Ons stipje op de waereldkaart

Piet de Rooys zoektocht naar bepalende momenten van politieke vernieuwing heeft een originele studie opgeleverd

De Utrechtse predikant Abraham Kuyper gaf in april 1869 in gebouw Odéon in Amsterdam een opmerkelijke lezing onder de titel Eenvormigheid, de vloek van het moderne leven. De Franse Revolutie had ook in Nederland een einde gemaakt aan een eeuwenoude traditie van organische veelvormigheid. Saaie, rechte straten en uniforme huizenblokken ontdeden de oud-Hollandse steden van hun karakter. Het natuurlijke verschil tussen jong en oud werd uitgewist: jongens stelden zich aan als bejaarden en bejaarden speelden 'jeune garçon'. Kuyper hekelde het halfzachte streven naar 'christendom boven geloofsverdeeldheid' van de vrijzinnige elite. In plaats daarvan moest de 'christelijk-historische richting' opkomen voor de autonomie van personen, steden, gewesten en gezindten. Kuyper zou de daad bij het woord voegen door een krant, een politieke partij, een kerkgenootschap en een universiteit te stichten. Hij wist, schrijft Piet de Rooy, als één van de weinige Nederlanders in onze geschiedenis het land te splijten in voor- en tegenstanders en door zijn hardhandige optreden die tegenstanders te dwingen zich te voegen in een nieuwe politieke cultuur.

Die vernieuwing bestond erin dat Kuyper tussen individu en staat een nieuw verschijnsel introduceerde: de politieke partij als associatie van vrije burgers die tot doel had vanuit de samenleving een plaats in het politieke bestel te veroveren. De door Kuyper ontketende ideologische strijd tussen politieke partijen was vooral de vertegenwoordigers van de vorige politieke cultuur, de oude liberalen, een gruwel. De staatsman en historicus De Beaufort was verbijsterd over het charisma van Kuyper, die het christendom schaamteloos in dienst stelde van zijn machtspolitiek. De Beaufort beschreef Kuyper als 'het type van den politicus der democratische maatschappij, naar Americaansch model. Voor hem zijn verkiezingen alles, zijn buitengewone talenten en begaafdheden worden bij uitsluiting gebruikt om de kiezers te bewerken.' Dat was geen compliment.

De Rooy illustreert met dit citaat nog iets anders, namelijk dat Kuyper zijn vernieuwing van de politieke cultuur van overzee geïmporteerd had. Kuyper las alles van de grote Britse conservatieve staatsman Edmund Burke en maakte een uitgebreide tournee in Amerika. De tijdgenoten waren zich zeer bewust van de beslissende invloed die gebeurtenissen en denkbeelden van buiten hadden op de politieke cultuur van Nederland. Met de titel van zijn studie naar de veranderingen in de politieke cultuur van Nederland, Ons stipje op de waereldkaart, ontleend aan een uitspraak van de volksvertegenwoordiger Schimmelpenninck in 1796, legt De Rooy zijn programma op tafel: kijk eens naar buiten in plaats van steeds naar binnen. Dan zie je dat het kleine, kwetsbare Nederland volgt wat er in de wereld gebeurt.

Met Ons stipje op de waereldkaart heeft Piet de Rooy geen uitgebalanceerd overzichtswerk willen schrijven, want dat heeft hij al gedaan met zijn opnieuw door de Wereldbibliotheek uitgebrachte Republiek van rivaliteiten (de oorspronkelijk versie is van 2002). In plaats daarvan gaat hij op zoek naar 'kruispunten' van politieke vernieuwing. Die beslissende momenten, benoemd in jaartallen, bepalen de indeling van zijn originele en eigenzinnige studie.

Zo werd Nederland in 1795 een moderne natiestaat door een staatsgreep die door het Franse revolutionaire leger werd gesteund. Woelingen in de rest van Europa gaven Thorbecke in 1848 de kans de parlementaire democratie in een grondwet te verankeren. Hij ziet de eerste contouren van de verzorgingsstaat rond 1900 ontstaan als reactie op de economische globaliseringsgolf in de tweede helft van de 19de eeuw en de daarmee gepaard gaande sociale spanningen. 1930 is het jaar waarin de levensbeschouwelijke verdeeldheid van het volk werd gecanoniseerd in een verzuild omroepbestel. 1966 luidt een culturele revolutie in, met burgerlijke ongehoorzaamheid en buitenparlementaire actie als opvallende kenmerken.

Het jaar 2002 markeert de overgang van de partijendemocratie naar een populistisch regime.

De Rooy wijdt een interessant hoofdstuk aan het Nederland van en na Pim Fortuyn, met veel aandacht voor onze economische kwetsbaarheid en de kloof tussen parlement en kiezers inzake Europa, die op 1 juni 2005 aan de oppervlakte kwam bij het referendum over de Europese grondwet. De Rooy schrijft: 'Toen de storm in 2008 opstak en belangrijke beslissingen genomen moesten worden om de Europese Unie overeind te houden, kon de Nederlandse politiek de kiezers niet uitleggen waartoe de Unie diende (...) Hiermee werd de politiek nagenoeg sprakeloos op een gebied dat decennialang een pijler was van het buitenlands beleid en een plechtanker voor de economie.'

Merkwaardig afwezig in de studie van De Rooy zijn de jaren veertig, met de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw, de koloniale oorlog in Indonesië, het einde van de neutraliteit met het lidmaatschap van de NAVO en het begin van wat de Britse historicus Tony Judd 'het sociaal-democratisch moment' heeft genoemd - in Nederland belichaamd door het premierschap van Willem Drees. Er is veel voor te zeggen ook het jaar 1945 te beschouwen als een 'kruispunt' in de politieke geschiedenis van Nederland, alleen al vanwege de ongekend grote invloed van de overheid op het sociaal-economisch leven.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden