Onuitroeibare misverstanden

Het fluiten van bommen

Na de eerste luchtaanvallen van de Israëlische luchtmacht op Zuid-Libanon besloot de helft van de Nederlanders in deze regio Libanon te verlaten.

Het Journaal liet beelden zien van ouders met hun kinderen op straat, wachtend, om per bus via een lange maar veilige omweg geëvacueerd te worden naar Syrië. Plotseling klonk er vlakbij een explosie. Schokkende camerabewegingen: een moeder krimpt ineen terwijl op de achtergrond een zwarte rookkolom opstijgt. De ouders vertrekken, zeggen ze tegen een verslaggever, voor de kinderen. Een 4-jarige heeft de hele nacht niet geslapen, een jongen heeft zijn vader verteld dat hij soldaten heeft gezien. De hele nacht het lawaai van ontploffingen. Als ze blijven, zullen de kinderen getraumatiseerd worden. De camera zoomt in op het beteuterde gezicht van een meisje van een jaar of tien.

Deze beelden staan haaks op de jeugdherinneringen van de schrijver Bob den Uyl (1930-1992) aan het bombardement van 14 mei 1940 op Rotterdam. 'Oorlog is leuk' *) luidt de titel van het korte, autobiografische verhaal dat werd opgenomen in de bundel Een zachte fluittoon (1968). Den Uyl heeft in dit verhaal zijn eigen jeugdervaringen verwerkt.

Zo begint het: 'Luister goed, het is oorlog. Wat kan een jongen van tien jaar zich beter wensen. Eindelijk een onderbreking in de sleur van naar school gaan. Nooit eerder is de mogelijkheid dat de school met al zijn schriften en boeken vernietigd wordt zo nabij geweest.' Als na het bombardement de rook is opgetrokken, gloort er hoop. Zou de meester het overleefd hebben? Die woonde toch ergens in de binnenstad? 'Hij is dood, je zal het zien!'

Helaas, de christelijke Juliana van Stolbergschool achter het toegangspoortje in de Rodenrijselaan 74 staat aan de verkeerde kant van de brandgrens. Door de windrichting is de school ontsnapt aan de voortrazende vuurzee die van huis naar huis oversloeg in de smalle straten van het oude centrum. Niet alleen de school, ook die vreselijke schoolmeester in bruin pak, achterovergekamd golvend haar, en minachtende kikkermond, blijkt het bombardement te hebben overleefd; hij staat weer gewoon voor de klas.

Maar de oorlog gaat gelukkig ook door. Vanuit de woonkamer op de derde verdieping in de Tak van Poortvlietstraat kan hij het heel goed zien: 'Kleine stiftjes vallen uit de rompen, duikelen naar beneden en verdwijnen in de rook.' Hij kijkt naar de vliegtuigformaties, naar luchtgevechten met cirkelende en duikende Spitfires, Stuka's, Hurricanes en Fokkers. De hemel is een filmdoek waarop een geweldig spannende film is te zien.

Den Uyl heeft gezegd dat de oorlog, de lagere school en de huiselijke omstandigheden zijn werk hebben beïnvloed. Nadere uitleg geeft hij niet. In een interview met Wim Sanders in het literaire tijdschrift Horus (januari 1975) zegt hij: 'Je had toen die gevechten aan de Maasbruggen, in de Waalhaven en zo, op het vliegveld met die parachutisten en dergelijke. Ik was toen nog te jong om daar alleen heen te mogen, maar het was nog de periode van "oorlogje kijken", weet je wel. Dan gingen we met de tram naar de oorlog kijken. Zo was die geest een beetje. Toen kwam dat bombardement, dat begon bij het centrum en daar woonden wij niet. We stonden gewoon voor het raam te kijken, dat was erg leuk, of leuk, ik vond het leuk, mijn vader vond er geen pest aan. Die was toen thuis gebleven van zijn werk en stond voor het raam te vloeken. Ik vond het wel mooi, die grote rookwolken en die bommen, die zag je uit het vliegtuig loskomen, 't was net een film. Nou ja, toen kwamen ze bij ons in de buurt, bij ons in de straat zijn nog een paar bommen gevallen, achter ons en voor ons. De grond begon te dansen en dan hoorde je de huizen instorten en dat was minder leuk natuurlijk hè. Die dingen hebben geen blijvende invloed nagelaten, maar wel, ja god, die sfeer...'

Je zou kunnen zeggen dat deze invloeden, die een mengeling vormen van angst, avontuur, geborgenheid en gevaar, zijn gemoedsgesteldheid h

ebben gevoed, die permanent deel zal blijven uitmaken van zijn leven en werk: een zeker onbehagen. In zijn jeugd werd de kiem gelegd voor zijn latere belangstelling voor oorlogen. Vooral de waanzin en de zinloosheid ervan. Maar in de oorlogsjaren ligt tevens de oorsprong van zijn latere angsten.

In interviews heeft hij vaak gezegd dat hij als kind 'nooit bang' is geweest, maar deze uitspraak verdient enige nuance. De voortdurende dreiging van vliegtuigen en de desastreuze gevolgen van bombardementen en verdwaalde bommen moeten hem een latent gevoel van onveiligheid hebben gegeven dat op het moment zelf werd overheerst door de sensationele gebeurtenissen die plotseling kleur gaven aan de grauwe werkelijkheid. Bijna twintig jaar later heeft de angst zich ondubbelzinnig gemanifesteerd.

Als hij eind jaren vijftig een psychiater raadpleegt om van het stotteren af te komen ('Ik bleef wel eens hangen op een woord.') adviseert deze hem in psychotherapie te gaan. Hij komt in contact met Olga Rodenko, de zus van de dichter en schrijver Paul Rodenko. In het interview in Horus zegt hij: 'Toen heb ik op een bepaald ogenblik in die therapie een enorme... ik heb 't altijd beschouwd als het loskomen van iets, toen ik in een stoel zat te lezen heb ik plotseling een angstaanval gehad. Een ontzettend angstgevoel, en dat had ik nog nooit gehad. Dat kende ik nog niet, paniek! Daar ben ik een week of zes ziek van geweest, er kwam nog een soort hartkloppingsaanval bij.'

Hij lijdt aan agorafobie, de angst om op plaatsen of in situaties te belanden waaruit je niet kunt ontsnappen, waar geen hulp is bij een paniekaanval. Hij durft niet meer de straat op, niet door tunnels, niet in de lift, tram, trein of auto. Het is alsof hij met terugwerkende kracht alsnog die hele oorlog voor zijn kiezen krijgt. Het voordeel is dat zijn doorleefde angsten de beslissende draai geven aan zijn schrijverschap. De authenticiteit van de verhalen in zijn eerste bundels vallen prachtig samen met de absurdistische wereld van Kafka, door wie hij sterk wordt beïnvloed. Alles valt op zijn plaats.

Het is proza dat als een fietswiel op je af rolt, even verwonderlijk als vanzelfsprekend. Zijn stijl is bedrieglijk eenvoudig, zonder pathos of kapsones. Maar onder het humoristische en absurdistische schuilt voortdurend de authenticiteit van de angst die hij in zoveel verhalen heeft verwerkt. Bijvoorbeeld in 'Het jongetje met het waterhoofd' (Vogels kijken, 1963), waarin hij zijn oefeningen tegen straatangst heeft verwerkt. Als therapie begint hij met korte afstanden. Naar de brievenbus of telefooncel in de buurt, precies als in het verhaal: 'Lopen en nergens aan denken. Tel tot honderd of zeg in gedachten een gedicht op, had de dokter gezegd, doe wat je wilt maar zorg dat je gedachten niet afglijden. Oefen je er in.'

Of in 'Brekend glas' (Een zachte fluittoon), waarin het personage De Galande is te lezen als een projectie van Den Uyls eigen angstneuroses: 'Het bleek dat hij [De Galande] het slachtoffer was van de meest merkwaardige dwanghandelingen. (...) Hij leed aan een hele groep van straat- en pleinvrezen. Soms kon hij ineens geen straat oversteken of een bepaalde straat inslaan. Pleinen kon hij de ene dag zonder moeite kruisen, andere dagen weer was hem dit volkomen onmogelijk.' Den Uyl beschouwde zijn angstgevoelens als een goede en tegelijkertijd vervelende vriend. Aan de ene kant leidden zijn angsten tot een hypergevoeligheid voor details, aan de andere kant maken ze het leven onberekenbaar; elk moment kan de paniek toeslaan.

Tegenover 'Oorlog is leuk' staat een ander verhaal dat hij op 23-jarige leeftijd schreef en dat, in ernst, een heel andere werkelijkheid van de oorlog beschrijft. Het betreft het titelloze verhaal - zijn 'eerste publicatie' - dat later, in 1968, zou worden opgenomen in de bloemlezing Jong gedaan (Singel 262, Querido). De hoofdpersoon is op hongertocht naar het platteland. Hij fietst op een mistige winterdag over een l

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden