Reportage Openbare restauratie

Onder de ogen van publiek opgeschoond: Wat schuilt er onder het vernis van ‘De Bewening van Christus’?

In het Mauritshuis wordt Rogier van der Weydens De bewening van Christus onder de ogen van het publiek opgefrist. Wat gaat er schuil onder het vernis?

Lieve d'Hont restaureert het paneel van Van der Weyden in het Mauritshuis. Beeld Ivo Hoekstra / Mauritshuis, Den Haag

Enige verwantschap met de schilder voelt ze wel. Wanneer restaurator Lieve d’Hont in opperste concentratie vernis verwijdert van Rogier van der Weydens paneel stelt ze zich voor hoe de kunstenaar er zelf ooit met vergelijkbare toewijding aan werkte. Daar echter houden de gelijkenissen op: 'Natuurlijk, ik heb kennis over mijn oplosmiddelen enzo, maar Rogiers meesterschap, een meesterschap dat enkel bereikt kan worden door van kinds af aan te trainen, ga ik nimmer bereiken.’ 

Restaureren is dienend werk: ‘Wij hebben De Bewening van Christus goed gerestaureerd als het publiek tijdens het kijken niet aan ons denkt.’

Het 15de-eeuwse paneel, het oudste schilderij in het Mauritshuis in Den Haag, is een typische Van der Weyden: een passiescène, rijk aan emoties. Het toont een heuvelachtig landschap met Vlaamse gebouwtjes en the regular crowd: Christus, Maria, Johannes en een (nog) niet geïdentificeerde bisschop in vol ornaat. De kwaliteit van de uitvoering van de diverse heiligen wisselt, daar zijn vriend en vijand het over eens. De Petrus- en Paulus-figuren rechts ogen onhandiger dan de dode Christusfiguur, met zijn fraaie borst van in elkaar overvloeiende tinten. Kwam het tweetal misschien uit het penseel van een assistent? Je gaat het je afvragen.

Rogier van der Weyden (en atelier): De bewening van Christus, in nog niet gerestaureerde staat. C. 1460-1464, Mauritshuis, Den Haag, olieverf op paneel, 80.6 x 130.1 cm. Beeld Mauritshuis, Den Haag

Meer vragen

Er cirkelen meer vragen rond het paneel. We weten niet in welk jaar het precies werd gemaakt (gedateerd tussen 1460 en ’64), noch wie de opdrachtgever was of voor welke kerk het was bestemd. Wel weten we dat het begin 19de eeuw voor het Mauritshuis werd aangekocht door koning Willem I. Indertijd werd het toegeschreven aan Hans Memling.

De staat van het werk liet te wensen over. Donker geworden vernis uit de jaren vijftig had de voorstelling een gele toon gegeven. Het vlammende rood en frisse groen van de mantels was veranderd in iets, nou ja, in iets minder fris. Om het werk te reinigen en zo misschien ook vragen rond de toeschrijving op te helderen, besloot men het werk in de zomermaanden live op zaal onder handen te laten nemen door twee restauratoren.

Eerder werden ook al werken van Johannes Vermeer en Jan Steen onder de ogen van het publiek in het Mauritshuis opgeschoond. Zulke operaties, zegt conservator Ariane van Suchtelen, geven een mooi inkijkje in het restauratorvak; het museum kan zijn expertise direct met het publiek delen. Maar je moet het natuurlijk niet te vaak doen: ‘Dan gaat de glans eraf.’

De restauratoren Carol Pottasch en Lieve d’Hont onderzoeken het paneel van Van der Weyden. Beeld Ivo Hoekstra / Mauritshuis, Den Haag

Kwestie van wennen

Daar is op deze middag in juni nog geen sprake van. In het tijdelijke atelier in de tentoonstellingszaal worden de verrichtingen van restaurator Lieve d’Hont op de voet gevolgd door vijftien nieuwsgierigen. Al die ogen in haar rug: het deed aanvankelijk wel iets met haar, vertelt ze: ‘Je zit meer in de performancemodus dan wanneer je alleen in je atelier zit.’ Een kwestie van wennen: ‘Na een kwartiertje vergeet ik dat ze er staan.’

Op dit moment, vertelt d’Hont, zitten zij en collega Carol Pottasch in de schoonmaakfase. Met Japans papier, wattenstaafjes en oplosmiddel wordt centimeter voor centimeter de oude vernislaag van het paneel verwijderd.

Het lijkt misschien saai werk, maar het is een ware ontdekkingstocht. ‘Elke centimeter verfhuid verschilt van de vorige en vraagt een andere wijze van vernis verwijderen. Op sommige plekken zien de verfdeeltjes er vergroot uit als over elkaar geschoven ijsschotsen, bijeengehouden door vernis.’ Als je dan te voortvarend te werk gaat, neem je de originele verflaag mee.

Een gast uit Florence

Tegelijk met de restauratie van De Bewening is in het Mauritshuis een Van der Weyden uit het Uffizi-museum in Florence te gast, De Graflegging van Christus (1460-’64). Techniek en opbouw van dit werk lijken op die van De Bewening. De uitvoering van deze voorstelling is echter verfijnder, bevat meer details. Het was ooit in het bezit van groothertog Cosimo de’ Medici, die het bestelde voor zijn villa in Careggi bij Florence. 

Rogier van der Weyden, De Graflegging van Christus, c.1460. Paneel, 94 x 110,7 cm. Beeld Galleria degli Uffizi, Florence.

Dilemma's

Er zijn natuurlijk dilemma’s. Zo is daar het diepliggende vernis dat zich in het bobbelige blauwe verfoppervlak van Petrus’ mantel heeft opgehoopt als vuil in een holle kies – verwijderen of niet? Weghalen levert een stralender mantel op, maar betekent ook een grotere kans op aantasting van de oorspronkelijke pigmenten. Restaureren is steeds weer risicocalculatie.

Als al het vernis straks is verwijderd, zetten d’Hont en haar collega zich aan het retoucheren van de beschadigingen. Daarvoor gebruiken zij geen olieverf, maar eenvoudig te verwijderen kunstharsen vermengd met pigmenten. De omkeerbaarheid van de ingreep is belangrijk. Een restaurator werkt niet alleen voor tijdgenoten, maar ook voor latere generaties. Ze hoopt dat de restauratie als bijvangst nieuw inzicht zal geven in de totstandkoming van het schilderij. Nu al meent men in de ogen van de heiligen meerdere schildershanden te herkennen. d’Hont: ‘De oogjes van de apostel Johannes bijvoorbeeld zijn anders dan die van Petrus en Paulus. Raker. Er waren minder verfstreken nodig om ze op het paneel te krijgen.’

Het voor publiek toegankelijke restauratie-atelier in het Mauritshuis. Beeld Ivo Hoekstra / Mauritshuis, Den Haag

Ontzag

Zo lang zo dicht op het schilderij zitten heeft haar ontzag voor Van der Weydens technische vernuft alleen maar doen groeien. Ze wijst op het goudbrokaten motief op de bisschopsmantel; het lijkt neergezet in goudverf, maar blijkt bij nadere beschouwing te bestaan uit minuscule puntjes loodtintgeel, die afhankelijk van de richting van de stof dikker of dunner zijn: ‘Rogier wist precies hoe lang hij op het penseel moest drukken voor de gewenste dikte. Zijn kennis van de reacties van het materiaal was uitzonderlijk.’

Rogier van der Weyden ontsluierd, t/m 9/9, Mauritshuis, Den Haag. De restaurators werken dagelijks tussen 13 en 15 uur, en vaak ook tussen 10 en 12 uur. Na 15 uur beantwoorden ze vragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.