Onwaarschijnlijk gezelschap van Aert Schouman

Kunst - Dordrechts Museum

Aert Schoumans pauw heeft een rothumeur. Zijn kaketoes hebben swag. Zijn kemphanen ogen alsof ze zin hebben in een potje matten - duh. Het Dordrechts Museum maakte een schitterende tentoonstelling over Schouman en zijn tijd.

Behangsel met landschap en exotische vogels, en op de achtergrond een molen, 1788.

Staat er opeens een boze flamingo tussen de molens. En hij staat er niet alleen. Op het sierbehang met Hollands landschap dat de 18de-eeuwse Dordtse schilder Aert Schouman ontwierp voor stadhouder Willem V is ook een ijsvogel afgebeeld, een tamme duif, een krakeend, een bergeend, een witwangfluiteend en een jabiroe. Het is een onwaarschijnlijk gezelschap, maar niet onaantrekkelijk. Wie aardigheid heeft in 'de edele en bevallige gestalten der vogelen' kan bij het werk van Schouman zijn lol op.

Het Dordrechts Museum heeft een schitterende en complete tentoonstelling over hem gemaakt. Alles is er: de olieverfschilderijen, de waterverf-tekeningen, de sierbehangsels, de kopieën naar 17de-eeuwse meesters en de gegraveerde glazen - alles, en meer. Zo worden de waterverftekeningen van vogels vergezeld door opgezette exemplaren uit Naturalis en hangt een portret van een verzamelaar naast een kabinet met schelpen en naturalia.

Aert Schouman, Beeldende kunst, Een Koninklijk Paradijs: Aert Schouman en de verbeelding van de natuur, Dordrechts Museum, t/m 17/9.
Catalogus: Waanders, euro29,95.

Zulke objecten zijn meer dan vrijblijvende vulsels of gemakzuchtige pogingen het onderwerp op te leuken. Ze geven een beeld van de kunstenaar en het milieu waarin hij verkeerde; de man én zijn tijd.

Een succesvolle man. Aan prestigieuze opdrachten had Schouwman (1710-1792) geen gebrek. Gedecoreerde kamers-in-het-rond voor de Middelburgse burgerij, een illustratieklus voor de publicatie over zeldzame dieren van Arnout Vosmaer.

In 1786 begon de hoogbejaarde Schouman aan de decoratie van een vertrek van het Stadhouderlijk Kwartier in Den Haag. Hij schilderde struiken, bomen en beesten uit Willem V's menagerie, zoals een wild zwijn, een damhert, een Indische olifant en een orang-oetan die nog een tijdje bij Vosmaer in had gewoond en daar op een avond een fles wijn soldaat zou hebben gemaakt. Ook het eerder genoemde behang met de chagrijnige flamingo maakte deel uit van deze opdracht.

Vogels in een uitheems landschap en vogels en een hond in een parkachtig landschap, 1766.

De schilderingen werden ten tijde van de Bataafse republiek verwijderd en bleven 150 jaar in de opslag, maar zijn nu in gerestaureerde staat en oorspronkelijke opstelling in het Dordrechts Museum te zien. Die had ik niet willen missen.

Wat ik wél kon missen? Best nog veel, ongelukkigerwijs. De bijbelstukken, die vrij middelmatig zijn bijvoorbeeld, en de topografische landschappen. Vooral die laatste vallen tegen. Het zijn de bekende impressies van buitenhuizen en parken en vlijtig harkende tuinmannen. Ik wilde er iets in zien, dwong mezelf er als een 18de-eeuwer naar te kijken, iemand die het tekenachtige boven het schilderachtige stelt, maar zonder effect; als ik eerlijk ben vond ik er geen fluit aan. Te tam en gelijkmatig. Invuloefeningen, dat zijn het.

Schoumans nauwgezette stijl stoort minder bij onderwerpen die van zichzelf al kleurrijk en exotisch zijn: bloemen, wilde dieren en vogels. Van die laatste vereeuwigde hij er honderden, in- en uitheemse soorten: amazones, toekans, gieren, et cetera. Deze werken zijn zeer geslaagd. De details zijn luisterrijk, hun houdingen zijn levendig, wat knap is, aangezien ze vaak zijn gemodelleerd naar opgezette exemplaren. De haartjes op het kopje van de parelhoender, het lillende nekvel van de kalkoen - Schouman gaf het trefzeker weer.

Het bleef niet bij weergeven alleen. Schouman voegde ook iets aan zijn vogels toe: karakter. Zijn pauw heeft een rothumeur. Zijn kaketoes hebben swag. Zijn kemphanen ogen alsof ze zin hebben in een potje matten - duh. Het zijn diertjes met een persoonlijkheid, die op elkaar reageren en bij wie je makkelijk een verhaal kunt bedenken. Over die flamingo die op weg was naar zonnige oorden, maar in Zuid-Holland belandde, bijvoorbeeld. Zonder bagage. Dan wil je wel boos kijken.

Aanvullingen en verbeteringen: In de recensie van de tentoonstelling over het werk van schilder Aert Schouman in het Dordrechts Museum werd de verkeerde uitgever van de catalogus genoemd. De uitgever van 'Een koninklijk Paradijs: Aert Schouman en de verbeelding van de natuur' is WBooks.

Roodsnaveltoekan, 1748.

Harde tik

Aert Schouman beheerste de kunst van het stippelgraveren, een tijdrovende techniek.

Schouman was niet alleen een kundig schilder, tekenaar en kopiist, hij was ook bedreven in glasgravure, of preciezer, het stippelgraveren. Dat was destijds een relatief nieuwe kunstvorm. Zij was uitgevonden door Schoumans stads- en tijdgenoot Frans Greenwood. Eigenlijk was deze techniek het negatief van de oudere glasgraveerkunst: door de lichte in plaats van de donkere delen van een voorstelling weg te tikken, ontstond een effect vergelijkbaar met dat van wit krijt op bruin papier. Het was een moeilijke en tijdrovende kunstvorm. Men nam een helder stuk loodglas. Daarin tikte men met een diamantstift kleine putjes. De kracht van de tik was bepalend. Een harde tik gaf een groot putje. Een zachte tik een kleine. Een scheve tik: ovaal. Al tikkende kwam Schouman tot gedetailleerde voorstellingen, zoals een rozentak of een man die zijn hoed licht en, aardig droste-effect, een glas heft. Het was liefdewerk. Schoumanverdiende er niets mee.

Aert Schouman beheerste de kunst van het stippelgraveren, een tijdrovende techniek.

Schouman was niet alleen een kundig schilder, tekenaar en kopiist, hij was ook bedreven in glasgravure, of preciezer, het stippelgraveren. Dat was destijds een relatief nieuwe kunstvorm. Zij was uitgevonden door Schoumans stads- en tijdgenoot Frans Greenwood. Eigenlijk was deze techniek het negatief van de oudere glasgraveerkunst: door de lichte in plaats van de donkere delen van een voorstelling weg te tikken, ontstond een effect vergelijkbaar met dat van wit krijt op bruin papier. Het was een moeilijke en tijdrovende kunstvorm. Men nam een helder stuk loodglas. Daarin tikte men met een diamantstift kleine putjes. De kracht van de tik was bepalend. Een harde tik gaf een groot putje. Een zachte tik een kleine. Een scheve tik: ovaal. Al tikkende kwam Schouman tot gedetailleerde voorstellingen, zoals een rozentak of een man die zijn hoed licht en, aardig droste-effect, een glas heft. Het was liefdewerk. Schouman verdiende er niets mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.