AchtergrondOnderzoeksjournalistiek

Onderzoeksjournalisten slaan de handen ineen – hoe werkt zoiets?

Nederlandse onderzoeksjournalisten slaan steeds vaker de handen ineen en verenigen zich in een platform, zoals Investico of Follow the Money. Hoe werkt zoiets? En kunnen ze ervan rondkomen?

Aspirant-onderzoeksjournalisten volgen een masterclass onderzoeksjournalistiek op de redactie van Investico.Beeld Simon Lenskens

De bonnetjesaffaire die leidde tot het aftreden van minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven, in 2015. De onthulling dat het kerkbestuur van Boston verdoezelde dat veel priesters zich schuldig hadden gemaakt aan seksueel misbruik. Het aftreden van de Amerikaanse president Richard Nixon, die in 1972 betrokken was bij een inbraak bij de Democraten die leidde tot het Watergate-schandaal.

Het zijn iconische voorbeelden van onderzoeksjournalistiek, van respectievelijk Nieuwsuur, The Boston Globe en The Washington Post. Vasthoudende verslaggevers kregen informatie boven tafel die betrokkenen verborgen probeerden te houden. Dat het lukte, was mede te danken aan een grote journalistieke organisatie die achter ze stond en ze alle tijd en middelen gaf.

Journalistiek spitwerk is allang niet meer het exclusieve domein van traditionele media. Vaak duiken diepgravende verhalen op van freelancers die een eigen organisatie hebben opgezet. Een bekend voorbeeld daarvan is het onderzoekscollectief Bellingcat. Er zijn ook kleinere, minder vermaarde platforms in Nederland, zoals Investico, The Investigative Desk en onderzoekscollectief Spit. Wat zegt hun opkomst over de onderzoeksjournalistiek, en hoe gaan dergelijke platforms te werk?

Hoofdredacteur Jeroen Trommelen van Investico.Beeld Simon Lenskens

Investico is een interessant initiatief, want alleen al dit najaar tekende het voor twee geruchtmakende onthullingen: over witwassen in Amsterdamse souvenirwinkels, in tijdschrift De groene Amsterdammer, en over een Pools dochterbedrijf van ING dat betrokken was bij een witwasnetwerk, in Trouw en Het Financieele Dagblad.

Het platform, officieel opgericht in 2016, bestaat uit vijf vaste medewerkers en veertien freelancers. Het heeft een bijzondere manier van werken: elk verhaal wordt gemaakt door meerdere journalisten die samenwerken met gevestigde media, zoals het NPO Radio 1-programma Argos.

‘Het gaat goed met Investico’, zegt hoofdredacteur Jeroen Trommelen, die 37 jaar bij de Volkskrant heeft gewerkt. Het onderzoek naar souvenirwinkels is volgens hem een treffend voorbeeld van de werkwijze van zijn platform: ‘Vijf journalisten hebben daar zes weken aan gewerkt, bijna fulltime. Dat is misschien wel achthonderd uur voor één artikel van 3.500 woorden (minstens drie Volkskrant-pagina’s met foto, red.). We maken geen hijgerige stukjes over incidenten, maar lange verhalen over structurele maatschappelijke problemen.’

Dat Investico zo veel tijd kan investeren, komt doordat het geen winstoogmerk heeft. Het is een stichting die grotendeels wordt gefinancierd door goededoelenorganisaties die diepgravende journalistiek een warm hart toedragen, zoals Adessium Foundation, de Stichting Democratie en Media, ASN Foundation en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Hoe kwam het verhaal over Amsterdamse souvenirwinkels tot stand? Verslaggever Romy van der Burgh (26), die in de hoofdstad woont, kreeg een tip van een insider. Toen ze erover vertelde in de masterclass onderzoeksjournalistiek, die ze sinds september volgt bij Investico, mocht ze er meteen mee aan de slag met de andere deelnemers.

‘We kregen het advies in zo veel mogelijk zaken een pakje kauwgom te kopen en te kijken welke bv op het kassabonnetje stond’, vertelt Van der Burgh. ‘Over die bv’s kun je informatie opvragen bij de Kamer van Koophandel. Al snel bleek dat één bv net was opgeheven en dat een nieuwe was ingeschreven: Q en Q. Dat bedrijf was weer onderdeel van een holding. En we ontdekten dat die holding sinds maart elf souvenirwinkels in de binnenstad had overgenomen.’

De grote vraag was of dit gewoon een slimme ondernemer is, of dat hij de zaken gebruikt om geld wit te wassen. Dat gebeurt relatief vaak in deze sector, want verschillen tussen in- en verkoopprijzen zijn groot en veel toeristen betalen contant.

Wat volgde was een combinatie van dossieronderzoek en gesprekken met bronnen, zoals winkeliers. Eigenaars van souvenirzaken in het centrum betalen zo veel huur (gemiddeld 15.000 euro per maand) dat ze tijdens de corona-uitbraak verlies maken. Toch krijgen ze geregeld een aantrekkelijk aanbod van dubieuze types die de zaak willen overnemen.

Omdat de eigenaar van Q en Q niet reageerde op telefoontjes, schreef Investico hem een brief, die Van der Burgh en een collega afgaven op het hoofdkantoor aan het Rokin. De baas was er niet, kregen ze te horen.

Van der Burgh: ‘We zijn toen stiekem in een koffietentje gaan zitten, aan de overkant, bij het raam. Binnen een paar minuten zagen we de baas met een telefoon aan zijn oor naar buiten komen, uit een zij-ingang. Even later stonden vijf mannen om hem heen. Na veel handgebaren en discussie belde een van hen Investico om een afspraak te maken.’

Jonge onderzoeksjournalisten werken aan een artikel voor de masterclass onderzoeksjournalistiek bij Investico.Beeld Simon Lenskens

Een dag later betoogde de ondernemer dat er niets mis is met zijn bedrijf. Hij zou minder huur betalen dan concurrenten en gokken op de snelle ontwikkeling van een coronavaccin en een opleving van het toerisme. Hard bewijs van witwassen is er niet, maar hij heeft de schijn tegen. Mede omdat de man niet goed kan verklaren waarom hij zakendoet met een omstreden notaris.

De politie stelde naar aanleiding van de bevindingen een onderzoek in naar Q en Q. ‘In de dagelijkse journalistiek is dat voldoende voor een bericht’, zegt hoofdredacteur Trommelen. ‘Wij gaan verder. Zo wilden we antwoord geven op de vraag hoe het mogelijk is dat deze man onder de radar was gebleven, terwijl tientallen instanties op dit soort dingen moeten letten.’

Media die met Investico samenwerken betalen voor het verhaal dat ze publiceren. Het platform ontvangt net zo veel voor een bijdrage als een freelancer zou krijgen voor een regulier verhaal van vergelijkbare lengte, zegt Trommelen. Dat is bij lange na niet genoeg om uit de kosten te komen, dus is aanvullende financiering noodzakelijk.

Dagblad Trouw publiceert af en toe verhalen van Investico. ‘Wij vinden het een interessante toevoeging aan ons eigen werk’, zegt adjunct-hoofdredacteur Martijn Roessingh. ‘Investico kan veel tijd investeren in verhalen, tijd die wij niet altijd hebben.’

Het lijkt een relatief goedkope manier om onderzoeksverhalen binnen te halen, maar dat is het volgens Roessingh niet. Trouw steekt er ook veel tijd in: ‘We sluiten in principe zo vroeg mogelijk aan bij een project. Als we een thema interessant vinden, praten we vaak mee in de beginfase en stellen we een redacteur beschikbaar die meehelpt met schrijven en nagaat of alles goed onderbouwd is. We moeten zeker weten dat het klopt.’

Op deze wijze bundelen media steeds vaker hun krachten. Zo onthulden de Volkskrant en Nieuwsuur in 2018 dat de AIVD meekeek met de activiteiten van een Russische hackersgroep en Amerika waarschuwde voor aanvallen. Journalisten van Trouw en RTL Nieuws legden de afgelopen jaren bloot hoe de Belastingdienst ouders jarenlang ten onrechte bestempelde als fraudeurs.

Trouw is al jaren lid van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). Verslaggevers van de krant en Het Financieele Dagblad waren onderdeel van een groep van 370 verslaggevers uit 75 landen die onderzoek deed naar de Panama Papers, de gelekte administratie en e-mails van een juridische adviesbureau dat vennootschappen opzette in belastingparadijzen.

‘Veel van dat soort onderzoeken zijn zo omvangrijk dat je het niet alleen kunt doen’, zegt Roessingh van Trouw. ‘Internationale samenwerking is ook eenvoudiger geworden, door allerlei nieuwe, beveiligde platformen waarin we gegevens kunnen delen en met elkaar kunnen discussiëren.’

Media zetten ook in op onderzoeksjournalistiek omdat ze zich ermee kunnen profileren, zegt Alexander Pleijter, universitair docent journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden. ‘Het is een goede manier om te bewijzen hoe belangrijk dit werk is, in een periode dat de journalistiek onder vuur ligt.’

De Nederlandse onderzoeksjournalistiek maakt een bloeiperiode door, blijkt uit een onderzoek uit 2018 in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en uit gesprekken met betrokkenen. Dat komt onder meer doordat de overheid jaarlijks 5 miljoen euro beschikbaar stelt voor (regionale) onderzoeksjournalistiek. Daarvan maken veel organisaties gretig gebruik.

Follow the Money doet dat ook, zegt Eric Smit, oprichter van het onderzoeksplatform. ‘Het zijn mooie tijden. Ik kijk met genoegen naar clubs als Investico en onthullende verhalen in of van traditionele media. De laatste jaren storten een hoop freelancers zich op onderzoeksverhalen. Ze kunnen er zelfs van rondkomen, dat was vroeger een stuk moeilijker, weet ik uit ervaring.’

Toch moet er nog veel verbeteren, vindt hij. ‘Bij regionale kranten is sprake van een enorme kaalslag. De Limburger en Tubantia zijn een positieve uitzondering. In veel andere regio’s blijft het bij projectjes. En bij de publieke omroep moeten onderzoeksjournalisten knokken voor het behoud van hun budget.’

De kern van het probleem: onderzoek is tijdrovend, en dus relatief duur. Een manier om uit de kosten te komen is financiering door fondsen en subsidies. Zo is Follow the Money ook begonnen. ‘Maar als dat de basis van je verdienmodel is, ben je te afhankelijk van grote geldschieters’, zegt Smit. ‘Als journalist wil ik radicaal onafhankelijk zijn.’

Geldschieters of subsidieverstrekkers hebben nooit geprobeerd invloed uit te oefenen op Follow the Money, maar het platform voelde wel voortdurend druk: hoe moet het verder als de financiering wegvalt? ‘Wij zagen het als een tijdelijke oplossing’, zegt Smit, ‘daarom zijn we een andere weg ingeslagen: leden binnenhalen. Nu hebben we er 22 duizend en zijn we winstgevend.’

Redacteur Romy van der BurghBeeld Simon Lenskens

Investico ziet niets in zo’n verdienmodel, stelt hoofdredacteur Trommelen. ‘Niets ten nadele van Follow the Money, maar zij moeten leden naar hun site lokken om ze tevreden te houden. Dat zie je op hun site: ze doen niet alleen aan onderzoeksjournalistiek, zoals wij, maar combineren dat met opiniërende stukken en nieuwsberichten. Wij willen dat niet, en het is ook niet nodig, want we worden gesteund door grote partijen. Die zijn veel stabieler dan de markt. In andere landen is zoiets al langer gebruikelijk, zoals bij ProPublica in Amerika.’

Voorwaarde is wel dat je goede afspraken maakt met financiers en durft nee te zeggen. ‘Dit jaar was Investico in gesprek met een potentiële sponsor. Een fonds van een ondernemer die goede doelen zocht om aan te doneren. Alles was keurig geregeld: een stichting, een raad van bestuur. Meer details geef ik niet, dat zou niet netjes zijn. Gaandeweg bekroop ons het gevoel dat ze wilden meepraten over de inhoud. Tot twee keer toe zei iemand: zou dit geen onderwerp voor jullie zijn? Toen hebben we de gesprekken stopgezet. Zo zijn we een behoorlijk bedrag misgelopen. Maar we moeten onafhankelijk ons werk kunnen doen.’

The Investigative Desk

Onderzoeksjournalist Marcel Metze stond in 2014 aan de basis van Investico, dat toen nog De Onderzoeksredactie heette. Hij geeft sinds eind 2018 leiding aan The Investigative Desk, een collectief van vijftien tot twintig journalisten dat onderzoek doet naar vijf industriële sectoren: tabak, farma, defensie, voeding en energie. Eind oktober publiceerde NRC Handelsblad twee artikelen van het platform over tabaksbedrijven die zo’n 40 procent van hun jaarlijkse winst door Nederland sluizen om belastingen te ontwijken. 

Het verdienmodel lijkt op dat van Investico: fondsen, subsidies en een bijdrage van media die stukken van het platform publiceren. Een verschil is dat The Investigative Desk ook bijdragen krijgt van wetenschappelijke organisaties en KWF Kankerbestrijding (voor onderzoek naar de tabaksindustrie).

Spit

Onderzoekscollectief Spit, gelanceerd in 2019, is een coöperatie van vier freelance onderzoeksjournalisten. Vanaf januari zullen dat er zes zijn. De oprichters werkten eerder voor Investico. Belangrijkste financier is het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Spit publiceerde recent onthullende stukken in Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer, onder meer over een Nederlands visserijbedrijf dat betrokken is bij een corruptieaffaire rond visquota in Namibië. Samen met RTL Nieuws onthulde Spit dat Nederlandse defensiewapens zijn verkocht aan een tussenhandelaar, waardoor ze in verkeerde handen kunnen komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden