Onderzoeksjournalistiek met de Franse slag

Franse onthullingen over geroofd joods bezit en een politieke moord onthulden vooral iets over de Franse pers. Die is tuk op onderzoek naar het échte schandaal, maar niet altijd even nauwkeurig....

IN de Vijfde Franse Republiek wordt bij wijze van spreken bij elke maaltijd de hofcultuur nog dampend opgediend. Zoals bekend laat een sterk hiërarchisch ingestelde samenleving zich slecht combineren met journalistiek - immers professionele bemoeizucht met de over ons gestelden. Met het aanzien van de journalist in Frankrijk is het dus in het algemeen pover gesteld. En de laatste maanden werd het er niet beter op.

Dat begon met het ongeluk van prinses Diana in Parijs. De vox populi wil dat ze eind augustus schandelijk de dood in werd gejaagd door het gemotoriseerd journaille. De acht paparazzi die bij de Mercedes van de verongelukte prinses werden opgepakt en nog altijd onderwerp van justitieel onderzoek zijn, haalden vorige week weer het nieuws. Ze probeerden via de rechter publicatie van passages van het boek Ils l'ont tuée (Ze hebben haar gedood) tegen te houden. Hun juridische actie leverde niets op, de rechter vond dat het boek geen kwaad kon.

De beker is nog lang niet leeg. Eind vorige week publiceerde de gemeente Parijs de conclusies van een half jaar onderzoek naar aanleiding van een journalistieke pennenvrucht. Brigitte Vital-Durand, redacteur van het dagblad Libération, had in oktober 1996 in haar boek Domaine privé ontvouwd hoe de gemeente Parijs in de wijk Le Marais bezig was huizen te verkopen die tijdens de oorlog waren geroofd van gedeporteerde joden. Dat was een jaar geleden een ophef makende primeur, die paste in de stroom beschamende publicaties over het 'joodse goud' en de kunstwerken die nooit waren terugbezorgd bij de erfgenamen.

Ruim twaalf maanden later luidde de uitkomst van het Parijse onderzoek: van Vital-Durands boek klopt, samengevat, geen jota.

Zeker, er woonden destijds veel joden in Le Marais. Inderdaad, de gemeente Parijs had tijdens de oorlog nogal wat huizen onteigend. Maar het laatste had met het eerste weinig te maken. Er bestonden al sinds 1909 plannen om een gedeelte van Le Marais (het zogeheten îlot 16), gezien de ongezonde woonomstandigheden, te vernieuwen. Essentieel: de joden die er woonden waren, een uitzondering daargelaten, geen huiseigenaren. Zodat hun huizen nooit door de gemeente geroofd konden zijn.

Zonder twijfel zullen het antisemitisme ten stadhuize, plus de razzia's, plus de deportaties, de inbeslagname van de huizen van îlot 16 hebben vergemakkelijkt. Die schrijnende geschiedenis doet echter weinig af aan de 'fouten en wilde slagen' van de journalistiek in deze affaire, aldus de rapporteur.

Drie weken eerder was de magistratuur ook al in actie gekomen, en wederom niet ten gunste van de journalistiek. Na publicatie van het boek l'Affaire Yann Piat. Des assassins au coeur du pouvoir (De affaire Yann Piat. Moordenaars in het hart van de macht) greep de rechter in. Hij verbood gedurende twee weken de verkoop. Die tijd kregen de auteurs, André Rougeot en Jean-Michel Verne, om extra bewijs aan te dragen voor hun bewering dat twee vooraanstaande politici achter de moord op een collega-parlementariër zaten.

De twee journalisten, een hele en een halve redacteur van het weekblad Le Canard enchaîné, stonden veertien dagen later met hun mond vol tanden. Waarop de voorname uitgever van het boek, Flammarion, afzag van verdere verspreiding. Een vernedering.

Tussen de publicatie van het boek van de Libération-journaliste en de conclusie van het onderzoeksrapport verstreek een jaar. Voldoende voor de eigen krant om er het zwijgen toe te doen, en voor het publiek om in de waan te blijven dat het huizenbezit van de gemeente Parijs niet pluis is. Het boek over Yann Piat leidde daarentegen wél tot een fiks debat van algemenere strekking over de Franse onderzoeksjournalistiek, met flinke stukken in kranten en weekbladen, en televisieprogramma's waarin de zaak nog eens werd uitgeplozen. Wat ging er mis?

L 'AFFAIRE Yann Piat bevat een onthulling om je vingers bij af te likken, en dat is de auteurs vermoedelijk fataal geworden. Yann Piat was afgevaardigde voor een district in het aan de Middellandse Zee grenzende departement Var, toen ze begin 1994 door pistoolschoten om het leven kwam. De zaak werd nooit echt opgelost, maar er hing een lucht omheen van maffia en uit de regio afkomstige politici die rekeningen moesten vereffenen.

Mevrouw Piat had zich bij haar aantreden als parlementariër publiekelijk voorgenomen de politieke Augiasstal die de Var was, en nog is, uit te mesten. Een jaar later was ze dood, en na nog twee jaar moet de nieuwsdorst van de onderzoeksjournalisten van de Canard onlesbaar zijn geworden. Ze dronken de woorden van een Deep throat, die in het boek wordt voorgesteld als 'de generaal', niet alleen als een ouderling Gods woord - ze drukten ze ook af.

Zonder bewijs op papier. Zonder additionele bron. En zonder het verhaal van de generaal voor te leggen aan de twee aangewezen opdrachtgevers van de moord op Yann Piat. De ene heet François Léotard, oud-minister, partijleider van de UDF, tevens burgemeester van de badplaats Fréjus. De andere heet Jean-Claude Gaudin, ook oud-minister, alsook burgemeester van Marseille.

Sinds het verschijnen van L'Affaire Yann Piat hebben beide politici geen rustige nacht gehad. Schrale troost voor het tweetal: met de nachtrust van de journalisten zal het weinig beter zijn gesteld. De eigen Canard Enchaîné is hun journalistiek trapezewerk openlijk afgevallen. Op de voorpagina verscheen een stuk met daarin de minzame mededeling dat de medewerkers een 'detective' hadden geproduceerd 'die in deze vorm zeker niet in de Canard zou zijn verschenen'.

Een paar dagen later gaf hoofdredacteur Claude Angeli een interview waarin hij de affaire nog wat gecompliceerder maakte met de typisch Franse suggestie dat zijn medewerkers het slachtoffer zouden zijn geworden van 'manipulatie'. Van bredere strekking was zijn opmerking dat de Franse pers tegenwoordig onder druk staat om affaires te onthullen.

De Franse onderzoeksjournalistiek heeft de laatste jaren een vlucht genomen. Dat is mooi, maar heeft kennelijk ook een minder fraaie kant. Eén bezoek aan een boekhandel bewijst dat Frankrijk net als Nederland lijdt aan een overproductie van bedrukt papier. Anders dan Nederland kent Frankrijk een uitgeverstraditie op het gebied van de actualité politique. De combinatie overproductie/actualiteit leidt tot de huidige toestand op de tafel van de boekhandel waarop iedereen wil liggen. Geen fatsoenlijk journalistiek boek haalt de toptien meer zonder knalrood banderolletje met opdruk: de échte waarheid over de vervroegde verkiezingen, het wérkelijke schandaal van Crédit Lyonnais, of de wáre minnares van Mitterrand.

Om met de hoofdredacteur van de Canard Enchaîné te spreken: zijn medewerkers werden vermoedelijk gemanipuleerd. Het geheim dat nu op onthulling wacht, is of er politieke bedoelingen in het spel waren, dan wel uitgeversbedoelingen. De eerste druk van L'Affaire Yann Piat, zestigduizend exemplaren, was in ieder geval verkocht toen uitgeverij Flammarion het boek met een royaal gebaar van de markt haalde.

Martin Sommer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden