Ongemakkelijk gemaakt

Voor de expositie 'Wegkijken' ging bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt op zoek naar foto's die schaamte laten zien. Hij vond foto's om je bij te schamen....

Misschien zouden we niet moeten kunnen kijken. Kijken is een van de meest schaamtevolle bezigheden die je kunt bedenken. Of je nu door een microscoop naar de allerkleinste deeltjes van een organisme staart, op een terrasje passerende mensen keurt, naar een echo van een ongeboren kind kijkt of in de file een glimp probeert op te vangen van het auto-ongeluk op de andere weghelft - kijken is iets of iemand uitkleden, ontleden, proberen te doorgronden. Denk erover na, en je schaamt je kapot.

Fotograferen is zo mogelijk nog erger dan kijken. Kijken kan nog discreet zijn. Fotograferen is dat wat je met je ogen uitkleedt zo goed mogelijk vastleggen, zodat iederéén het kan zien. Bijna iedere fotograaf, amateur of professioneel, kan zich dat uiterst schaamtevolle moment herinneren waarop hij voor het eerst zijn camera richtte op iemand anders, een bedelaar op straat, de autochtone bewoner van een vakantie-oord.

Met het kíjken naar foto's is het al niet anders. Dat lijkt 'veilig' - jij hebt die foto niet gemaakt. Maar achteraf kijken, wanneer de gefotografeerde wordt getoond als een opgespelde vlinder achter glas, is ook schaamteloos, zo niet schaamtelozer.

'Als je een foto echt wilt zien, goed zien, moet je je ogen afwenden of dichtdoen, gewoon dicht', zegt Zuza in de roman Met het gezicht naar ons toe van de Israëlische schrijfster Ronit Matalon. Dat is wel zo eerlijk.

Over schaamte in de fotografie stelde bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt (1953) in opdracht van het Frans Halsmuseum in Haarlem een intrigerende tentoonstelling samen in De Hallen: Wegkijken. Schaamte heeft Gold schmidt, zo schrijft hij in het begeleidende essay in de catalogus, altijd al gefascineerd, vanaf het moment dat hij zich als jongetje akelig bewust werd van de, in zijn ogen tenenkrommende, acties van zijn vader. Met een volle beurs zwaaien naar de serveerster in een restaurant, met de stootboei van een zeilboot op zijn rug gebonden door de Kalverstraat kuieren, omdat dat hielp tegen rugpijn - Goldschmidt junior zakte dagelijks ettelijke malen door de grond.

'Jij hoeft je nooit voor een ander te schamen', zei zijn vader. En hoe waar die uitspraak ook mocht zijn, zich voor niemand schamen heeft Tijs Goldschmidt zijn leven lang niet voor elkaar gekregen.

Kan een foto schaamte laten zien? Met die vraag begon hij zijn zoektocht door het Spaarnestad Fotoarchief, waar hij de vrije keuze had uit miljoenen plaatjes. Hij kwam er al snel achter dat foto's van mensen die zich schamen moeilijk te vinden zijn. 'Schamen is een stille emotie en zelfs als iemand bloost, valt dat zelden goed te onderscheiden op de archieffoto's, die bijna altijd in zwart-wit zijn'.

Beter was het om schaamtevolle situaties te kiezen, liever gezegd: situaties die hem ongemakkelijk maakten. Die hem bijna dwongen zijn ogen af te wenden, weg te kijken. Plaatsvervangende schaamte.

Dat is een goede keuze geweest. Want iemand die zich schaamt, heeft op een foto maar een paar manieren om dat duidelijk te maken. Hij kan wegkijken, de ogen bedekken, zijn hoofd tussen de schouders trekken, een afwerend gebaar maken naar de fotograaf - dat is het wel zo'n beetje. In De Hallen hangen een paar voorbeelden.

Iraanse vluchtelingen op Schiphol die met hun handen hun gezichten bedekken; een New Yorkse die het hoofd buigt omdat ze is gearresteerd; Amerikaanse gevangenen met zakken over hun hoofd. Het zijn karikaturale houdingen, die, was er niets anders te zien, een eendimensionale tentoonstelling zouden opleveren. Met plaatsvervangende schaamte kun je veel meer kanten op.

Schaamte is grofweg op te delen in individuele en algemene schaamte. Tussen die twee uitersten deinen de foto's die Goldschmidt uitkoos voor de tentoonstelling. Maar omdat alle onderwerpen, alle oorlogen, alle jaartallen kris kras door elkaar hangen, moet je je als kijker steeds opnieuw programmeren. Soms omdat je het onderschrift eerst moet lezen voordat je begrijpt wat je ziet (hoewel dat niet zelden voor meer verwarring zorgt), vaker omdat eerst moet worden vastgesteld welke schaamte op de foto van toepassing is. Je plaatsvervangend schamen kan, zo blijkt, op vele manieren.

Zo selecteerde Goldschmidt-de-bioloog veel foto's van dierenmishandeling: varkens op transport naar Japan, een olifantje dat met veel gesjor en getrek in een ouderwets open vliegtuig wordt gehesen, een giraffe die aan boord van een transportschip het loodje legde omdat de voorzieningen niet goed waren. Deze foto's komen duidelijk voort uit de persoonlijke keuze en de individuele schaamte van Tijs Gold schmidt, maar dat het zielig is, kan iedereen wel zien.

Daartussen hangen foto's die voor de bezoeker van de tentoonstelling moeilijk als schaamtevol kunnen worden bestempeld. Drie ernstig kijkende clowns bijvoorbeeld. 'Als kind al had ik een hekel aan hun opgelegde vrolijkheid', schrijft Goldschmidt. Dit is wellicht een mening die niet iedereen deelt. Ook de keuze voor de foto van een meisje met ontbloot bovenlijf op een popfestival in Kralingen in 1970 roept waarschijnlijk alleen schaamte op bij degenen die daarbij aanwezig was of die zich de sfeer van die tijd nog goed kan herinneren.

De meeste foto's in Haarlem zijn echter van een heel andere aard. Voor de buitenstaander zijn ze onmiddellijk herkenbaar en herleidbaar. Ze gaan in grote lijnen over oorlog (vooral de Tweede Wereldoorlog en de onderdrukking van de joden), kinderarbeid, armoede, leedvermaak, slavernij, seksuele taboes.

Zo koos Goldschmidt onder andere een vage, grofkorrelige foto van een groep 'vermoedelijk joodse' (zoals het bijschrift vermeldt) naakte vrouwen, sommigen met kind, die ergens in de Sovjet-Unie wachten op de dood. Het opblazen van de gigantische boeddha-beelden door de Taliban in Afghanistan. Een Duitse boer uit 1933 wiens neus wordt opgemeten voor een antropologisch onderzoek. Een 10-jarig meisje dat met instemming van haar moeder een scène speelt in een pornofilm. En ook de schokkende amateurfoto's uit de Abu Ghraib-gevangenis ontbreken niet.

Niet te afschuwwekkend moesten ze zijn, 'want dan overheerst de walging de eventuele schaamte te veel en walging of woede is het hoofdthema nu eenmaal niet'. Hoewel je je kunt afvragen of iemand iets anders dan walging voelt bij het zien van een vrouw met een stalen pin in haar onderarm, bedoeld om haar ergens aan vast te binden. Van deze foto wegkijken is niet het gevolg van schaamte, maar van afschuw. De vrouw zelf heeft haar ogen wel afgewend, maar dat komt omdat ze te ver heen is, te ver om zich nog ergens voor te schamen.

Dat de foto's op Wegkijken de persoonlijke keuze van Tijs Goldschmidt reflecteren, zal niemand ontkennen. Niet voor niets beschrijft hij stap voor stap de ontwikkeling van zijn speurtocht door de krochten van het immense Spaarnestad Fotoarchief. De foto's die hij koos bestaan niet uit clichématige of platgetreden beelden. Integendeel - Wegkijken is een fototentoonstelling zoals er te weinig worden gemaakt: met de nadruk op de macht van de fotografie in plaats van op de schoonheid en de technische perfectie van het medium.

Maar goedbeschouwd zou de keuze van Tijs Goldschmidt net zo goed de keuze van iedere andere weldenkende westerse man kunnen zijn. Het zijn foto's van situaties die iedereen, in elk geval iedereen in de westerse samenleving, het schaamrood op de kaken zou moeten blazen. Niet omdat je er persoonlijk verantwoordelijk voor bent, maar omdat je je in het algemeen voor de mensheid schaamt. Omdat je er alleen al naar kíjkt.

De persoonlijke schaamte van Goldschmidt, het kleine, individuele gevoel van ongemak (over ouders die gek doen, binnenkomen in een drukke ruimte, struikelen op straat) blijft beperkt tot een paar beelden.

Misschien omdat hij die persoonlijke schaamte uiteindelijk niet interessant genoeg vond, misschien omdat die foto's eenvoudigweg niet te vinden waren (de map 'Schaamte' is volgens Goldschmidt immers de dunste van het hele Spaarnestad Fotoarchief).

Toch heeft hij die lacune zelf uiteindelijk ook gevoeld. Niet voor niets schrijft hij aan het einde van zijn essay: 'Om zelf niet geheel buiten schot te blijven nam ik een foto op die Roy Villevoye in 1997 van me nam'.

Daar staat Tijs Goldschmidt, in 1953 geboren uit joodse ouders, voor het decor van een speelfilm over de Tweede Wereldoorlog. Hij kijkt ietwat ongemakkelijk. De vingers van zijn linkerhand friemelen met zijn jasje. Hij staat voor een met prikkeldraad en stukken hout afgeschermd stuk Amsterdamse gracht. Er hangen borden waarop staat: 'Juden Viertel. Joodsche wijk'.

Die paar seconden poseren, zonder te lachen uiteraard, waren genoeg om een schaamtegevoel bij hem op te roepen en de foto daarmee te 'besmetten'. En de kijker schaamt zich met hem mee. Niet omdat hij precies zal kunnen begrijpen wat er in het hoofd van Goldschmidt omgaat, maar omdat hij, door naar het ongemak van iemand anders te kijken, verwordt tot een schaamteloze voyeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden