Interview Literatuur

Onderzoeker Corina Koolen: ‘De opmars van vrouwen in de literatuur is een fabeltje’

Waarom dringen toch zo weinig vrouwelijke auteurs door tot de eregalerij van de Nederlandse literatuur? Het is een vicieuze cirkel waar we allemaal aan mee doen, stelt onderzoeker Corina Koolen.

Corina Koolen

Ja, hoe zit dat eigenlijk? Komt het doordat vrouwen minder publiceren, omdat ze anders schrijven of zijn ze domweg minder goed dan mannen? In haar promotieonderzoek licht Koolen, onderzoeker bij het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, een tip van de sluier op.

U concludeert dat vrouwen genoeg produceren. Dat staat haaks op schattingen van de Nijmeegse Radboud Universiteit dat vrouwen slechts 35 procent van de literaire boeken produceren.

‘Cijfers zijn enorm lastig te vinden. De CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, red.) onderzocht ooit het aantal professionele auteurs, maar nam ook vertalers op, en kwam toen op 63 procent vrouwen. Van de bestsellers die wij in ons project onderzochten, is 50 procent geschreven door een vrouw. Maar uitgeverijen rubriceren boeken van vrouwen minder snel als ‘literair’. Dat is de eerste horde waar vrouwen over struikelen. Ik kom erop uit dat 40 procent van de boeken met het stempel ‘literair’ door een vrouw geschreven is.’

Wat is de volgende horde?

‘De verkoopcijfers. Die zijn nog veel lastiger te vinden. En daarom kan in dit debat iedereen ook maar wat roepen. De CPNB kent de getallen, maar maakt ze niet openbaar, uit angst dat iedereen met die cijfers kan uitrekenen wat bepaalde auteurs verdienen. Uit grove gegevens die zij ter beschikking stelden, kan ik afleiden dat vrouwelijke literatoren bedroevend slecht verkopen. Van de 165 best verkochte literaire werken tussen 2009 en 2012 zijn er 25 geschreven door een Nederlandse vrouw. Nederlandse mannen verkopen twee keer zoveel. De rest is vertaalde literatuur.’

Heeft u een idee hoe dat komt?

‘Ik zie alleen dat het een vicieuze cirkel is. Het werk van vrouwen wordt door uitgevers als minder literair gezien. In het literaire segment verkopen vrouwen vervolgens slechter. Grote kranten wijden minder stukken aan vrouwelijke scribenten: 29 procent. Ten slotte slepen vrouwen minder literaire prijzen in de wacht. We doen er allemaal aan mee, denk ik.’

Is het niet gewoon een kwestie van tijd? Volgens de optimisten zijn vrouwen aan een opmars bezig.

‘Grappig, dat zei mijn promotor ook. Die opmars van vrouwen wordt al zeker sinds de 18de eeuw voorspeld. Maar er is geen enkele aanwijzing voor. Kijk maar naar de literaire prijzen: tussen 2001 en 2007 won geen enkele vrouw één van de vier grote literaire prijzen die ik onderzocht. Nu zitten we op een kwart. Dat is minder dan de 37 procent uit de jaren tachtig. Dus nee, het komt niet vanzelf goed. In de ons omringende landen zie je overigens hetzelfde hardnekkige patroon: literaire prijzen gaan overwegend naar mannelijke romanciers.’

Uit uw onderzoek blijkt dat de waardering voor mannelijke scribenten groter is.

‘Ja. Wij vroegen 14 duizend mensen in het Nationale Lezersonderzoek om boeken op literaire kwaliteit een cijfer te geven tussen de 1 en de 7. Dan zie je dat mannelijke auteurs – binnen het literaire segment – gemiddeld een 5,5 krijgen. Vrouwen halen gemiddeld een 4,6.’

Waaraan ligt dat?

‘Dat weten we niet. We vermoeden dat meespeelt dat mannelijke auteurs hoger in aanzien staan. Als lezers hun score moeten motiveren, zeggen ze bijvoorbeeld over Anna Enquist dat ze het niveau van een ‘doktersromannetje’ niet overstijgt. Over A.F.Th. van der Heijden wordt zoiets niet gezegd.’

Is het niet tijd om dat man-vrouwonderscheid achter ons te laten?

‘Was het maar waar. We denken graag dat we neutraal lezen, maar zo werkt het in de praktijk niet. Een man die over het gezinsleven van alledag schrijft, wordt door de literaire jury geprezen om zijn ‘lef’. Als vrouwen daarover schrijven, klaagt de jury dat ze over persoonlijke wissewasjes schrijven. We hebben allemaal stereotypen in ons hoofd. Zo leeft het idee dat vrouwelijke auteurs gepreoccupeerd zijn met uiterlijk. Uit mijn onderzoek blijkt dat dit stereotype niet klopt. Als er één groep auteurs is die veel zinnen wijden aan hoe de vrouwelijke personages eruit zien, dan zijn het de mannelijke literatoren. Je struikelt in hun boeken over de vrouwelijke heldinnen die slank, beeldschoon en fragiel zijn. Dat staat toch haaks op wat je zou verwachten?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.