Onrustige tijden

De Amerikaan Robert Storr is dit jaar de directeur van de Biënnale van Venetië. Hij wil het gat dichten tussen denken en kijken....

Grand Tour 2007
Deze zomer vallen veel jaarlijkse, tweejaarlijkse of vijfjaarlijkse festivals samen: De Documenta in Kassel, de Venetië Biënnale, de Skulptur Projekte Münster en de kunstbeurs Art Basel. De artikelen uit de Volkskrant over deze festivals zijn hier bijeengebracht.

Met zijn flaphoed – gekocht in dezelfde zaak in Los Angeles waar Bruce Nauman zijn stetsons aanschaft – lijkt hij op een verdwaalde Amerikaan zoals er in Venetië tallozen langs de waterkant rondlopen. Maar niets is minder waar. Robert Storr is in Venetië allerminst de weg kwijt. Hij woont er met vrouw en kinderen al ruim vijf maanden. Kent inmiddels het labyrint van steegjes en bruggen op zijn duimpje. En vooral de route naar het Giardini en de havengebouwen van de Arsenale, waar deze zomer voor de 52ste keer de Biënnale van Venetië te zien zal zijn.

Verwonderlijk? Nee, Robert Storr is voor dit jaar de directeur van de internationale tentoonstelling van de oudste biënnale. En ook dat is niet verwonderlijk. De Amerikaanse schilder, criticus, voormalig senior curator van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York en huidige dean aan de Yale School of Art heeft in zijn inmiddels lange loopbaan zijn sporen wel verdiend. Hij publiceerde over Felix Conzalez-Torres, Louise Bourgeois, Eva Hesse, Alex Katz en Bruce Nauman, en schreef kritieken in Art in America, Artforum, The New York Times en The Washington Post. In het MoMA maakte hij thematentoonstellingen als Devil on the Stairs, Mapping en Projects, en gaf colleges aan de School of the Art Institute in Chicago, City University in New York en Harvard University.

Op een terras aan de Via Garibaldi, een kanaallengte verwijderd van het biënnaleterrein, prikt de tentoonstellingsdirecteur in een bordje Italiaanse garnalen. Zijn vormloze hoed is inmiddels op de struik achter hem beland. Het geeft een beter zicht op zijn dunne haar en overmatig grote bril met titanium montuur.

Storr (57) spreekt snel, gehaast, maar met vastberaden dictie. Een professional die op alle vragen een antwoord heeft. Natuurlijk over de opzet van zijn expositie en het belang van de biënnale, maar ook over de problemen van de geglobaliseerde kunstwereld, de belangenverstrengeling tussen kunst en het grote geld, en wat het betekent om als eerste Amerikaan de Venetiaanse biënnale te mogen samenstellen: ‘Ik heb ze gewaarschuwd. Ze gevraagd of ze wel zeker wisten of het nu de juiste tijd was een Amerikaan dit werk te laten doen, gezien wat er in de wereld gaande is.’

Leidraad voor de Storrs biënnaletentoonstelling is de titel Think with the Senses – Feel with the Mind. Art in the Present Tense. Een titel die in zijn dubbelzinnigheid de huidige kunstpraktijk samenvat: er wordt of te veel alleen gedacht óf te veel gekeken. Storr is een voorstander het gat tussen de twee benaderingen te dichten. Omdat concept en perceptie geen aparte categorieën zijn. De Amerikaan gelooft sowieso niet in algemeenheden die er over de kunst de ronde doen.

Think with the Senses – Feel with the Mind moet dan ook in de eerste plaats een tentoonstelling worden, ‘geweven door vele handen in verschillende snelheden’, zoals hij al eerder publiceerde, ‘als een reflectie van de moeilijkheden om kunst te maken in onrustige tijden’.

Storr nodigde voor zijn expositie een gezelschap van 94 kunstenaars uit. Wie de lijst met namen overziet (onder wie twee Nederlanders: Manon de Boer en Christiaan Braun, fotograaf, verzamelaar, directeur van het voormalige museum Overholland en trustee van het MoMA) merkt dat de kunstenaars uit alle windstreken komen, als een haast representatieve afspiegeling van de mondiale uitstraling van de moderne en hedendaagse kunst – wat Storr juist níet wil.

Met nadruk stelt de directeur dat hij zijn tentoonstelling niet als ‘mondiaal’ ziet, maar ‘internationaal’ – wat in zijn ogen een groot verschil is. ‘De biënnale in Venetië geeft als enige tweejaarlijkse tentoonstelling nog steeds een overzicht van landen in de verschillende paviljoens. Als een representatie van nationaliteiten. Mooi, want dat ontslaat mij van de verplichting een United Nations van de kunst te maken.’

Komt bij, meent Storr, dat het mondiale van de kunst een mondiale begrijpbaarheid suggereert. ‘Alsof de kunst een vorm van Esperanto is. Onzin. Laat ik het zo zeggen: ik spreek vloeiend Frans, een beetje Spaans en gebrekkig Russisch en Italiaans. Maar desondanks spreek ik liever verschillende talen slecht dan één taal die alles plat strijkt goed. En dat geldt ook voor alle artistieke talen.’

Storr gelooft niet in een globalistische Brotherhood of Art. ‘Alsof alle moderne kunst van oorsprong uit Europa komt, zich daarna verplaatste naar Amerika en daar groot werd, en zich van daaruit verspreidde over de hele wereld – wat niet klopt. Het modernisme komt nu eenmaal niet voort uit een enkele bron. Het vond in de jaren vijftig overal plaats, in Rio, Düsseldorf en Tokio.’

Het is ook de reden dat Storr helemaal niet gelooft dat New York ooit het centrum van de kunstwereld is geweest, legt hij uit achter een bord authentieke spaghetti, waar de Italiaanse keuken patent op heeft. En naar zijn mening speelt New York ook nu geen belangrijke rol meer, wat volgens Storr de afgelopen jaren goed te zien is bij het MoMA. ‘Het gevaar is dat het een museum wordt als elk ander. Een museum van een te groot institutioneel gewicht. Een museum ook, dat zich bevindt in een spastische mix van geen gedurfde tentoonstellingen te maken op het juiste moment, of juist een modegril te volgen op het verkeerde moment.’

De opmerking kenmerkt zijn onafhankelijke visie. En lef. Storr mag dan senior curator van het prestigieuze MoMA zijn geweest en nu de lakens uitdelen als chef van de belangrijkste biënnaletentoonstelling, de erebanen hebben zijn stem als voormalig criticus niet doen verstommen. Hij ziet de huidige problemen binnen de kunstwereld haarscherp. Wat in zijn positie, tussen alle verschillende belangen van de biënnaledirectie, de curatoren van de nationale paviljoens, de galeriehouders, kunstenaars en verzamelaars, al heel wat is. En die belangen zijn tegenwoordig erg groot, geeft hij volmondig toe. Neem alleen al de overweging van de biënnalepresident Davide Croff om in 2009 van La Biennale di Venezia weer een verkooptentoonstelling te maken, zoals dat in de periode 1942-1968 het geval was.

Volgens The Art Newspaper stuitte het idee al meteen op weerstand uit het galeriecircuit. Kern van het bezwaar: de biënnale zou een regelrechte concurrent van de handelaars worden. Te meer omdat alle grote galeriehouders lobbyen om ‘hun’ kunstenaars op de Venetië-tentoonstelling te krijgen – in een poging enkele dagen later tijdens de kunstbeurs in Basel werk van hen te verkopen.

Storr is resoluut: ‘Ik denk dat het een verschrikkelijke vergissing is. Dat beurzen anticiperen op biënnales is nog wel te billijken. Maar dat Venetië een beurs begint te worden niet.’ Daarbij levert het de biënnale, volgens Storr, ook niets op. ‘Al het geld dat de biënnale ermee denkt te verdienen – zeg 5 procent van de verkoopprijs – zal weer verdampen omdat galeriehouders niet langer bereid zullen zijn te investeren in de kunstenaars die ze in Venetië willen laten zien.’

Overigens ziet Storr het verkoopidee van de biënnalepresident als een symptoom van de groeiende commerciële verstrengeling van de markt, musea, biënnales en nieuwe kunstproducenten als Siemens en Prada. ‘Het is een enorm gevaar en een enorm probleem. Veel museummedewerkers en academici, die nooit iets met de markt te maken hebben gehad, zien het als een teken van de onvermijdelijkheid van totale corruptie. Ze zijn geneigd hun handen ervan af te trekken en niet ertegen ten strijde te treden. Terwijl je soms beide moet doen: het gevecht aangaan én wachten op het goede moment.’

Storr mag dan fel zijn gekant tegen de opportunistische vermenging van kunst en geld, het neemt niet weg dat hij de afgelopen maanden zelf met lede ogen moest toezien dat ook zijn eigen tentoonstelling door een geldkwestie werd geïnfecteerd. Brandpunt van rumoer, begin dit jaar, was de organisatie van de Afrika-tentoonstelling – titel Check List – die Storr als onderdeel van zijn eigen expositie initieerde.

Om tot een goede keuze van kunstenaars te komen, stelde Storr een jury samen van experts van Afrikaanse kunst. Zij kozen, uit de 37 inzendingen op een open inschrijving, de Sindika Dokolo African Collection of Contemporary Art om de presentatie samen te stellen – een privéverzameling uit de Angolese hoofdstad Luanda, aangekocht door de Congolese zakenman Sindika Dokolo. Het bleek achteraf een pijnlijke beslissing.

Afgelopen februari publiceerde het kunsttijdschrift Artnet Magazine, onder de titel ‘Art and Corruption in Venice’, pittige kanttekeningen bij de keuze van de Dokolo-collectie als hofleverancier voor de Afrika-tentoonstelling. Zo zou Dokolo’s vader, een rijke bankier, 80 miljoen dollar uit zijn Nouvelle Banque de Kinshasa onrechtmatig hebben doorgesluisd naar zijn familie, die de transactie sindsdien met ‘maffia-achtige’ praktijken zou hebben verdedigd. Daarnaast zou Dokolo’s vrouw, Isabel dos Santos, een belangrijke aandeelhouder zijn in de Angolese diamantindustrie die verantwoordelijk wordt gehouden voor mensenrechtenschendingen.

Storr zit er behoorlijk mee in zijn maag, geeft hij toe, terwijl het nagerecht met citroenijs wordt geserveerd. Uiterlijk onbewogen schept hij het dessert weg, maar vertelt wel dat hij zich door de beslissing van de jury, die hij nota bene zelf had geïnstalleerd, voor een voldongen feit voelde geplaatst. ‘Ik heb allerlei vragen over de kwestie gesteld, maar zag geen reden te overrulen. Dat kon ik niet, dan sjoemel je met de regels. Bovendien waren er geen harde bewijzen. Natuurlijk, als je een tentoonstelling zou maken uit de collectie van Joseph Hirshhorn, de grote verzamelaar van Amerikaanse kunst, die zijn miljoenen heeft verdiend met de verkoop van uranium aan de Amerikaanse regering om er atoombommen van te maken, dan zou ik het niet doen. Maar het blijft natuurlijk altijd een risico.’

Toch staat Storr nog steeds achter de beslissing een aparte expositie aan Afrikaanse kunst te wijden. Ook al komen veel van de kunstenaars helemaal niet uit Afrika en kreeg hij vooraf steeds te horen dat de samenstellers van de tentoonstellingen zwart moesten zijn.

‘Ik heb gezegd dat niet te willen garanderen. Veel goede curatoren van Afrikaanse kunst komen uit Frankrijk en Engeland. Bovendien is Afrika niet alleen zwart. Het is ook Arabisch en blank.’

Volgens Storr is er geen strikte definitie wie wel en niet Afrikaan is, wat ook geldt voor Aziaten, Europeanen en Amerikanen. ‘Neem bijvoorbeeld Lyle Ashton Harris, die in mijn tentoonstelling zit. Zijn vader is Canadees, zijn moeder Amerikaans. Hij werkt in Ghana en New York. Hij is bovendien homo en maakt werk over de Italiaanse bourgeoisie.’

Dat Storr zelf als Amerikaan überhaupt niet geschikt zou zijn een grote expositie samen te stellen met zoveel internationale kunstenaars en over gevoelige thema’s als emigratie, nationalisme en multi-culturaliteit, daarvan wil hij niets weten.

‘Ik ben geïnteresseerd in politiek en cultuur’, vertelt Storr, roerend in zijn kopje espresso macchiato. ‘En dat zeg ik ook als Amerikaan – juist als een Amerikaan. Ook wij hebben slavernij gekend en ondervinden nog dagelijks de gevolgen van massale emigratie om politieke en economische redenen. Veel oorspronkelijke bewoners zijn afgeslacht. Daarbij, Amerika is het product van revoluties. We zijn zelf een kolonie geweest. Nee, Amerikanen weten maar al te goed hoe moeilijk het is om te integreren in een multiculturele samenleving. Het is alleen jammer dat het huidige beeld van Amerika is gebaseerd op het slechte gedrag van recente regeringen én op een karikatuur die extremisten in eigen land van ons hebben gemaakt.’

De Biënnale van Venetië opent op 10 juni en duurt tot 21 september.

‘De kunst is geen vorm van Esperanto.’

31KUstorr_ph01

Robert Storr, artistiek directeur Biënnale van Venetië: ‘De Biënnale is niet mondiaal, maar internationaal’.

Foto Joost van den Broek

OP DE COVER Robert Storr, directeur van de Biënnale van Venetië

Foto Joost van den Broek/ De Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden