Review

Onthullende biografie geeft Lemmy weer humaniteit

Popjournalist Mick Wall vindt de mens Lemmy onder het leer. Wall volgde het metalbeest tientallen jaren en dat heeft een onthullende biografie opgeleverd.

Lemmy Kilmister. Beeld Robert John
Lemmy Kilmister.Beeld Robert John

De grote uitdaging voor de biograaf die zich zet aan het levensverhaal van Lemmy: hoe krijg je een ziel in dat granieten rockmonument? Hoe vind je de mens Lemmy onder die versteende lagen denim en leder? Schuilde er eigenlijk nog een schim van het Britse jochie Ian Fraser Kilmister (Burslem, Stoke-on-Trent, 1945) achter die snuivende en zuipende biker van Motörhead, die de belichaming werd van de heavy metal maar bezweek aan de bijbehorende levensstijl?

In zijn autobiografie White Line Fever uit 2002 had Lemmy zelf zijn oude Ian niet gevonden. Alleen die titel al. Lemmy en zijn ghostwriter kwamen niet voorbij de rock-clichés, de sterke verhalen, de drugs, het onmetelijke libido van een van de grootste groupieverbruikers uit de rockgeschiedenis.

Rockpersoonlijkheid

Natuurlijk noteert ook de Britse muziekschrijver Mick Wall die rock-'n-roll-anekdotes - hij kan niet anders: een Lemmy zonder vecht-, snuif-, en neukpartijen is een lege huls, een nep-Lemmy. Maar Wall is ook aan het beitelen. Aanvankelijk met voorzichtige tikjes, maar als het einde nadert beukt de auteur op zijn onderwerp in. Hij laat het standbeeld barsten en kijkt door de kieren naar binnen: is daar iemand? In Lemmy - De definitieve biografie krijgt de vorig jaar overleden rocklegende postuum weer enige humaniteit, en alleen daarom al is het boek waardevol.

De popjournalist Mick Wall had een vertrouwensrelatie met Lemmy. Hij zag optredens van de latere Motörhead-oprichter in zijn eerste grote band Hawkwind. Hij kende Lemmy als die heavy gast die altijd maar achter de fruitautomaat zat in het Londense café The Electric Garden. Hij wist dat Lemmy 'Lemmy' werd genoemd omdat hij voortdurend geld aan het bietsen was: 'Lend-me-a-quid!' En hij zag in Lemmy al vroeg een authentieke rockpersoonlijkheid, een man zonder praatjes die muziekgeschiedenis zou kunnen schrijven. Dus zocht Wall het metalbeest op voor een aantal goede gesprekken, vanaf de prille jaren tachtig tot vlak voor zijn dood.

Mick Wall, Lemmy - De definitieve biografie (****). Non-fictie. Uit het Engels vertaald door Robert Neugarten. Q; 296 pagina's; euro 19,99.

Alleen zijn

De ontboezemingen van Lemmy aan Wall zijn verhelderend. Zo vertelt Kilmister dat hij als enig kind goed leerde om alleen te zijn en aan diepe zelfreflectie te doen. 'Veel mensen kunnen niet alleen zijn. Dan worden ze bang. Maar ik kon alleen zijn, ik had er geen last van. Omdat ik weet wie ik ben en ik ben zelf mijn beste vriend. Dat is een waardevol geschenk.'

Dankzij dit soort uitspraken krijgen we toegang tot de Lemmy-kluis. Ze verklaren waarom Lemmy nooit een duurzame relatie wilde aangaan en uiteindelijk zelfs zorgwekkend eenzaam in zijn appartementje in Los Angeles zou zitten. Je begrijpt ineens hoe Lemmy als dappere speedgebruiker stand kon houden in de zweverige LSD-commune van de spacerockband Hawkwind. Waarom hij als zanger en bassist stronteigenwijs punk, rock-'n-roll en heavy metal mengde in zijn band Motörhead en weigerde ook maar iets aan dat opgefokte en stekelige bandgeluid te veranderen, ook in moeilijke (want andere) muziektijden als de jaren negentig. En waarom bandleden met wie Lemmy het toch best goed had kunnen vinden, konden ophoepelen als ze begonnen te zeuren over het moordende toerschema. Sodemieter maar op, Lemmy redt zich wel.

Omslag Mick Wall, Lemmy: de definitieve biografie. Beeld
Omslag Mick Wall, Lemmy: de definitieve biografie.Beeld

Tragisch slot

Er volgen veel meer verrassingen. Een van de Motörhead-managers vertelt aan Wall dat Lemmy zich gedurende een ziekenhuisopname ernstige zorgen maakte om zijn planten. 'Hij vroeg of ik zijn planten water wilde geven.' Jawel: Lemmy hield van planten.

De tragische slothoofdstukken, waarin Lemmy razendsnel aftakelt en zich het podium op moet laten hijsen voor zijn laatste shows, zijn al net zo onthullend. Wall wil uiteraard weten hoe Lemmy, die in het beroemdste Motörhead-lied, Ace of Spades, zo onverschrokken zong dat hij beslist niet eeuwig wilde leven, de dood tegemoet treedt. En of hij een andere relatie met God had gekregen, naarmate hij ouder werd. Lemmy, schreeuwend: 'Ik mag hem niet! Ik vind hem een sadistische maniak. Hoe zit dat eigenlijk? Als we hem bellen, is hij altijd even niet in zijn kantoor. Nou nou, lekker belangrijk.'

Stoere woorden, waarachter toch ook de wanhoop galmt. Lemmy wilde helemaal niet dood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden