Onvermoeibaar zelfbespiegelaar

Welkome, royale bloemlezing uit het werk van de onlangs overleden Rogi Wieg laat zien dat hij een natuurtalent was. Jammer van de slordige uitgave.

Arjan Peters
null Beeld .
Beeld .

Zijn leven lang schouwde Rogi Wieg naar binnen. Als dichter keek hij naar 'het voorwerp op je schrijftafel/ dat je zelf geworden bent', stelde vast dat niets dat buiten hem gebeurde somber was, dus dat het in hem moest zitten, en omschreef zijn gesteldheid in 'Vergeef me' (1987): 'Wat mij beangstigt is niet/ dat het leven virtuoos is, en niet veel meer,/ maar dat op grond van je bestaan een lotsverbondenheid/ ontbreekt. Zoals de zee en de golven/ verbonden zijn door dat enorme blauwe,/ zo ben je alleen.'

Natuurtalent

Ontwrichte sonnetten, daar leken veel van de verzen op in de bundel Toverdraad van dagverdrijf waarmee Wieg in 1986 officieel debuteerde. In de jaren daarvoor had hij bij kleine uitgeverijen een paar bundels uitgebracht waarin hij ook al treurde om het verlies van zijn jeugd - let wel, toentertijd zelf nog een jongeling van 19, 20 zijnde. 'Ben niet meer een metertje leven,/ zacht slapend voor de kachel,' dichtte hij in Tijd is als een nekschot (1982): 'Ergens liggen nog kleine pyjama's/ geurend naar ouderwets waspoeder./ En speelgoedbootjes voor in bad,/ potjes met chemische stoffen van later,/ ondeugende boekjes, gele postzegels,/ tranen, hechtingen, vader, moeder,/ dag en nacht.' De achteloze voltreffer van 'hechtingen', dat zowel kan wijzen op afleesbare kwetsuren als op bindingen met dierbaren, laat zien dat Wieg een groot natuurtalent was.

Hij moest het doen met zichzelf. Zijn Hongaarse ouders, die in 1956 naar Nederland waren gevlucht, waren moeilijk bereikbaar, als we op de gedichten afgaan. De vader was zwijgzaam, de moeder gaf de kleine Rogi in de ochtend een kus 'en waarschuwde niet te vergeten/ dat alles wel voorbij zou gaan.'

Als onvermoeibaar zelfbespiegelaar schreef Wieg een zestiental bundels met verzen die dikwijls enigszins uit het lood hingen, met wisselende regellengtes en soms hortende ritmes, en in zijn geval was dat onderdeel van zijn charme. Hij putte uit een arsenaal aan zachte woorden als vogel, maan, wind, lamplicht, zee en water, maar op zo'n manier dat we ze alleen als doekjes voor het bloeden konden zien. Angsten, remmingen en complexen waren zijn materiaal en hij ontleedde die met zo'n nauwkeurigheid, dat het de lezer bijwijlen op de zenuwen kon gaan werken. Hem zelf ook trouwens: 'ik bemerk/ dat ik steeds vaker denk: gedichten dat is meidenwerk' (uit Spek van mooie zijde, 1993).

Euthanasie

Een monument van mentale ontwrichting, dat is het dichterlijk oeuvre van Rogi Wieg, die 52 jaar is geworden en aan wiens leven op 15 juli jongstleden een eind kwam doordat hem euthanasie werd toegestaan. Na een groot aantal jaren van malaise en verzen die kreunden onder de woorden dood, zelfmoord, isoleer en bajes publiceerde Wieg de laatste jaren enkele opzienbarende bundels, Khazarenbloed (2012), Afgekapt dichtwerk (2014) en een paar sterke losse verzen in de catalogus met beeldend werk De kleine schepper en in het tijdschrift Extaze (beide 2015). De gedichten liepen weer soepel, waren soms bij alle pijn ronduit humoristisch, en er stonden duurzame regels tussen: 'We hebben, als we niet te vroeg/ sterven, allemaal de jeugd van ons/ leven', 'Ik haal de lijnen leeg met natte, doorgehuilde was', en 'Vandaag weer een eerste vers. Ik/ ben in leven als pijn waaruit/ de vlammen slaan op een veld/ dat brandt en de nachthemel bijlicht', een slotstrofe uit mei van dit jaar.

De bloemlezing Even zuiver als de ongeschreven brief is royaal, maar niet definitief, al was het maar vanwege slordigheden: op de flap heet Wiegs bundel uit 1986 zowaar Toverdraad van dagverblijf, en in het boek zelf Toverdraad van tijdverdrijf. Twee keer fout! En 'laten we nog even met elkaar naar/ bed gaan, na het ontbijt, voordat/ ik bang wordt' is nog beangstigender dan wanneer het correct gespeld zou zijn, maar niettemin verkeerd. Een samensteller die in de eerste zin van zijn inleiding de woorden 'mij' en 'ik' bezigt, doet de zaak al evenmin goed.

Laten we dit boek zien als de welkome opmaat naar de verhoopte Verzamelde Gedichten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden