Ontroerend idealisme in De Nieuwe Kring

Tussen 1916 en 1918 bestond in het Noordhollandse Bergen De Nieuwe Kring, een kleine groepering van filosofen – daaronder de wiskundige Pieter Talma – en kunstenaars: schilders, onder wie de toen 32-jarige Henri ten Holt, de musicus Jacob van Domselaer en een dichter, P.N....

De Bergense hergroepering geschiedde uit onvrede met de moderne kunst. Er werd gepleit voor een concessieloze, absolute kunst, vanuit sterk filosofische gedachten over het wezen van de kunst. Streng was het algemene karakter, een strengheid nog altijd hoorbaar in Van Domselaers in 1916 gepubliceerde composities Proeven van stijlkunst, muziek waarvan de klanken elkaar mijden: ze mogen geen melodie worden.

De geest – een zeer idealistische natuurlijk – heerste over de zinnen. Die heerschappij was voor de schilders ten slotte onhoudbaar. De eisen waren voor hen te hoog; het witte doek moet hun visie op of angst voor de consequenties zijn geweest. Ten Holt heeft zijn benauwdheid schitterend verwoord: het lichaam protesteert tegen de ziel, de zinnen tegen de geest. Al een jaar na de oprichting kraakte De Nieuwe Kring. De eerste die wegliep was Van Eyck. In 1918 was alles voorbij. De ideeën liggen vast in Het Journaal van den Nieuwen Kring. De taal ervan ontroert nog door het idealisme en de gedrevenheid. In 1918 begonnen de twee filosofen – in de geest van de tijd – een landbouwbedrijf in Bergen. Het werd een mislukking: de filosofie moet de realiteit van de kunst en de grond vermijden. De filosofen gingen – toevallig – beiden naar Nederlands-Indië. Daar bekeerde Talma zich tot het katholicisme. Terug in Nederland trok hij de absolute consequentie: hij werd monnik bij de Benedictijnen in Oosterhout. De strengheid had zijn gezicht blijvend getekend, zoals ik mij van een ontmoeting met hem herinner. De schilders schilderden door, Van Domselaer componeerde door, met wellicht het gebrek aan succes als bewijs voor zijn absoluutheid.

In Museum Kranenburgh in Bergen is nu een tentoonstelling aan De Nieuwe Kring gewijd: een kunsthistorische en documentaire expositie tegelijk. De kunstwerken die er hangen zijn van de aan De Nieuwe Kring deelnemende schilders en uit de tijd dat zij poogden de filosofen te volgen. Topstukken zijn de elf Loverbomen des mijmerens van Henri ten Holt, grote mystiek aandoende tekeningen van bospaden, die zich in de verte verliezen, de geest van het bos universeel makend. Ik denk dat deze tekeningen de geest van De Nieuwe Kring sterker zichtbaar maken dan alle wijsgerige woorden vermogen. Ten Holt – op een portret door Jaap Weijand, een ontroerende jongen – was in die tijd een beter tekenaar dan schilder; zijn voorstudie voor het grote schilderij de barmhartige Samaritaan kan het bewijzen. Hoogtepunt eens van de toenmalige Bergense schilderkunst is De graflegging van Weijand, een kolossaal doek; voor mij was het hoogtepunt Weijands fel gekleurde Discours sur la guerre dans la troisième classe. Het is expressionistisch van karakter. Het schilderij kan – als bijna alle andere ook – bewijzen dat de schilders in de door Talma afgewezen richtingen schilderden. De overwinning van de kunst op het denken is een van de mooie gegevens van deze expositie. Een ander is de overschrijding van de beperkingen van een plaatselijke kring (met mooie suggesties van het oeverloze gediscussieer van de filosofen en de kunstenaars, met veel gedram van beide kanten. Je denkt aan Nescio’s wereld).

In een bijzaal is een schitterende aanvulling op de expositie te zien: een door Victor Nieuwenhuijs en Maartje Seijfferth gemaakte film, Klankstollingen, over het werk van Van Domselaer. Het gaat om een uitstekende documentaire, waarin onder meer de schilder Constant (eens even in de Bergense wereld geweest) en de componist Simeon ten Holt (zoon van de schilder Henri), hun inzichten en herinneringen verwoorden. Kees Wieringa speelt muziek van Van Domselaer, die, dunkt mij, nu de muzikale context heeft die de eenzaamheid ervan opheft.

Bij de tentoonstelling verscheen onder de gelijke titel een waardevolle studie over het ontstaan, het korte leven en het naleven van De Nieuwe Kring geschreven door de samensteller van de expositie, Wim Vroom. De grote waarde ervan ligt niet het minst in het documentaire karakter ervan.

Kees Fens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.