Onvermoede schoonheid vanuit de lucht

Wie zijn vliegerfoto’s bekijkt, raakt vaak eerst ontregeld, en gaandeweg gefascineerd. ‘Een object in het landschap moet niet simpel te herkennen zijn’, zegt Gerco de Ruijter....

Door Arno Haijtema

Niet bij iedereen krijgen de vliegerfoto’s van Gerco de Ruijter het onthaal waarop hij hoopt. Laat hij het resultaat zien van zijn werkzaamheden op het land van een boer, zegt die niet: wat een práchtfoto, maar: ‘Kijk eens hoe keurig ik dat veld heb gemaaid!’ Stuurt hij een boer een afdruk, als dank dat hij op diens land heeft mogen rondstruinen, ‘dan krijg ik zelden respons’, zegt De Ruijter, en lacht er vrolijk bij.

Vliegerfotograaf is hij. Inderdaad, hij laat een camera op aan het touw tussen de vlieger in de lucht en hemzelf, de vliegeraar. Met de afstandsbediening laat hij de camera op een hoogte van tussen de 20 en 100 meter opnamen maken, met de lens recht naar beneden.

Van wat hij het ‘abstract realisme’ noemt dat daar uit voortkomt, leeft de kunstenaar De Ruijter (1961) al sinds 1993. Zijn foto’s hangen nu in de New Yorkse Aperture Gallery en, sinds het afgelopen weekeinde, op een speciale expositie in het Fries Museum in Leeuwarden. ‘Ik hoef er niets naast te doen, ik hoef me alleen maar met de fotografie bezig te houden. Da’s het mooiste, toch?’

Hij leeft niet meteen als een vorst, in zijn huis met werkruimte op de begane grond in een arbeiderswijkje in Overschie – met aan het einde van de straat de A13 tussen Delft en Rotterdam en op een paar kilometer afstand Rotterdam Airport. Een lawaaiig plekje, met de snelweg ‘als het ruisen van een rivier’ achter de geluidsschermen. Wel met een achtertuintje. En lekker dicht bij het open weidelandschap waar hij tien jaar (tot 1998) woonde in de gekraakte boerderij Halfwege, en zijn carrière als vliegerfotograaf begon.

Aan de muur van de woonkamer in Overschie hangt een van de 2 meter brede panorama’s die hij, met behulp van de vlieger, maakte boven Saeftinghe aan de Westerschelde. De lineaalstreep van een dijk, evenwijdig eraan het regelmatige patroon van rijen aardappelplanten in het veld, en daaraan grenzend de grillige tentakels van kreken en getijdenstromen in donkere klei en zand. Landbescherming, cultuurgrond en natuur in één foto met talrijke tinten rood, groen en grijs.

De foto is kenmerkend voor het werk van de De Ruijter, die meestal het Nederlandse landschap en het passen en meten van zijn bewoners met de schaarse ruimte tot onderwerp kiest. ‘Een industrieterrein, ernaast een recreatiegebied, en daar weer naast een gebied dat wordt teruggegeven aan de natuur. Al die gebruiksfuncties kan ik makkelijk op één foto laten zien, een oppervlakte van hooguit 300 bij 300 meter. Dat typeert ons land.’

Op de grond ziet het er misschien treurig uit, die onooglijke, fantasieloze bedrijfshallen, de ongeregelde woestenij van wat eufemistisch ‘nieuwe natuur’ heet. Maar vanuit vliegerperspectief biedt de aanblik een onvermoede schoonheid. De Ruijters werk combineert abstractie met herkenbaarheid. ‘Ik interesseer me in de textuur van landschappen, in hun structuur, in de vlakverdeling. Een object in het landschap moet in mijn werk niet simpel te herkennen zijn. Als dat overheerst, wordt het niks met de foto.’

Wie zijn werk bekijkt, raakt vaak eerst ontregeld, en gaandeweg gefascineerd. Die lichte vlekken in het groen, dat blijken schapen op een dijk. Dat strepenpatroon – schaduwen van boomstammen in een sneeuwlandschap. Die krijtstrepen op een schoolbord – sporen van schaatsers op een ijsvlakte. Als je wilt, kun je genoegen nemen met de lijnen, kleuren en ritmes op De Ruijters foto’s. Maar prettig is het wel, de herkenbaarheid van het landschap dat aan zijn werk ten grondslag heeft gelegen.

Die kwaliteit heeft ongetwijfeld meegespeeld bij het besluit van Atelier Fryslân, een in landschapsinrichting gespecialiseerd bureau, De Ruijter te vragen werk te maken voor de tentoonstelling Uitgesproken Plekken in het Fries Museum. De Friezen werden uitgenodigd op een site kenbaar te maken welke landschappen in hun provincie zij dermate mooi of ergerniswekkend vonden dat zij het de moeite waard vonden Gerco de Ruijter met zijn vlieger en camera erop af te sturen. Om zo rijkdom van het land, en de bedreigingen ervan te tonen.

De Ruijter: ‘Bij Friesland denk je vooral aan weidelandschap. Maar er zijn ook laagveen, hoogveen, heide en morenes, de stuwwallen uit de ijstijd, bij Gaasterland. Nu is het er nog tamelijk open en ongeschonden. Maar als Friesland niet uitkijkt, gaat het Zuid-Holland achterna. Wordt het opgezadeld met zo’n treurig coulissenlandschap, met eindeloze kantoren-, industrie- en bedrijventerreinen en hier en daar een plukje weiland.’

Dertig plekken werden door de Friezen genomineerd om door De Ruijter te worden gefotografeerd. Niet allemaal bleken ze geschikt, maar op twintig plekken heeft hij inmiddels de vlieger opgelaten. Boven een scheepswerf in Workum, het oude kerkje van Sandfirden en de machtige zeedijk tussen Zürich en Harlingen. Joure werd als een van de weinige plekken genomineerd wegens de veronderstelde lelijkheid. Er staan bedrijfsgebouwen op de foto, met ernaast een motorcrossbaan. ‘De bandensporen gaven een prachtig patroon in de aarde, prachtig contrast met die anonieme bedrijfsdozen.’

Het klinkt zo eenvoudig, De Ruijters werk. Naar het adres rijden, vlieger oplaten, op de afstandsbediening drukken, en dat herhalen tot het filmpje vol is. Maar zeker voor iemand die, zoals hij gewend is, zijn eigen weg te gaan en zich mede door de wind te laten leiden, was het in Friesland niet altijd makkelijk te voldoen aan de wensen van de opdrachtgever.

Eerst bestudeerde hij de exacte locaties op Google Earth. ‘Vervolgens heb ik vanuit een hotelletje in Leeuwarden verkenningen gemaakt. Ik regelde toestemming om het land te betreden van boeren en bestudeerde wat ik precies zou fotograferen. Dan schreef ik ook op mijn kaart uit welke richting de wind moest waaien om het juiste beeld te krijgen.’

Een goede voorbereiding is het halve werk. Hij heeft een vlieger van wel 5 vierkante meter, voor als er weinig wind is, en een kleintje voor als het stevig doorwaait. Soms moet hij vroeg op, als hij wil dat de zon uit het oosten schijnt, soms moet hij wachten tot zij al laag in het westen staat, zodat de schaduwen lang zijn en het licht zachter – allemaal factoren die het eindresultaat beïnvloeden. En dan nog speelt de factor toeval altijd een rol in zijn werk.

‘Natuurlijk heb ik veel ervaring, zodat ik ongeveer weet hoe de foto’s worden. Maar er is altijd een element van verrassing. Pas als de films zijn ontwikkeld en ik de contactafdrukken zie, weet ik of ik tevreden kan zijn. Juist die spanning voedt mijn nieuwsgierigheid: ik wil altijd iets fotograferen wat ik nog niet gezien heb. En dat lukt met de vlieger als hulpmiddel altijd.’

Het is mede te danken aan zijn toenmalige vriendin, dat hij als student aan de avondopleiding van de kunstacademie in Rotterdam met het fenomeen vliegerfotografie in aanraking kwam. Onderweg naar haar huis kwam hij langs een vliegerwinkel, met in de etalage het boekje Fotograferende Vliegers. Kocht het en was óm.

‘Ik studeerde op de afdeling tekenen en schilderen. De meeste studenten maakten er van die Per Kirkeby-achtige composities. Een vlak vullen, het doek een slag draaien, weer een vlak vullen. Ik werd er heel moe van. Ik wilde iets schilderen dat gebaseerd was op iets tastbaars.’

De eerste vliegerfoto’s maakte hij met wegwerpcameraatjes, boven de gekraakte boerderij Halfwege. ‘Met de filmpjes ging ik naar de eenuurservice, en dan maar zenuwachtig op de stoep wachten of het wat geworden was.’ Aanvankelijk zouden de foto’s dienen als basis voor ‘echte’ kunst, voor zeefdrukken of litho’s. Maar het was een docent op de academie die De Ruijter in 1992 overtuigde dat zijn foto’s zo goed genoeg waren. Dat ze zo als volwaardige kunstwerken konden bestaan.

Zelf vergelijkt De Ruijter zijn werk wel met hengelen. ‘Het is natuurlijk vrij idioot. Soms wacht ik een hele dag op de juiste omstandigheden, hoewel er ook dagen zijn dat ik in anderhalf uur de foto wel heb. Net als vissen heeft dit iets meditatiefs. Het vergt geduld en concentratie.’

En net als veel vissers heeft ook De Ruijter zijn favoriete stek: de Grevelingen in Zeeland. ‘Het is er zo stil en weids. Er zijn kreken en er is een beetje getijdestroming, het is een schitterend dynamisch landschap.’ Steeds dieper dringt hij door in het wezen van het landschap. ‘De kleuren veranderen met de seizoenen. Dan vliegt er een zwerm meeuwen onder de camera door. Dan komen er hekrunderen aanlopen. Er gebeurt van alles.’

Zolang hij in staat is de vlieger te hanteren – ‘het is fysiek best zwaar als de wind aanwakkert’ – zal hij plezier beleven aan het Nederlandse landschap. ‘Het is voortdurend aan verandering onderhevig. Het is een lapjesdeken die nooit verveelt. Straks kan ik misschien weer over het ijs naar gebieden lopen die nu niet te bereiken zijn. En sneeuw verandert de aanblik van het land zo enorm.’

De nazomer heerst maandag nog net, in Overschie. Maar Gerco de Ruijter kan bijna niet wachten tot het winter wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden