RecensieLes contes d’Hoffmann

Ontregelende, weergaloze regie van Offenbachs opera Les contes d’Hoffmann ★★★★★

Alleen al voor sopraan Patricia Petibon zou je een kaartje kopen.

Les contes d'Hoffmann in De Munt.Beeld Bernd Uhlig

Als de regisseur van Les contes d’Hoffmann dinsdagavond in de Brusselse Munt het podium op loopt om zijn applaus te incasseren, klinkt er ineens boegeroep. Gek, eigenlijk. Dit is al de zevende productie van Krzysztof Warlikowski in De Munt – het publiek zou nu toch wel moeten weten wat zijn vaste ingrediënten zijn. Hij ontregelt, shockeert met seks – ook nu – en doet veel met film. Wie een regie wil waarin iedere aanwijzing uit het libretto trouw wordt opgevolgd, kan Warlikowski beter mijden.

En toch begrijp je dat ook de conservatievere operaminnaars zijn gekomen – en dat de twijfelaars waarschijnlijk alsnog nog naar Brussel zullen afreizen. Deze Hoffmann heeft een waanzinnige cast.

Les contes d’Hoffmann (Hoffmanns vertellingen) geldt als de zwanenzang van Jacques Offenbach (1819-1880). De componist overleed vier maanden voor de première. Door de decennia heen bleven partituurfragmenten opduiken, waardoor het onmogelijk te bepalen is wat de finale versie is – voor regisseurs een vrijbrief om er eens goed in te knippen. Welke versie je ook hoort, de muziek verveelt geen moment: de muzikale ideeën (én hits, zoals de Barcarolle) zijn overvloedig. In die zin matcht de ‘opéra fantastique’ prima met Warlikowski, die vaak een hang naar mateloosheid wordt verweten.

Het stuk is gebaseerd op drie verhalen van de romantische schrijver E.T.A. Hoffmann, die zelf als tragische hoofdpersoon-in-alcoholroes opduikt. Warlikowski en zijn vaste scenograaf Małgorzata Szczęśniak voeren Hoffmann op als filmregisseur, en dan wel een à la David Lynch – het verhaal wordt niet begrijpelijker, het surrealisme wordt surrealistischer.

Beeld Bernd Uhlig

Wat deze opera sowieso al moeilijker te volgen maakt, is dat een aantal zangers meerdere rollen aanneemt. Knap is het als zij die verschillende personages hun eigenheid kunnen verlenen. Sopraan Patricia Petibon (onder meer als de pop Olympia) is een godsgeschenk: ze is ontroerend, grappig en overtuigt zowel in haar coloraturen als in lyrische partijen. Voor haar alleen al koop je een kaartje.

Eric Cutler is een weergaloze, buitenissige Hoffmann, Michèle Losier een veelzijdige tegenspeler. Met een coryfee als Willard White (Luther/Crespel) en Loïc Félix – stralende tenorstem, humor en uitmuntende timing – zijn ook de kleinere rollen schitterend bezet. Dirigent Alain Altinoglu is met zijn orkest uitstekend afgestemd op de toneelvloer en vice versa.

Warlikowski gooit ondertussen zo’n bak filmverwijzingen over je heen (onder andere Twin Peaks, Pulp Fiction, Joker) dat je je afvraagt of het wel de bedoeling is om naar verbanden te zoeken, toch blijf je het doen. En alle beelden prikkelen, zeker die waarin de aan haar rode haar te herkennen Petibon, al dan niet live, vanaf het scherm met ons meekijkt. Warlikowski heeft sowieso goed naar zijn helden van de cinema gekeken: de interactie tussen film en toneel, vol Droste-effecten, is ongeëvenaard.

Les contes d’Hoffmann

Opera

★★★★★

Opera van Jacques Offenbach in regie van Krzysztof Warlikowski

10/12, De Munt, Brussel. Te zien t/m 2/1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden