Ontwerper Karim Rashid

Wat eerst Philippe Starck was, wil de Amerikaanse ontwerper Karim Rashid nu zijn: de pleitbezorger van het democratisch design. Vanaf deze maand in Nederland te koop: de stoelen die hij ontwierp voor het merk Label....

Echt succes kreeg hij pas met een vuilnisbak. Een glooiende flashy vuilnisbak met de naam van een knappe filmster, The Garbo (1996). Acht tot tien dollar, nu vijf miljoen keer verkocht. En nee, het ging hem niet alleen om het woordgrapje 'garbage-garbo'. Gooi uw aardappelschillen weg in een echte Karim Rashid en uw leven zal mooier, beter worden.

Karim Rashid, zegt Karim Rashid, is geen ontwerper. Hij is een designfilosoof, ja, 'een culturele provocateur'. Zo één die er prat op gaat nauwelijks te lezen, maar inmiddels alweer zijn tweede boek uit heeft gebracht: na I want to change the world, nu Evolution.

De vuilnisbak was slechts het begin, begrijpen we. Rashid, de man die zegt pas echt goed een tandenborstel te kunnen ontwerpen als hij 'de maatschappij en de mens volledig heeft doorgrond', heeft de designocracy uitgeroepen: 'Dit is de tijd dat design betaalbaar is geworden, zodat iedere geest kan worden aangeraakt met diversiteit en schoonheid'. De wereld moet dan wel eerst opnieuw worden vormgegeven. In de stijl van de 21ste eeuw. Karim Rashids stijl.

En, alle grote woorden ten spijt, de afgelopen jaren deed hij een aardige poging: rond de duizend ontwerpen heeft hij inmiddels gemaakt, in 25 landen. Van hondenbakken tot hotelkamers, van parelkettingen voor een Zwitsers bedrijf tot een dance-club in zijn woonplaats New York. Zijn blik gaat nu richting bouwen: vorig jaar op de meubelbeurs in Keulen presenteerde hij een compleet huisconcept. Het gewone spullenwerk doet hij er ook nog bij: deze maand is hij voor het eerst in Nederlandse winkels te koop. Voor Label ontwierp hij een reeks stoelen.

Alles in organisch glooiende rondingen, maar door de computer en met de nieuwste, liefst artificiële materialen gerealiseerd. Het liefst in felle zuurstokkleuren. Simpel, plastic, fleurig, betaalbaar. 'Blobjecten', noemt hij ze. Voor zijn kopers die zich liever wat minder bekommeren om de betere wereld, verschijnt hij regelmatig bij MTV Cribs. Rashid vindt het prima: trots schrijft hij op zijn website dat hij Kevin Spacey, Missy Elliott en Kelly Osbourne tot zijn klantenkring mag rekenen.

De 44-jarige Rashid lijkt daarmee tekenend voor de wereld van het hedendaagse ontwerpen: de designer is ster tussen de sterren geworden, de 'P Diddy van het design', zoals hij onlangs werd omschreven. Roept over wereldverbetering, maar heeft fijne contracten met Yves St. Laurent, Armani, Prada, Ralph Lauren en Sony. De ultieme global citizen, met een Britse moeder en een Egyptische vader. Studeerde in Italië en Canada en reist 180 dagen per jaar. Een boomlange gestalte, met bril die naar eigen zeggen origineel uit een Wim Wenders film komt, altijd in witte kleding ('Black is so 20th century') en graag gehuld in campy sixties outfits, waarbij het niet geheel duidelijk is of het hier Ali G. is die Austin Powers nadoet, of andersom.

Wat eerst Philippe Starck was, wil Rashid nu zijn: de pleitbezorger van het democratisch design. In Amerikaanse designerskringen wordt hij daarom ook wel licht-denigrerend MAYA genoemd: Most Advanced Yet Acceptable, gestopt met experimenteren op het punt dat het niet meer zou verkopen. Hij wordt dan tegenover de artistiekeling geplaatst, de high brow ontwerper wiens vorken eerder naar het museum dan naar de huiskamer gaan.

Maar dat is te makkelijk: ook Rashids spullen staan in het MoMa. En ondanks zijn geschmier, bouwt hij uiterst consequent, gestaag en productief voort aan een oeuvre. Waarin wel degelijk een statement zit.

Dat het op zichzelf retro lijkt, als futuristische ontwerpen uit de jaren zestig, is slechts schijn, vindt hij. De blobjecten zijn technorganic: een kruising tussen technologie en organische vormen. En ze verwijzen niet zoals in de jaren zestig naar atoomenergie en ruimtevaart, maar naar het digitale tijdperk en genetica.

Zoals de traditionele parelketting, die hij in de vorm heeft gegoten van een soort DNA-dubbele helix. Of de plastic stoel met inkepingen als kruizen, die net niet religieus aandoen, maar eerder alsof het digitale symbolen zijn.

Weg met het verleden, roept Rashid: weg met de natuur en weg met de worteling in de cultuur. Design om het design ziet hij als een belediging voor het vak. De kunstenaar-ontwerpers blijven hangen in neostijlen en een select publiek. Niet de designer die het product op een voetstuk plaatst, is voor Rashid de ware kunstenaar, maar degene die het weet te verspreiden: hijzelf.

En opeens klinkt zijn wereldverbeteringstaal bekend in de oren. De hippe New Yorker zoekt aansluiting bij niemand minder dan de idealistische modernisten rond 1920. Maar dan vertaald naar de huidige tijd. De strengheid is afgeworpen en de zachtheid erbij gevoegd. Minimalisme is dood, roept hij, maar ik kan het prima aanpassen: leve het sensuele minimalisme.

En dat verklaart het succes van de ontwerpen. Niet de breuk met het verleden, want dat is op zichzelf al een historische verwijzing. Niet zozeer omdat hij oude kenmerken bij elkaar zet, sampelt. Maar omdat hij ze letterlijk versmelt. Het is daarmee precies de mix geworden die nu als hedendaags overkomt. De herkenbare eenvormigheid, als tegenwicht van te veel gefrutsel, leerde hij van de modernisten. De fun-uitstraling van de jaren negentig. Daarbij komt dan de hippe flirt met organische vormen, gegoten in een al even aansprekend technologisch jasje.

En ja, er is zelfs een boodschap. Niet, zoals in de jaren twintig, om de arbeider te verheffen. Van theosofie uit die tijd of de vrijheid-blijheid van de jaren zestig is bij hem geen sprake meer. Het zijn spullen om de verlangens van de yup, die met laptop de wereld rondreist, te bevredigen. Het is de vormentaal waar de global nomad, zoals hij zelf is, en zoals volgens hem iedereen moet worden, zich in kan wentelen.

Zelf zegt Rashid graag dat hij ontwerpen schept zoals de wereld worden zal. In Evolution wordt een Amerikaans onderzoek aangehaald, dat uitwijst dat seks het wat populariteit betreft heeft afgelegd tegen shoppen, en cultuur tegen entertainment. 'In de toekomst zullen we steeds sneller nieuwe ervaringen opdoen. Alles vloeit, de wereld wordt softer, meer blobular.'

Hij had er over nagedacht: voor hem was het niet verbazend dat een prullenbak die glooiend en koket is, uitstekend verkoopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden