Onze columnisten schrijven brieven aan de overledenen van 2017

'Jammer dat ik je nooit heb ontmoet'

Esther Gerritsen, Rob Vreeken, Aleid Truijens, Peter Middendorp en Martin Sommer schreven ieder een brief, gericht aan iemand die in 2017 het leven gelaten heeft. Martin schrijft Ootje Oxenaar -  de ontwerper van de guldenbriefjes - dat hij de zonnebloemen op het 50 guldenbriefje mist, en Esther vindt het jammer dat ze pornoster Shyla Stylez nooit heeft ontmoet: ze had haar zoveel willen vragen.

Van links naar rechts: Louise Hay, Manuel Noriega, Denis Johnson, Shyla Stylez en Ootje Oxenaar.

Lieve Shyla,

Deze herfst vond je moeder je in bed, levenloos. Je was pas 35 jaar oud. Ik weet niet waaraan je bent overleden. Dat hebben ze niet bekendgemaakt. Het is de jonge leeftijd waarop je stierf die me nieuwsgierig naar je maakte, en dat je bekend bent, maar niet bij mij. Je hebt in ontelbaar veel films gespeeld en prijzen gewonnen, maar er zijn heel veel mensen die geen flauw benul hebben wie je bent. Ze keken niet naar jouw films of keken er wel naar, maar onthielden jouw naam niet. We zagen allemaal weleens een pornofilm, maar wie kent de acteurs bij naam?

Ik beschouw de pornowereld als een andere wereld, een onderwereld, een parallelle wereld, en ik niet alleen. Op de culturele pagina's in onze kranten wordt van alles gerecenseerd, maar zelden een pornofilm. Ik weet niet of je gelukkig was in jouw wereld. Waarom vraag ik me dat af? Omdat ik me dat niet kan voorstellen? Is dat echt zo? Of praat ik ook maar domweg na wat me is verteld?

Shyla Stylez, porno-actrice (1982 - 2017)

Shyla Stylez Beeld getty

Het lijkt me een wereld waar je niet gemakkelijk uit kunt stappen en dat ligt niet aan jouw wereld maar aan de mijne. In de pornowereld kun je geprezen worden, beroemd en geliefd zijn. Je vrienden in hetzelfde vak zijn trots op je, je fans bewonderen je. Maar daarbuiten bestaat die bewondering niet. Dus als je eens wat anders wilt gaan doen, je begint een bakkerij, want je houdt van taartjes bakken, dan zul je de porno de rug moeten toekeren. Je klanten verwachten dat je nu beter weet. Stel je voor dat je alles waar je gisteren trots op mocht zijn, vandaag moet vervloeken. Dat is nogal een stap.

Ik vond op internet een artikel over jou, geschreven na je dood, door een vriend van je, een vroegere minnaar. Hij haalt herinneringen op en vertelt dat jullie uit eten gingen in een Mexicaans restaurant. Jij zat tegenover hem, gekleed in een topje met een rits in het midden. Steeds als hij even weg moest om te bellen en terugkwam was de rits iets verder naar beneden. Ik heb foto's en films gezien van je borsten, ik kan me voorstellen hoe overweldigend ze in zo'n topje zijn. Toch vond ik het een opmerkelijke herinnering om te delen met het publiek. Ik dacht meteen: wat een rare mensen, rare kleren, rare borsten. Maar dan schrijft die vriend wat hij toen zag: 'Een meisje dat heel graag aardig gevonden wilde worden.' Dat was stom genoeg niet in mij opgekomen, dat dit ook de taal was die je sprak, met je lichaam, met je kleding. Maar natuurlijk. Ik wil ook graag dat de mensen me aardig vinden. Ik doe daar veel voor, meer dan ik trots op ben. Ik gebruik er meestal woorden voor. Is dat zo anders dan borsten? Lieve Shyla, het is jammer dat ik je nooit heb ontmoet.

Liefs, Esther

Beste Manuel,

Het leven is niet rechtvaardig voor je geweest. Je was het troetelkind van de Verenigde Staten, maar toen ze genoeg van je hadden, verjoegen ze jou uit de ambassade van de Heilige Stoel, waar je je toevlucht had gezocht, door dagenlang aan één stuk door snoeiharde rockmuziek te draaien, tot jij en de nuntius er hoorndol van werden. I Fought the Law van The Clash werd je ondergang. Sindsdien heb je je leven voornamelijk achter tralies doorgebracht.

Waarom stuurde George Bush sr. eind december 1989 een invasieleger om je af te zetten, na twintig jaar trouwe dienst? Vanaf begin jaren zeventig, ruim voordat je president van Panama werd, zat je tot je nek in de drugshandel, en al die tijd deed Washington een oogje toe. Dankzij jou kon de cocaïne uit Zuid-Amerika de neus van de consument in de VS bereiken. Al die tijd kreeg je jaarlijks 150 duizend dollar toegeschoven door de CIA. Je was een son of a bitch, maar wel een nuttige. Je hielp de Amerikanen tegen alles in de regio wat links en subversief was, je infiltreerde de vakbonden bij de United Fruit Company en uiteraard was je de sluiswachter van het Panamakanaal. Verder was je vooral een dictator van het miezerige slag. 'De Ananas', werd je genoemd, vanwege je pokdalige gezicht, ook dat nog.

Manuel Noriega, dictator (1934 - 2017)

Manuel Noriega Beeld getty

Ja, je was corrupt. Soit. Je nam het niet zo nauw met de mensenrechten. Maar legio juntaleiders in Latijns-Amerika waren veel erger. Jouw dodenlijst was kinderspel bij die van mannen als Pinochet en Videla. Toch werden zij door de VS gesteund of zelfs in het zadel geholpen. Jij moest, uiteindelijk, weg. Je was te eigenwijs geworden.

De VS hadden indertijd overigens nog een nuttige son of a bitch. Saddam Hussein moordde zijn Koerdische bevolking uit met gifgas, maar omdat hij oorlog voerde tegen Iran werd hij door Washington uit de wind gehouden. Wie Saddam wilde veroordelen, vond in de VN de Amerikanen op zijn weg.

Ik vertel dit allemaal niet, Manuel, om aan te tonen dat de Verenigde Staten in hun buitenlandse politiek niet eerlijk zijn, of niet consequent. Als alle landen een consequent beleid zouden voeren, was de wereld er beroerder aan toe. Ik vertel het juist omdat tegenstrijdigheden inherent zijn aan de internationale politiek, en eigenlijk aan het leven als zodanig. 'Dit zijn mijn principes', zei Groucho Marx. 'Als ze je niet bevallen, heb ik andere.' Oorlog en diplomatie, hypocrisie en rechtvaardigheid, brille en stupiditeit, eigenbelang en idealisme ze maken dat de wereld blijft draaien. We kunnen de Amerikanen deze tweeslachtigheid niet verwijten, hij zit in onszelf. Als de VS een fout staatshoofd verjagen, spreken we daar schande van, als ze hem laten zitten zeggen we: waarom grijpt Washington niet in? Het is niet goed of het deugt niet. Van precies die dubbelzinnigheid, Manuel, was jij het slachtoffer en daarmee ook de verpersoonlijking. In die zin hield je ons allen een spiegel voor. Jij kreeg meer dan verdiend je niet verdiende loon. Wij kregen Donald Trump. Dan toch liever vier jaar The Clash.

Hartelijke groet, Rob

Beste Louise,

Hoe is het daar, op de Eeuwige Jachtvelden? Saai hè? Grazige weiden, zachte lammeren, wuivend graan: het moet daar één lange, geeuwerige zondagmiddag zijn. Want de leuke mensen, de loltrappers, de nerveuze rokers en drinkers, de aardige twijfelaars die zich hompelend en fouten makend door het leven slaan maar ook lol hebben, die wonen natuurlijk niet in jouw wijk daar. Dat weet ieder kind dat godsdienstles heeft gehad.

Jij zit daar op een A-locatie. Want jij was handelaar in het Goede. Op je nog springlevende website laat je ons weten: 'In the infinity of life where I am, all is perfect, whole, and complete.' Het is je gegund, hoor.

Op aarde had je je zaakjes goed voor elkaar. Miljoenen wanhopige mensen heb je verleid met die superieure glimlach. Je bestsellers Je kunt je leven helen en Heel je lichaam staan in talloze huiskamers. Je winkel draait nog altijd. Op Twitter kondig je glunderend de Ican do it-kalender 2018 aan. Heb je er nog wat aan, daarboven, aan die miljoenen?

Louise Hay, auteur van zelfhulpboeken (1926 - 2017)

Louise Hay Beeld Hollandse Hoogte / Camera Press Ltd

Op 30 augustus overleed je. Niet aan een enge ziekte, dat zou antireclame zijn geweest. 90 ben je geworden. Toch niet de 150 die wij volgens jou makkelijk kunnen halen. Niet gehinderd door medische kennis peperde je ons in dat dodelijke ziekten het gevolg zijn van 'verkeerde' gedachten. Van wrok, angst en haat die ons afweerrsysteem ondermijnen. Een tumor is een kluwen onverwerkt verdriet. Aids zou voortkomen uit 'ontkenning' van homoseksualiteit.

Artsen, doodsbenauwd voor broodroof, bleven het ontkennen, maar jij wist: iedereen kon kanker of aids zelf genezen. Met behulp van die wezenloze glimlach, die je krijgt als je iedereen vergeeft. Door veel van jezelf te houden alsof gebrek aan eigenliefde hét probleem in onze samenleving is. Door negatief nieuws over wereldleed te negeren. En vooral door de 'affirmaties' uit jouw boeken te herhalen, zoals 'I no longer choose to believe in pain' en 'Life brings me only good experiences'. Murmel die voor je uit en de kanker smelt als sneeuw voor de zon.

Niet dat je die theorie ooit met feiten hebt bewezen. Je beweerde dat je jezelf van een fatale vaginale kanker had genezen, die het 'gevolg' was van een verkrachting. De ware gelovige maalt niet om bewijs.

Met al je gezemel over liefde heb je schade aangericht, Louise. Je hebt mensen, die toch al de pech van een akelige ziekte hadden, opgezadeld met schuldgevoel. Je hebt hun wijsgemaakt dat ze die ziekte zelf hadden geproduceerd, met verkeerde gedachten. Jij vertelde mensen die boos en verdrietig waren om de streek die hun was geleverd, en bang voor de dood, dat die angst en wrok hun ziekte juist voedden. Hielpen de positieve gedachten niet, dan waren ze alsnog een loser. Zo vergalde je de laatste maanden van velen. Liefdelozer kan het niet. Om maar te zwijgen van de zieken die door jouw kletspraat niet, of te laat, naar een dokter gingen.

Het leven is een leerschool, schrijf je. De dood misschien ook. Misschien kom je ex-patiënten tegen, daarboven, die je vertellen hoe je zieke mensen wél kunt steunen en troosten.

Tabé, Aleid

Beste Denis Johnson,

Verslaving begint niet bij het begin, maar later pas, als je je plotseling ergens bevindt, uit de mist bent opgedoemd. Of eigenlijk is het bij nadere beschouwing juist de mist die ineens is weggetrokken. Jij was er al. Allang, zover je weet.

Je werkt 's nachts in het ziekenhuis, achter de balie van de Eerste Hulp. Althans: jij werkte daar. Ik niet. Toen ik Jesus' Son las, de roman waarin je hierover vertelt, werkte ik als tafelruimer in het selfservicerestaurant van de dierentuin.

Er is net een patiënt binnengekomen met een jachtmes in zijn linkeroog, dat tot aan het gevest in zijn hoofd is gedreven. Hij kan geen vuist meer maken, maar verder mankeert hem niets. Hij is zelf komen wandelen van drie straten verderop.

Denis Johnson, schrijver (1949 - 2017)

Denis Johnson Beeld getty

Je hebt een collega die gek is. Alleen de gezichten van gekken gaan nog voor je open. Hoewel de vloer van de operatiekamer al uren brandschoon is, blijft hij dweilen, terwijl hij klaagt: 'Wat een derrie, wat een bloed.'

Je vraagt: 'Waarom huil je?' Hij zegt: 'Huil ik? Jezus, ik huil. Wauw.' Dus je loopt naar hem toe en vraagt: 'Wat heb je allemaal gestolen?' En: 'Heb je nog wat over?' Daarna graai je in zijn zakken, slikt een handvol en verdeelt de rest.

Zo had ik het ook gedaan, dacht ik toen ik het las. Iets voorzichtiger misschien, maar dat was de leeftijd, had ik eerst naar een doosje of een bijsluitertje gevraagd, omdat je toch wilde weten hoe ze heetten en hoeveel je er per etmaal mocht.

In het kantoortje bel je een oogarts uit bed, en een hersenchirurg, als die collega binnenloopt met een jachtmes in zijn hand. 'Hoe kom je aan dat mes?', vraag je. 'Welk mes?' zegt hij. 'Dat mes in je hand! Heb je dat... uit het hoofd van de patiënt getrokken?' 'Welk hoofd?' zegt hij. 'Welke patiënt?'

Later de patiënt is wonderlijk ongedeerd gebleven rijden jullie naar Canada, en dat had ik ook gewild, omdat ik Jesus' Son had gelezen als een aansporing om het leven als een toeschouwer aan je voorbij te laten gaan. Laissez-faire, laissez-passer, hier hoor je niet bij, niet echt, nooit echt; het is ook niet echt, daar begon het al mee.

Toen je stierf, greep ik naar Jesus' Son. Nu pas zag ik dat de roman de herinneringen zijn van een herstellende verslaafde, vanuit de kliniek verteld, de periode kort erna. Intussen moest ik hebben geleerd dat ook verslaving een vorm van contact zoeken is, want het slot, dat ik me als 'een beetje saai' herinnerde, trof me nu het meest.

Je werkte in een instituut voor mensen met ziekten die je pas leert kennen als je er zelf een krijgt. Je had een vriendin met korte ledematen, maar jullie rompen waren wel van hetzelfde formaat. Fysiek knapte je op, je humeur werd beter. Al bij al was het een gelukkige tijd, schrijf je, want je had nooit geweten, nog nooit had je 'ook maar één ogenblik lang gedacht dat er een plaats zou zijn voor mensen als wij'.

Peter

Geachte heer Oxenaar,

Wat vindt u nou van de bitcoin, als ontwerper? Hij ziet eruit als een munt uit het geldpakhuis van Dagobert Duck, zou ik denken. Plastic geld dat gouden bergen belooft maar eigenlijk niet echt bestaat. En dat klopt ook, aangezien het een virtuele munt is. De bitcoin bewijst dat geld niet alleen een waarde vertegenwoordigt maar ook uiterlijk de spiegel van de samenleving is.

Ik zag een oud vraaggesprek waarin u mopperde over het papiergeld van de euro. Klootloze afbeeldingen, vond u, van vale, niet bestaande kerkramen en romaanse bruggen van Niemandsland naar Nergenshuizen. Als er angstig geld bestond, zouden het de briefjes van de euro zijn. Afbeeldingen van echte bruggen zouden maar nare nationale gevoelens laten opborrelen bij de mensen. Nee, dan de biljetten waarmee u in de jaren tachtig en negentig het land opvrolijkte.

De snip van 100 gulden, de feloranje zonnebloemen van 50, en als klapstuk de vuurtoren van 250 gulden. Dat was pas geld! U was de Cruijff van de bankbiljetten en Nederland het land dat zich door niemand iets liet wijsmaken. Op vakanties trokken wij onze neuzen op voor de grote Franse flappen van tweederangspapier. Die werden met spelden in stapeltjes bij elkaar gehouden. Dan had je de Italiaanse flodderige minibiljetjes van 1.000 lire waarvoor je niet eens een cappuccino kon kopen. Hoe de marken en de ponden eruitzagen, weet ik niet eens meer. Wij Nederlanders hadden de zonnebloem en de snip van Ootje Oxenaar!

Ootje Oxenaar, grafisch ontwerper (1929 - 2017)

Ootje Oxenaar Beeld Dijkstra b.v.

Gek dat zo'n briefje in je portemonnee zo de stemming kon bepalen. Ik weet heus wel dat onze soevereiniteit destijds zoals ze zeggen een halve minuut bedroeg, namelijk de tijd om de koers van de gulden aan te passen aan die van de Deutschmark. Wij leefden in de zalige gedachte van een land dat beter was dan de rest. Wij stuurden boze ansichtkaarten naar bondskanselier Kohl vanwege racistische aanslagen in Duitsland. In Nederland was geen racisme. Wij ijverden voor een federaal Europa, en kregen het lid op de neus van landen die alleen uit waren op hun eigenbelang. Dat was naar. Wij waren als enigen bereid om de Moslims in Srebrenica te beschermen. Enfin laten we het daar maar niet over hebben.

Een paar jaar later trok minister Zalm breed lachend de eerste euro's uit de muur. En al snel was de stemming daarover verzuurd. Het regende klachten over prijsverhogingen, terwijl de minister stug volhield dat hier sprake was van perceptie. Niet de echte temperatuur, maar de gevoelstemperatuur speelde de euro parten. Het was waar: de euro was geen snip en geen zonnebloem. Sindsdien is er vast veel verbeterd in het leven. We krijgen vandaag aan de dag via officiële SCP-onderzoeken te horen dat we in Nederland gelukkig zijn. We denken in elk geval niet meer dat we de besten zijn. Dat is een opluchting. Maar één ding is beslist niet beter geworden. En dat is het geld. Uw geld.

Hoogachtend, Martin Sommer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.