BoekrecensieDe tolk van Srebrenica

Ontluisterende memoires over de val van Srebrenica ★★★★☆

In zijn memoires geeft Hasan Nuhanovic, destijds VN-tolk, een ontluisterend beeld van de val van Srebrenica. De Nederlandse soldaten hadden meer kunnen doen, is zijn bittere conclusie.

Hasan Nuhanovic

Op 11 juli 1995 had de toen 26-jarige Hasan Nuhanovic, vluchteling en tolk in de VN-enclave Srebrenica, nog een vader, een moeder en een jongere broer.  Een paar dagen later had hij niemand meer. 

Omdat Nuhanovic op de personeelslijst van de Verenigde Naties stond, mocht hij na de val van de enclave op de VN-basis blijven. Zijn familie niet. In de dagen erna hoorde hij uit de heuvels die typische regelmatige schoten komen van executiepelotons. De teller van het aantal geborgen lichamen staat in 2020 op 8.372. 

Morgen is het een kwarteeuw geleden dat Srebrenica, door de VN uitgeroepen tot veilig gebied voor Bosnische moslims, werd ingenomen door het Bosnisch-Servische leger van Ratko Mladic. De grootste massamoord op Europese bodem na 1945 volgde, in nabijheid van vredestroepen. In 1999 deed Nuhanovic voor het eerst zijn verhaal in de Britse documentaire A Cry from the Grave. Wereldwijd vroegen kijkers zich daarna af of het VN-bataljon Dutchbat III in 1995 niet meer had kunnen doen.  

Ontluisterend

Het is lastig kiezen uit het ontluisterends dat Nuhanovic opdient in zijn memoires, vorig jaar in het Engels verschenen als The Last Refuge, in het 25ste herdenkingsjaar in het Nederlands vertaald als De tolk van Srebrenica. Geen van de vluchtelingen die in juli 1995 in paniek naar de VN-basis uitweken, maakte zich illusies over wat hun te wachten stond: zij kenden het leger dat de enclave innam, op de vlucht voor dit leger waren zij in Srebrenica gestrand. Nuhanovic stond erbij toen Nederlandse soldaten de vluchtelingen die ze van de VN-basis stuurden fouilleerden, en ongewapend overdroegen.

Op 11 juli 1995 had hij maar één doel: zijn status als VN-tolk te gelde maken om zijn familie te redden. Smeekbeden bij Dutchbat om zijn broer op de VN-personeelslijst te zetten mochten niet baten. Dienstdoende Nederlandse militairen leken zich er niet bewust van dat zij de laatsten waren die tussen de burgerbevolking en een genocideplegend leger instonden. In De tolk van Srebrenica citeert Nuhanovic majoor André de Haan: ‘Kijk, de laatste bussen gaan weg. Je familie moet opschieten om nog mee te kunnen.’ Mee te kunnen naar het vuurpeloton, dus. 

In juli 1995 was de Bosnische oorlog ruim drie jaar gaande, Srebrenica was een enclave in door Serviërs in 1992 al goeddeels etnisch gezuiverd gebied. Die enclave was een obstakel om de oorlog te beëindigen, onder auspiciën van de grootmachten liepen geheime onderhandelingen. De Nederlandse soldaten hadden, alles wijst erop, de historische pech dat zij diensten draaiden in een VN-enclave die buiten hun weten was opgegeven. Zij waren op het slechtste moment op de slechtste plek.

Tegen het leger van Mladic was een lichtbewapend VN-bataljon kansloos. De vraag die een kwarteeuw later blijft knagen, is of Dutchbat bij de val van Srebrenica mensen van de dood had kunnen redden. In de jaren dat Srebrenica uitgroeide tot een nationaal trauma, werd duidelijk hoe hachelijk de situatie van Dutchbat destijds was: verraden door de VN, verstoken van luchtsteun, geïntimideerd door de psychopathische bullebak Mladic. 

Onverschilligheid

In De tolk van Srebrenica is er, helaas, nóg een factor in het spel, eentje waarvan Emir Suljagic, de andere VN-tolk, in 2006 ook gewag maakte in zijn memoires Briefkaarten uit het graf: een bepaalde onverschilligheid. Interesse onder de Nederlanders voor de plek van hun missie was zeldzaam. Nuhanovic herinnert zich één officier die zich alle kennis over het gebied eigen maakte, Adriaan Derksen van Dutchbat I. Veel anderen, concludeert hij niet zonder bitterheid, kenden noch de voorgeschiedenis van de enclave, noch die van de Bosnische oorlog. Officieren van Dutchbat III stelden later dat ze in juli 1995 geen aanwijzingen hadden dat er een genocide ophanden was. Maar het leger dat Srebrenica toen innam, had in 1992 óók vrouwen van mannen gescheiden en zich van vuurpelotons bediend. 

Gebrek aan kennis, stelt Nuhanovic, leidde vaak tot gevoelsmatige oordelen: we zitten hier vast in een hopeloze stammenoorlog op de Balkan. Maar die VN-enclave Srebrenica was een voortvloeisel uit het feit dat de Bosnische oorlog van oorsprong geen archaïsche stammenstrijd was en ook geen conflict tussen gelijkwaardige partijen.  Het Joegoslavië Tribunaal noemde de aanloop naar de oorlog later een in Belgrado beraamde Joint Criminal Enterprise (JCE). De eerste 250 pagina’s van De tolk van Srebrenica zijn een schokkend ooggetuigenverslag van wat die Gezamenlijke Criminele Onderneming inhield op de grond. Dat beschaving makkelijk verdwijnt en goede buren elkaars beulen kunnen worden, is vaker beschreven – zelden veranderde een normaal leven zó snel in een hel als in Bosnië in 1992. In april was Nuhanovic nog een student werktuigbouwkunde, in mei was hij een uitgehongerde vluchteling die in de heuvels werd beschoten (‘ik schrok toen ik de bomen zag die door kogels en granaatscherven waren doorzeefd’).

Nazomer 1992 strandde hij met zijn familie in Srebrenica. Alleen de ruigste mannen hadden daar te eten, dankzij rooftochten in omliggende Servische dorpen. Nuhanovic viel in de Bosnische hongerwinter van 1992-1993 30 kilo af. ‘Naarmate de dagen, weken en maanden verstreken, voelde ik me steeds meer een dier en steeds minder een mens.’ Voorjaar 1993 werd Srebrenica uitgeroepen tot safe area van de VN. Er kwamen voedselpakketten, er kwamen VN-soldaten, eerst Canadese, daarna Nederlandse. Tienduizenden in Srebrenica gestranden waanden zich gered. Te vroeg: in 1995 nam Mladic de enclave, safe area of niet, alsnog in. 

Sommigen stellen dat de Nederlandse VN-soldaten toen de facto in hetzelfde schuitje zaten als de vluchtelingen. Nuhanovic stelt dat die VN-soldaten ook met niet-militaire middelen, met hun ogen en mond, iets van bescherming hadden kunnen zijn, simpelweg omdat zij ‘de internationale gemeenschap’ waren, dat er met meer durf en ruimdenkendheid mensen aan het vuurpeloton waren ontkomen. Hij is niet de eerste die het zegt, en zal niet de laatste zijn.

De tolk van Srebrenica kampt 25 jaar na dato nog met een posttraumatische stressstoornis. In de 21ste eeuw spande advocaat Liesbeth Zegveld namens hem en andere nabestaanden een zaak aan tegen de Nederlandse staat. In 2014 kreeg Nuhanovic, de enige overlevende uit een gezin van vier, een schadevergoeding van 20 duizend euro.

Hasan Nuhanovic: De tolk van SrebrenicaUit het Engels en Bosnisch vertaald door Roel Schuyt. Querido Fosfor; 360 pagina’s; € 23,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden