Only the Sound Remains doet een groot beroep op de concentratie

Dirigent André de Ridder zorgt er op bewonderenswaardige manier voor dat de orkestrale klanken en de stemmen van de zangers loskomen van het podium. Maar de onbeweeglijkheid overheerst, en er wordt wel een heel groot beroep gedaan op de concentratie van de westerse operaliefhebber.

Visser Davone Tines en danseres Nora Kimball-Mentzos in Only the Sound Remains.

Een visser vindt een mantel van veren, die aan een engel blijkt te behoren. 'Je krijgt je mantel, maar alleen als je voor me danst', zegt de visser. De engel stemt toe, maar wil eerst de mantel terug. 'Hoe kan ik je vertrouwen?', vraagt de visser en de engel antwoordt: 'Twijfel is voor stervelingen. Wij kennen geen bedrog.'

In Only the Sound Remains, het gloednieuwe operatweeluik van componiste Kaija Saariaho, glijden grote thema's als sterfelijkheid en verlangen onnadrukkelijk voorbij. Je hoort ssss-klanken van een minikoortje, zachte glissandi van een strijkkwartet en aangestreken toetsen van een vibrafoon. Ze worden vermengd met de aardse tokkeltonen van een kantele, een oud snaarinstrument uit Saariaho's geboorteland Finland.

Ontheatraal thema

Ze gaat uit van twee teksten uit het eeuwenoude Japanse Nôh-theater. Beide gaan over levenden en gestorvenen en over een geheimzinnig contact tussen hun werelden. Of, als je het persoonlijker opvat: over jouw doden, die ongrijpbaar zijn maar die je toch altijd met je meedraagt.

Het is een introvert, ontheatraal thema, dat past in een boek van Murakami, maar verloren raakte in de immense operazaal aan het Waterlooplein. Saariaho, beroemd om de sprookjesachtige rijkdom van haar klanken, is wars van drama of retoriek. Ze geeft haar publiek een geest en een monnik. Of, in het tweede werk, een visser met de stem en het uiterlijk van een monnik, en een engel die verrassend veel lijkt op de geest.

Regisseur Peter Sellars voegt daar een schilderij van de Ethiopische kunstenares Julie Mehretu bij, met abstracte, donkere lijnen op een wit doek.

Contrast

De tekst en de klanken van Saariaho gaan een verbinding aan met het schilderij. Over de lijnen op het lichte doek vallen de massieve schaduwen van een monnik, een geest, een engel. De beelden die zo ontstaan, zijn van een onwerkelijke schoonheid. Licht en donker, verte en nabijheid, aards en hemels gaan een verbond aan.

Dirigent André de Ridder zorgt er op een bewonderenswaardige manier voor dat de klanken van de instrumenten en de stemmen van de zangers loskomen van het podium. Op zorgvuldig uitgekiende plekken worden ze vervormd door elektronica en liggen ze als een krans om het publiek heen.

Het eerste deel van het tweeluik is duister, met een basfluit en een dreunende tamtam. Mooi is het contrast tussen het donkere baritongeluid van de Amerikaan Davone Tines en de etherische stem van countertenor Philippe Jaroussky.

Onbeweeglijkheid

Het tweede deel is lichter. De basfluit is vervangen door een piccolo en de statische mannenfiguren krijgen gezelschap van een bovenaards sierlijke danseres: Nora Kimball-Mentzos, alter ego van de engel.

Toch overheerst ook hier de onbeweeglijkheid. Het kunstwerk van Mehretu is nu sterk vergroot en verkleurt naar een intens goudgeel, maar nergens krijg je het gevoel getuige te zijn van een theatervoorstelling. Eerder lijkt het alsof je kijkt naar de sublieme installatie van een beeldend kunstenaar. Aan het einde van de avond is er ineens een tweede doek, een kloon van het werk van Mehretu. Beide doeken worden neergelaten en weer opgetrokken - het zwakste onderdeel van de avond.

Saariaho doet met haar nieuwste opera een groot beroep op de concentratie van een westerse operaliefhebber. Die wil, naast diepzinnige toverklanken, ook momenten waarop hij wordt meegenomen in een pakkende theatrale ontwikkeling. Al is het maar heel even.

Kaija Saariaho: Only the Sound Remains. Regie: Peter Sellars. Decor: Julie Mehretu. Davone Tines, Philippe Jaroussky, Nora Kimball-Mentzos (dans), Dudok Kwartet, solisten, Vocaal kwartet van het Nederlands Kamerkoor o.l.v. André de Ridder.

15/3, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam; daar t/m 29/3.

Tien dagen lang genieten op het jubileumfeest van de opera

Het Opera Forward Festival geeft ruimte aan nieuwe muziek en andere opvoeringspraktijken.

De Nationale Opera bestaat 50 jaar en zet niet alleen zichzelf in het zonnetje maar betrekt ook anderen bij het feest. Met Only the Sound Remains begint het nieuwe Opera Forward Festival, waarop operakenners en musici, regisseurs en beeldend kunstenaars zich buigen over de toekomst van het genre.

Tien dagen lang komen ze samen op drie locaties in Amsterdam: de Nationale Opera & Ballet, het Muziekgebouw aan 't IJ en de Stadsschouwburg.

Er zijn voorstellingen te zien die vernieuwend zijn, zoals het hierboven besproken Only the Sound Remains en Blank Out, een opera voor sopraan en 3D-film van de Nederlander Michel van der Aa. Maar ook een oude opera als Il matrimonio segreto van Cimarosa kun je op een nieuwe manier benaderen, zo laat de productie van Opera Zuid en de Nederlandse Reisopera zien.

En de opera van de toekomst krijgt nu al gestalte in vijf mini-opera's, gemaakt door studenten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden