Onder het zand ligt munitie, niemand weet waar

'Goede springplaatsen zijn moeilijk te vinden', concludeerde de Nederlandse overheid in 1946. Toch werd tien- à twintigduizend ton munitie tot ontploffing gebracht in 'springputten', schat onderzoeker H....

Gevaarlijk, want het ruimen van munitie in springputten gebeurde niet al te secuur: zo'n 30 tot 40 procent ontplofte niet.

De badplaatsen langs de Noordzeekust lieten woensdag weten het welletjes te vinden: het rijk moet onderzoeken waar de niet ontplofte munitie onder het strand ligt begraven. Want, zo vrezen de badplaatsen, door de kustafslag komen steeds vaker anti-tankmijnen en granaten bloot te liggen.

Het gegeven dat de stranden regelmatig worden opgespoten met zand om de erosie tegen te gaan, verandert daar niets aan, zo merken de kustgemeenten. In Zandvoort werd vorige week een deel van het strand afgesloten na vondsten van explosieven. In Egmond aan Zee werden dit voorjaar negentien mijnen aangetroffen.

Minister De Vries van Binnenlandse Zaken laat weten dat hij het 'hoogst ondoenlijk' vindt in heel Nederland opsporing te verrichten naar niet-geëxplodeerde munitie. Dat kost te veel geld.

'Wanneer een spelend kind op het strand de lucht in gaat, is er wel geld', voorspelt D. Barnouw van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Hij zou het een goede zaak vinden de delen van de Noordzeekust die intensief worden gebruikt munitievrij te maken. 'Want het is en blijft een prangend probleem.'

Na de Tweede Wereldoorlog lag Nederland bezaaid met 137 duizend ton aan mijnen, munitie en bommen. Daarvan werd 60 procent 'onbetrouwbaar' bevonden. Naar schatting werd ruim vijftigduizend ton in zee gedumpt. De 'niet vervoerbare munitie werd ter plekke tot springen gebracht', zo blijkt uit het archief van de Sectie Militaire Geschiedenis. Onder leiding van Britse en Nederlandse opruimingsdiensten werden hiervoor veelal Duitse krijgsgevangenen ingezet.

Volgens het Explosieven Opruimingscommando (EOC) in Culemborg hebben de opruimingsdiensten destijds niet geregistreerd waar de springputten zijn gegraven. De EOC beschikt wel over kaarten van Duitse mijnenvelden - dat waren er officieel 5400. Ook maakten de Britten en de Nederlanders rapporten van de ontruimingswerkzaamheden, maar dus zonder vermelding van de springputten.

Volgens historisch onderzoeker Roozenbeek was er vlak na de oorlog een chaotische situatie. De Britten waren in 1945 nog belast met de explosievenopruiming, maar de Nederlandse regering vond dat zij te traag te werk gingen. Een jaar later nam Den Haag de verantwoordelijkheid over.

De ministeries van Oorlog en Marine wilden zo spoedig mogelijk de onontplofte mijnen, bommen en munitie ruimen, omdat daardoor dagelijks gemiddeld drie burgers om het leven kwamen. Tussen 1946 en 1948 werd het gros van de explosieven geruimd, aldus Roozenbeek. Tot halverwege de jaren zeventig kwamen er jaarlijks nog zo'n vierduizend meldingen binnen bij het EOC.

Omstreeks dezelfde periode vroeg het rijk de gemeenten te inventariseren hoeveel bommen er nog binnen de gemeentegrenzen lagen. Dat leverde nauwelijks iets op: de gemeenten hadden geen idee. Daarna hevelde de staat de verantwoordelijkheid van het ruimen over naar de lokale overheden. Die deden niet moeilijk. Ze dachten dat het gros was geruimd. Niet dus. Nog jaarlijks krijgt het EOC 2500 meldingen binnen en wordt gemiddeld vijftig ton geruimd.

Wel bleef het rijk tot 1985 alle opsporings- en ruimingskosten betalen. Daarna werd de eigen bijdrage voor gemeenten ingesteld op grond van de regeling zoals die geldt voor bodemsanering.

Volgens een woordvoerder van Binnenlandse Zaken ligt de verantwoordelijkheid dus geheel bij de gemeenten. 'De kustplaatsen staat niets in de weg zelf gericht onderzoek te doen.' De badplaatsen in Noord- en Zuid-Holland beraden zich nog op stappen tegen het rijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden