Ontspannen Van Zweden tilt orkest op naar onwaarschijnlijke prestatie

Jaap van Zweden tilt het Rotterdams Philharmonisch op naar een onwaarschijnlijke prestatie in Tsjaikovski's Manfredsymfonie.

Jaap van Zweden vrijdag in zijn huis in Amsterdam. Beeld Daniel Cohen
Jaap van Zweden vrijdag in zijn huis in Amsterdam.Beeld Daniel Cohen

Alleen leek het of Van Zweden al zijn repetitietijd had gestoken in dat ene prestigieuze werk.

Je hoorde het niet alleen, je zag het ook aan zijn rug. Jaap van Zweden, de dirigent die op de drempel staat van een nieuw hoogtepunt in zijn loopbaan, ontspande toen hij Tsjaikovski's Manfredsymfonie inzette. Ontspannen, vloeiende bewegingen van zijn armen. Zijn vierkante lijf licht voorover buigend naar de hoornist die een solo gaat inzetten. Compact en glashelder gebarend in Tsjaikovski's uitdagende ritmische fratsen. Zo ziet een dirigent eruit die een orkest van wereldformaat dirigeert. Niet alleen het New York Philharmonic kan uitzien naar zijn komst, maar ook het Rotterdams Phil tilt Van Zweden op naar een onwaarschijnlijke prestatie.

Al bij de diep bronzen inzet van de fagot en de basklarinet, vlak voordat het orkest in zijn volle breedte ontploft, resoneerde een dramatische verhaallijn mee. Lento lugubre zette Tsjaikovski boven de partituur en dat lugubre hoorde je in de zachte altviolen, maar ook in de knallende slagbekkens en in de hoorns die met opgeheven bekers hun melodielijn speelden. De tegenstelling met de gedempte strijkers, verderop in het deel, was groots.

Meeslepen

Begrijpelijk dat het publiek zich erdoor liet meeslepen en vergat dat het nog drie delen te gaan had. Nu al applaudisseerden de toeschouwers, vol bewondering voor het subliem spelende orkest en zijn dirigent.

Dat was voor de pauze anders. Tristan Keuris' Drie Preludes is het werk van een componist die durfde wat anderen in het midden van de jaren negentig niet waagden: schrijven in een meeslepende, emotionele stijl die haaks stond op de modernisten die in die tijd de dienst uitmaakten.

Hier verkrampte de rug van Jaap van Zweden. Hij zwoegde, zorgde dat ieder nootje op zijn plek belandde, maar kwam niet los van de partituur. De heftige passages klonken weinig genuanceerd, de balans tussen de verschillende instrumentgroepen was twijfelachtig. Wanneer de piccolospeelster de melodie van de fluitiste naast haar liet oplichten werd het even hemels, maar dat bleven momenten. Als geheel was de uitvoering te weinig uitgewerkt.

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden
Klassiek
***

Tsjaikovski, Keuris.
Met Floris Mijnders (cello).
5/3, Utrecht, TivoliVredenburg.

Buiging

Met Tsjaikovski's Rococovariaties maakten de Rotterdammers een buiging naar Floris Mijnders, de vertrekkende solocellist van het orkest. Hij speelde zijn virtuoze partij met een prettig lichte toon. Ook hier waren er momenten waarop je kon genieten, zeker als Van Zweden het orkest zo zacht liet spelen dat Mijnders zijn instrument in alle vrijheid op een kwetsbaar volume kon laten fluisteren.

Maar de Rococovariaties hebben ook een sprankelende, schalkse kant. Daar kwam Van Zweden niet aan toe. Je kreeg de indruk dat hij alle repetitietijd had gestoken in dat ene prestigieuze werk, de zelden gespeelde Manfredsymfonie, een compositie waarmee je veel respect kunt afdwingen maar waarmee je ook diep kan vallen.

In Utrecht zagen we een dirigent die risico's nam, die zijn concentratie overbracht op zijn musici en zijn publiek en zo een bloedstollende Manfredsymfonie neerzette - een dirigent die de wereld kan veroveren.

Dirigent Jaap van Zweden tijdens de generale repetitie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Grote Zaal van de Doelen. Beeld ANP
Dirigent Jaap van Zweden tijdens de generale repetitie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Grote Zaal van de Doelen.Beeld ANP

Tsjaikovski verwerkte zijn worsteling met homoseksuele gevoelens in de Manfredsymfonie.

De Manfredsymfonie is een buitenbeentje onder Tsjaikovski's symfonieën. Het is een egodocument in de overtreffende trap. Net als Robert Schumann, Hector Berlioz, Franz Liszt en zelfs de gelegenheidscomponist Friedrich Nietzsche raakte Tsjaikovski in de ban van Lord Byron (1788-1824). Niet alleen van zijn gedichten, maar ook van zijn onverschrokken levenshouding.

Byron, de Britse edelman met de mismaakte voet en het onwaarschijnlijk mooie gezicht, oefende zowel op mannen als vrouwen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Hij was reiziger, minnaar, ongelukkige echtgenoot en dichter en werd het prototype van de romantische kunstenaar.

Voor zijn epische gedicht Manfred stonden ervaringen uit zijn eigen leven model. De hoofdpersoon wordt gekweld door schuldgevoelens, wellicht over een incestueuze relatie met Astarte, zijn zus. Op zijn verre reizen doet hij de Alpen aan, waar hij vanaf een afstand kan neerzien op zijn woelige leven.

Tsjaikovski kreeg het gedicht aangereikt door zijn collega Mili Balakirev op een moment dat hij zelf worstelde met homoseksuele gevoelens.

Schuldgevoel, nobele intenties, verlangen naar vergetelheid die uitmondt in de dood - het waren emoties die hem raakten.

In zijn Manfredsymfonie verkent hij de uiterste gebieden van zijn psyche en vindt daarvoor een vertaling naar heftige muzikale ervaringen. Hij kiest vier scènes uit het gedicht, met elk een andere emotie. Toch wordt in elk van de delen duidelijk dat zelfs de enorme orkestbezetting, de ritmische drive, de grootse fuga tekortschieten bij de overgrote gevoelens die hij wil uitdrukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden