Onmacht die aankomt als een dreun

Wanneer de voorstelling begint, is Agnes op sterven na dood. Ze lijdt vreselijk, is kotsmisselijk, en bovendien erg bang. Op een videoscherm zien we haar bezwete gezicht.

Door Karin Veraart

Agnes heeft twee zussen, Karin en Maria, die haar proberen bij te staan. Makkelijk gaat het hun niet af. Ook zij zijn bang, en behoorlijk onhandig in hun pogingen het lijden van hun zus enigszins te verlichten.

Waar nog bij komt dat het drietal in de loop van hun volwassen leven compleet uit elkaar is gegroeid; van enige toenadering kan – zelfs op dit cruciale moment – nauwelijks meer sprake zijn. Alleen de bediende, Anna, is in staat de zieke echt te verzorgen. Maar ook Anna draagt een zwaar verleden met zich mee.

Beklemmend is een eufemisme voor Ivo van Hoves enscenering van Kreten en gefluister, naar het filmscript uit 1972 van Ingmar Bergman. Hier is geen plaats voor tranen, dichtgenepen kelen of ander sentiment. Maar het is een voorstelling die aankomt als een dreun. Verdoofd blijf je achter.

In Van Hoves eerdere regie van een Bergman-script, Scènes uit een huwelijk (uit 2005), overheersten de woorden, de discussies: het publiek verplaatste zich langs koppels van verschillende leeftijd met elk zo hun eigen problemen, en terwijl je keek en luisterde naar het ene paar, was het volgende met z’n geruzie en wanhoop al hoorbaar, als door de dunne wandjes van een huurflat.

Ook nu is de vorm heel bepalend, maar de enscenering had nauwelijks afwijkender kunnen zijn. Woorden lijken tekort te schieten hier; niet meer dan het hoognodige wordt besproken. Er vallen kreten, er is gefluister, maar van een echt gesprek komt het sporadisch. Van Hove en zijn vaste vormgever Jan Versweyveld hebben ditmaal primair gekozen voor het beeld – en dat werkt hier ongelooflijk sterk.

Wat overigens niet betekent dat het acteerwerk bij Toneelgroep Amsterdam op een tweede plan is geraakt. De sterfscène van Agnes (Chris Nietvelt) is ijzingwekkend; het stille geredder van bediende Anna (Karina Smulders) maakt haar ellende voelbaar. Halina Reijn als de behaagzieke Maria en Renée Fokker als de oudste zus die het ogenschijnlijk allemaal zo goed voor elkaar heeft – tijdens hun pijnlijke onderonsjes is de onmacht evident. Korte, afgemeten momenten zijn het, ook met de mannen in hun leven (Roeland Fernhout en Hugo Koolschijn), die toch veelzeggend zijn.

Beeld en muziek doen de rest. In Agnes’ angstigste uren zien we haar en haar zussen in schaduwspel door een wand waarop tegelijkertijd ook hun voorzichtige bewegingen worden geprojecteerd. Melancholieke tonen gaan over in verschrikkelijke herrie als het leed alomvattend wordt, de projecties bewegen mee in een misselijkmakende draaikolk. Het ritueel van het afleggen gaat gehuld in vervreemdende klanken, terwijl in een strakke choreografie het toneelbeeld haast ongemerkt wordt gedraaid en er op het voortoneel plek komt voor flashbacks; op de achtergrond zien we de nog levende Agnes bezig met haar schilder- en videokunst.

Aan die kortstondige terugblik op het leven van deze mensen kunnen we afleiden wat hen heeft gemaakt tot wat ze zijn: eenzame individuen, ternauwernood meer tot communicatie in staat. Dan, aan het einde, verschijnt Agnes. Ze gaat even volkomen op in een warme herinnering, en daaruit zouden we troost kunnen putten. Die is dan ook wel erg hard nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden