'Ons zwakke punt is de redactie'

Het illegale Trouw was meer een politieke krant dan een verzetskrant – tot ergernis van veel verspreiders die ook actief waren in het gewapend verzet....

Het is in de annalen van het illegale Trouw een gevleugelde uitspraak geworden. „Alles loopt goed, maar ons zwakke punt is de redactie’’, liet Wim Speelman, de spil van de Trouw-organisatie, zich tegenover een medewerker ontvallen. Tussen de kernredactie van Trouw en zijn verspreiders heeft het tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit echt geboterd. De Trouw-redactie, onder leiding van hoofdredacteur Sieuwert Bruins Slot, had vanaf de oprichting op 30 januari 1943 meer op met lijdzaam geestelijk verzet tegen ’de Satan zoals die zich in de nationaal-socialistische Duitse staatsmacht openbaart’ dan met actief gewapend verzet. Dat was tegen het zere been van nogal wat verspreiders, die zich ook met (gewapende) acties tegen de Duitsers wilden verzetten. Trouw-verspreiders waren betrokken bij de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) en bij de knokploegen (LKP), die sabotage pleegden en ’foute’ Nederlanders en Duitse militairen doodschoten.

De ironie wil dat het juist de verspreiders zijn geweest die Trouw op poten hebben gezet om de boodschap van verzet uit te dragen. Wim Speelman, hoofd van het verspreidingsapparaat bij het al in 1940 opgerichte Vrij Nederland, nam zijn verspreiders in januari 1943 mee naar het toen nieuw opgerichte Trouw. Daardoor kon Trouw een vliegende start maken.

Henk Toby was in maart 1943 aanwezig op de eerste bijeenkomst van verspreiders. „We hebben in Ede besproken om over te stappen van Vrij Nederland naar Trouw. Daar gingen de verspreiders toen allemaal mee akkoord. Het was een vergadering met een stuk of zeven, acht mensen. In de provincie waren wel een paar mensen die het er niet mee eens waren, maar de meesten gingen over naar Trouw. Daar hadden ze wel vertrouwen in.’’

Wim Speelman stapte op na een conflict met VN-hoofdredacteur Henk van Randwijk. Volgens de overlevering ging dat conflict om de redactionele koers. Speelman zou moeite hebben met artikelen van Van Randwijk die ’te links’ en te veel ’pro-Sowjet Unie’ waren. Dat is volgens historicus Peter Bak, kenner van de Trouw-geschiedenis, echter maar een deel van het verhaal. Van Randwijk en Speelman hadden ruzie over de vraag wie de zeggenschap over Vrij Nederland had: de redactie of het ’technisch apparaat’. Bak: „Na een aantal arrestaties eiste Van Randwijk van Wim Speelman dat hij volledige inzage zou geven in zijn netwerk van contacten en dat hij de redactie als leidinggevend orgaan zou accepteren. Dat wil zeggen: Het aanvaarden van Van Randwijks leiding. Eén kapitein op het schip was beter voor de veiligheid. Speelman vond dat Van Randwijk overdreef en de arrestaties aangreep om het als enige voor het zeggen te krijgen.’’

In de herinnering van verspreiders was het toch vooral de politieke tegenstelling met VN waaruit Trouw is ontstaan. Leen Mos stapte als verspreider over van VN naar Trouw na een gesprek met Gesina van der Molen, een van de oprichters. „Ze zei: ’Jij hoort niet bij Vrij Nederland, jij hoort bij ons! VN zegt wel dat het een sociaal en neutraal blad wil zijn, maar in feite is het gewoon een sociaal-democratische krant. Dat zijn wij niet. Wij hebben een andere oplossing’.’’

Mos: „Mijn contactman van Vrij Nederland in Voorburg, Kraan, die was bijzonder boos op mij. Hij zei: ’Wat jij doet, jij bent duidelijk op een antirevolutionaire manier bezig met een scheiding der geesten aan te brengen.’ Ik zei: „Ja jongen, ik ben niet voor niets met VN bezig geweest, omdat het een verzetskrant was. Maar jullie toon, die is niet mijn richting en daarom zoek ik een andere krant. Ik heb altijd van mijn ouders de christelijk-sociale gedachte geleerd. En die vind ik in jouw Vrij Nederland niet terug! Je negeert ze en dat vind ik niet goed.’ Kraan zei: ’Maar wij staan boven de partijen.’ Je behoort altijd tot een partij. Boven de partijen staan, dat vind ik klinkklare nonsens.’’

Trouw kon begin 1943 organisatorisch van start dankzij de verspreidersorganisatie die Wim Speelman van Vrij Nederland had meegebracht. Journalistiek en ideologisch moest de kernredactie echter zijn draai zien te vinden. De enige professionele journalist in de redactie was Elbert (Ep) van Ruller. Bruins Slot was burgemeester geweest, Gesina van der Molen wetenschapper en Jan Schouten was voorman van de Anti-revolutionaire partij (ARP). De AR-kopstukken in de Trouw-redactie beschouwden de krant vooral als een politiek voorlichtingsorgaan.

Volgens kritische verspreiders verloor de redactie zich nogal eens in wijdlopige en abstracte betogen die voor een gemiddelde lezer niet te volgen waren. Op een vergadering van verspreiders eind september 1943 laten Mies en Nico (verantwoordelijk voor Limburg) notuleren: ’Laatste nr. te beschouwend, te weinig actueel. Te moeilijk te begrijpen voor arbeidsbevolking.’

Jan van Alten (1921), verspreider op Walcheren, relativeert de kritiek. „Voor de lezers was het verzetsaspect belangrijk. Ze waren het lang niet met alle artikelen eens, maar dat geloofden ze wel. Als die krant maar verspreid werd.’’ Ep van Ruller, die namens de redactie meestal de contacten met de verspreiders onderhield, had wel begrip voor de kritiek

De ’verzetsgeest’ waar illegale bladen als Vrij Nederland, het Parool en de Waarheid om bekend stonden, drong langzaam maar zeker ook in de kolommen van Trouw door. Verontwaardiging over de arrestatie van Jan Schouten in april 1943 en over het Duitse optreden tijdens de april/mei-stakingen had invloed op de toonzetting. Op 20 juli 1943 verscheen er een kort artikel in Trouw getiteld ’Ons guerillafront’. Na een opsomming van inbraken in bevolkingsregisters en distributiekantoren stelde de redactie dat ’deze guerillakrijg onze strijd is en deel van Neerlands vrijheidsworsteling’. ’Wij verklaren ons er solidair mee.’ Dat wekte de aandacht van de Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van de Duitse bezettingsmacht. In september 1943 gebeurde precies datgene waarvoor VN-hoofdredacteur Van Randwijk Wim Speelman eerder had gewaarschuwd. Toen de SD in Zeeland medewerkers van de illegale LO arresteerde, waren daar ook Trouw-verspreiders bij. Het verhoor van een van de verspreiders leverde de SD namen van andere Trouw-medewerkers op. Zij werden in de laatste maanden van 1943 successievelijk gearresteerd. De arrestatiegolf zou in 1944 doorgaan en uitmonden in de executie van 23 Trouw-verspreiders in Kamp Vught in augustus 1944.

Van het doodschieten van Duitsers en ’landverraders’ moest de Trouw-redactie in 1943 nog niets hebben. De aanslag op de Duitse generaal Seyffardt door een Amsterdamse verzetsgroep veroordeelde de redactie als een ’politieke moord’. Dat standpunt wordt in Trouw van 23 juni 1943 herhaald. ’Het dooden in den oorlog is alleen geoorloofd te achten, als het een militaire handeling is. () Doodslag schijnt ons – ook in deze periode – slechts dan niet strafbaar, als hij uit noodweer geschiedt.’

Tussen de Trouw-redactie en –verspreiders duurt de discussie over de koers van de krant voort. Op een bijeenkomst van verspreiders eind oktober 1943 bepleit de Achterhoek ’dat er geen ’zware stukken’ geplaatst worden en het blad alleen ’strijd- en propagandablad’ zal blijven. Na een ’zeer lange bespreking’ is de conclusie dat ’wij Jezus Christus moeten aanvaarden als verlosser van ons leven’. ’Hierdoor wordt principieele partijvorming noodzakelijk. Zo bekeken wordt aan politiek doen een heilige plicht die iedere gelovige moet nakomen’, aldus het bewaard gebleven verslag van de bijeenkomst.

Leen Mos (Den Haag) herinnert zich ’heel felle discussies’ tijdens de weekends waarop redactie en verspreiders bijeen kwamen. „We waren dan met een man of vijftien, zestien bij elkaar. Moet Trouw een verzetskrant zijn of een politieke krant van de AR? Ik heb toen gezegd dat het allebei moest zijn. Mensen lazen Trouw omdat het een verzetskrant was, die behoorden niet tot de vaste kudde van de gereformeerden en hervormden, de echte Trouw-mensen. Ik weet nog dat ik op zo’n weekend een beetje werd aangevallen door een man uit Limburg. Die vond dat we ook oog moesten hebben voor andersdenkenden. Ik zei ’Dat heb ik ook wel, maar daar hoef ik toch niet mijn eigen overtuiging voor in te leveren?’’

Tussen redactie en verspreiders bleef het knetteren. Vanaf september 1944 ontstonden meer dan vijftig regionale en lokale edities van Trouw omdat de treinen niet meer reden. Lokale redacties zagen hun kans schoon om kopij uit Amsterdam terzijde te leggen en zelf stukjes te gaan schrijven. Hoofdredacteur Bruins Slot was woedend toen hij in het Trouw-bulletin Haarlem een redactioneel artikel las over textielvordering voor de Wehrmacht waar de lokale redactie nog een flinke schep bovenop had gedaan. Verspreider Piet Tjeerdsma schreef: ’Mensen, die ’s zondags in de kerk om voedsel en een snelle bevrijding baden, liepen door de week het hardst om textiel in te leveren. Dit is in lijnrechte tegenspraak met de gebedsure. Dit vloekt met elkaar. Het doet denken aan de vrouw, die vurig bidt, dat haar man van den drank af zal geraken, maar hem intusschen elken avond een glaasje toeschuift.’

Tjeerdsma zag de hoofdredactionele bui al hangen en schreef op 20 november 1944 een schuldbewust briefje naar ’Amsterdam’. ’We zijn een beetje stout geweest: van jullie kregen we copy van: Verraders, daarachter hebben we (voornamelijk ik) een stukje aangehaspeld. Als iemand op de kop moet hebben dan verdien ik het, hoewel ik het tegendeel hoop. Beloven beterschap.’

Tjeerdsma kreeg toch nog een uitbrander van Bruins Slot, vertelt hij 65 jaar later. „Bruins Slot wou niet hebben dat ik zelf stukjes schreef. Hij zei: ’Dat tolereer ik niet. Wij zijn de redactie.’ Hoe belangrijk de verspreiders ook waren, de redactie had het laatste woord over de inhoud en koers van Trouw. Zo was het bij de oprichting op 30 januari 1943 afgesproken. Tjeerdsma: „Als technisch apparaat kregen we geen invloed op de inhoud. Dat gaven ze niet uit handen. Er was geen ruimte voor eigen inbreng. We probeerden het wel, maar Bruins Slot wilde het niet hebben. Je moet niet vergeten: wij waren jong en politiek ongeschoold. Dat heeft ons de das om gedaan. Daardoor kregen we geen poot aan de grond. Zij wisten van alles, hoorden via andere kanalen hoe de stand van zaken was op wereldniveau. Daar wisten wij niks van. Hoe konden wij dat politiek vertalen of te weten komen?Daar hadden wij geen kanalen voor. Wij hadden alleen kanalen voor Trouw, niet voor de politiek.’’

De redactie in Amsterdam hield een stevige vinger in de pap. ’Hierbij de copy van de groote krant’, schrijft redactiesecretaris Hilde Dekker op 5 maart 1945. ’ De volgorde van de stukken naar belangrijkheid is: 1. Onze verliezen. 2. Niet gerust 3. Dumbarton Oaks 4. Krimconferentie 5. Het gereconstrueerde kabinet 6. Ridders van de droevige figuur 7. Dat is de arbeidsinzet.’

Ook in Zeeland hadden de verspreiders geen invloed op de inhoud van Trouw, vertelt Jan van Alten. Voor specifiek Zeeuwse aangelegenheden konden de verspreiders wel zelf pamfletten maken. „In de tijd dat we op Walcheren die actie hadden om ’spitters’ voor de Duitsers te organiseren (om verdedigingswerken te graven; red.), heb ik 20.000 pamfletten laten maken. Die werden overal opgehangen, maar het pamflet werd ook bij de krant gestopt om mensen aan te sporen niet voor de Duitsers te gaan werken.’’

Aan het primaat van de redactie viel wat hoofdredacteur Bruins Slot betreft niet te tornen, maar hij kon zijn ogen ook niet sluiten voor de kritiek van verspreiders op het ’tamme’ karakter van veel artikelen. In Trouw van maart 1944 verscheen het artikel ’Het goed recht van den overval’, geschreven door Elbert van Ruller. Hij keurt met zoveel woorden het gebruik van wapens goed. ’Als de vijand menschen op ons pad plaatst, grijpen we ze aan. Als deze menschen gewapend zijn, nemen ook wij wapens mede. Schieten zij, dan schieten wij ook, bij voorkeur iets eerder dan de man die ’s vijands goed verdedigt. Begrijpen we het goed: hier is niet in het spel de misdadige zucht om te dooden of te verwonden, maar de dringende noodzaak tot zelfverweer of wilt ge: de bescherming van het goed en het leven van den naaste. Niet wij, maar zij zijn de aanvallers. () Dit is niet alleen ons geestelijk verzet, maar ook het verzet met de wapens als de vijand ons daartoe dwingt. Door deze houding worden onze verzetsgroepen gedragen.’

Verspreiders reageerden instemmend op Van Rullers artikel. Dat is tenminste eens een stuk ’dat het ’m doet’. Het betekende echter geen structurele koerswijziging van Trouw. Historicus Peter Bak: „Na ’Het goed recht van den overval’ zijn in Trouw geen stukken meer verschenen waarin het gewapend verzet zo duidelijk wordt gesteund. Bruins Slot zal bij dit stuk zijn wenkbrauwen gefronst hebben, maar ook hebben gedacht: we moeten wel, anders vervreemden we ons helemaal van onze achterban. Veel verspreiders waren immers actief in LO en LKP.’’

In deze verzetsorganisaties werkten mensen van alle gezindten samen. Het was daarom niet verwonderlijk dat juist verspreiders warm lopen voor de christelijk-nationale gedachte. De Anti-revolutionaire partij (ARP), de Christelijk-historische unie (CHU) en de anti-militaristische Christelijk-democratische unie (CDU) zouden na de oorlog samen moeten gaan in één christelijke volkspartij en Trouw zou daarvan de krant moeten zijn. ’Medewerking op grond van christelijke beginselen’, noteert verspreider Cor van der Hooft tijdens een bijeenkomst in juli 1944, ’vormt voor mij geen bezwaar, mits deze beginselen vanuit een ruim gezichtsveld worden toegepast en niet alleen de zienswijze van een bepaald kerkelijk-politieke richting omvatten. Ook dit laatste was niet het streven van de redactie.’ De vorming van een christelijke volkspartij werd voor de jonge verspreiders het symbool van het bevrijde Nederland.

De vraag wie bij Trouw de baas is, leidde tot hoog oplopende discussies tussen redactie en verspreiders. De redactie vond dat zij het laatste woord moet hebben. Daar waren veel verspreiders het hartgrondig mee oneens. Verspreider Jan Eusman (Amsterdam): „Toen hebben wij gezegd: ’Jullie kunnen schrijven wat je wilt, maar als wij het niet drukken en rondbrengen, dan gebeurt er niks.’’

De naoorlogse toekomst van Trouw hing nauw samen met het antwoord op de vraag of het blad een politiek orgaan dan wel een verzetskrant moest zijn. Er waren verspreiders die daar een uitgesproken idee over hadden. Trouw moest na de oorlog stoppen omdat het dan zijn taak als verzetskrant had volbracht. Hooguit mocht de krant nog korte tijd verschijnen als overbrugging tot de antirevolutionaire Standaard terug is. De Standaard was tot 1944 doorgegaan en zou daarom na de oorlog een verschijningsverbod opgelegd krijgen.

Voor Leen Mos (Den Haag) was er geen twijfel: „Doorgaan, want je hebt geen alternatief. We hebben een boodschap voor het land. Die moet je uit blijven dragen. Er waren ook mensen die ertegen waren. Trouw is een verzetsdaad geweest en daar moest het bij blijven.’’

Ook hierover botste de redactie met de verspreiders. Jan Eusman: „Direct bij de bevrijding zei Bruins Slot: ’We gaan door met de krant’. Voor mij was dat een verrassing. Toen zeiden wij: ’Hoor eens even, wie bepaalt dat?’ Bruins Slot was daar duidelijk over: ’Wij, de redactie.’ Zijn besluit stond vast.’’

Piet Tjeerdsma: ,,Kort na de bevrijding, op 9 mei 1945, kwamen we bij elkaar in het gebouw van De Standaard in Amsterdam. De mensen uit Groningen, Friesland en Drenthe konden er niet bij zijn omdat de treinen nog niet reden. Toen hebben we de vraag gesteld: moet Trouw blijven voortbestaan, ja of nee? Wat vinden wij? Toen zeiden wij als verspreiders: we hebben de goodwill gekweekt, we hebben een organisatie, we hebben op deze manier een stuk invloed op de Nederlandse bevolking gekregen. Wij wilden invloed houden vanuit onze principiële stellingname. Het moet blijven bestaan.’’

De vurig gewenste vorming van een christelijke volkspartij liep voor de verspreiders uit op een diepe teleurstelling en ontgoocheling. De politieke partijen sloten de rijen. Trouw-hoofdredacteur Bruins Slot koos de lijn van AR-leider Schouten. Voor het gevoel van de verspreiders had Bruins Slot hun ideaal verkwanseld. Verspreider Eusman: „Wij verwachtten dat na de oorlog één grote christelijke partij zou ontstaan. Dat is een deceptie geworden. Dat heb ik me wel erg aangetrokken. De verhouding tussen Bruins Slot en mij was zodanig dat ik geen lid van de AR ben geworden en ook geweigerd heb erop te stemmen.’’

De gevestigde partijtop overdonderde de jongeren die in de oorlog de kastanjes uit het vuur hadden gehaald. Piet Tjeerdsma probeerde op een AR-conferentie in juli 1945 nog wat te redden. „Jan Schouten ging als een leeuw tekeer. CNV-voorzitter Stapelkamp, Bertus Admiraal (voorvechter van de CVP in de Zaanstreek; red.) en ik hadden afgesproken dat we achter elkaar het woord zouden voeren. Ik zei: Als je hier met elkaar een christelijke volkspartij in elkaar timmert, dan wordt dat geweldig. Maar Jan Schouten was er vuur en vlam tegen. Die kwam van het podium af en ging vlak voor me staan. Toen zei hij tegen mij: ’Jij schiet met alles wat je hebt.’ Ik zei: ’Dat moet met u wel. Ik ga geen stap voor u opzij. Dat doe ik in deze zaak niet.’ Dat heb ik ook niet gedaan, maar Schouten heeft wel gewonnen.’’

Onder leiding van hoofdredacteur Bruins Slot werd Trouw na de oorlog spreekbuis van de ARP. In de jaren vijftig trok de krant nog ten strijde tegen de Partij van de Arbeid. Het zou tot de jaren zestig duren voordat Trouw zich ontwikkelde tot wat de verspreiders in de oorlog al voor ogen stond: een christelijke krant die open staat voor ’andersdenkenden’ en niet bang is voor het uitdragen van een eigenzinnig standpunt. Tot vreugde van ’de laatsten van Trouw’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden