij niet accepteert, wordt ze afgedankt.

‘Ik ben afgestudeerd op het sociaal realisme in de boeken van Pramoedya. Ik wilde weten hoe je politiek activisme en literatuur kunt ­laten samengaan. Al schrijvend ben ik tot de conclusie gekomen dat sociaal realisme niet mijn stijl is. Ik wil de sfeer van B-films en pulp­romans in mijn werk. Er zijn intellectuelen die dat afdoen als populair en oppervlakkig. Maar dan gaan ze voorbij aan het feit dat ik op deze manier ook niet-geoefende lezers bereik. En ze op een subtiele manier toch bewust maak van de maatschappij waarin ze leven. Jongeren zeggen soms tegen me: je boeken zijn wel erg seksueel. Of erg maatschappelijk. Ik lees nooit zoiets, maar ik vond het wel leuk.’

8. Mangastrip: Lone Wolf and Cub, Kazuo Koike & Goseki Kojima

‘Een van de beste mangastrips uit de jaren ­zeventig, over een samoerai die, samen met zijn 3-jarige zoon, de dood van zijn vrouw wreekt door als een huurmoordenaar door het land te trekken. Er zit weinig tekst in de strips, maar de tekeningen zijn zo filmisch en expressief en zo anders dan Lucky Luke en Asterix, strips die ik daarvoor ook wel las. Koike heeft ook nog een andere serie gemaakt, Lady Snowblood. Die gaat ook over wraak.

‘Het is een terugkerend thema in mijn boeken. Maar wraak helpt niet. Zei Ghandi niet: ‘Oog om oog maakt de hele wereld blind?’ Want er zit geen einde aan.’

Beeld Lone Wolf and Cub

9.  Film: Amores Perros, Alejandro G. Inárritu

‘Veel beter dan zijn latere films Babel en 21 Grams, die al te veel aangepast zijn aan de smaak van Hollywood. En daardoor te soft zijn geworden. In Amores Perros zit een gewelddadigheid die ik herken. In de openingsscène zit bijvoorbeeld een hondengevecht. Die hebben we in Indonesië ook, maar dan tussen honden en wilde zwijnen. Ik werd vroeger al door mijn oom meegenomen naar die illegale, extreem wrede gevechten. Die waren altijd ergens op een achterafplek in een dorp. Rondom werd gegokt. Later ben ik me gaan afvragen: waarom willen mensen zien hoe twee dieren elkaar kapot scheuren? Ik denk dat het antwoord is: omdat de mannen, want dat zijn het, en vaak uit lage sociale klassen, hier hun eigen frustratie over hun leven, hun eigen woede en wreedheid op kunnen projecteren, zonder zelf te hoeven vechten. Het is hun uitlaatklep. Hun ondraaglijke leven wordt zo een beetje draaglijk.’

Beeld still Amores Peros
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden