Onder de huid van de Parijzenaars

Zoals het een wereldstad betaamt, is Parijs gebouwd op geheimen. De Britse auteur Graham Robb (1958) weet ze niet allemaal te ontrafelen, maar zet ze wel in een uniek eigen licht....

Door Ariejan Korteweg

‘In de late avond van 15 oktober 1959 zat een op een plezierige manier met zichzelf ingenomen man, die misschien een tikje nerveus was, in de beroemde Brasserie Lipp aan de boulevard Saint-Germain, waar hij de restanten van een overheerlijke zuurkool en een fles Gewürztraminer overzag.’

Zo begint een van de hoofdstukken van Parisians. In het vervolg wordt duidelijk dat de man François Mitterrand is, een wat in de versukkeling geraakte politicus die naar wegen zoekt om zijn populariteit op te vijzelen, bij de kiezer en vooral bij de mythische president De Gaulle. Als de man met wie hij een afspraak heeft niet komt opdagen, stapt hij in zijn Peugeot 403 (‘de perfecte auto voor een centrum-linkse politicus’, schrijft de auteur) en rijdt naar huis. Een ritje van nog geen kwartier dat een dramatische wending krijgt als een zwarte auto naast hem opduikt die hem van de weg probeert te rijden. Mitterrand geeft plankgas, stuurt een donkere straat langs de Jardin de Luxembourg in, zet de Peugeot langs de kant, springt over een hek en duikt plat in het gras. Vlak daarna hoort hij hoe zijn auto door kogels wordt doorboord.

De mislukte aanslag luidt de terugkeer in van Mitterrand in de landelijke politiek. Maar al snel rijzen twijfels. Waarom reden de aanvallers in zo’n trage auto? Waarom gebruikten ze zo’n erkend slordig wapen als de stengun? Waarom niet even gekeken of de kogels doel hadden getroffen? Was de aanslag wellicht door het beoogde slachtoffer zelf in scène gezet, om zo weer in de schijnwerpers te komen?

De daders zijn nooit gevonden, en bovenstaande vragen werden nooit beantwoord. De mislukte aanslag bleef een van de mistige episoden in Mitterrands lange weg naar de top. Maar dat we nu van dichtbij kunnen volgen wat er gebeurd zou kunnen zijn, is de verdienste van een Britse historicus. Graham Robb is zijn naam, en hij is zo niet de beste, dan toch zeker de levendigste actuele schrijver over de Franse geschiedenis. Wat een opmerkelijke prestatie is, in aanmerking genomen dat Fransen zich graag in hun eigen verleden verdiepen.

Robb doet iets wat historici niet geacht worden te doen. Hij neemt geen kritische distantie in acht, maar kruipt juist heel dicht op zijn onderwerp. Dat deed hij in zijn biografieën van Honoré de Balzac (1994), Victor Hugo (1997) en Arthur Rimbaud (2000). Het leidde tot fascinerende resultaten in The Discovery of France (2007), een hoogstpersoonlijke vertelling van hoe Frankrijk in het bestek van twee eeuwen een samenhangend land werd doordat stad en platteland elkaar ontdekten en een symbiose aangingen.

The Discovery of France was vooral gewijd aan de buitengewesten. Parisians zou je de hoofdstedelijke pendant ervan kunnen noemen – al zijn de Parijzenaars vaak zelf afkomstig uit la France profonde, waarmee ze een innige band onderhouden. Robb gaat dit keer een stap verder. Hij kruipt niet dicht op zijn personages, maar zit onder hun huid, met technieken die doorgaans zijn gereserveerd voor de romanschrijver. Een delicate onderneming, die hij met evenwichtskunst tot een goed einde brengt.

Cruciaal is de keuze van de hoofdrolspelers. Sommige van hen zijn bekend, ze worden door Robb in een nieuw licht geplaatst. Zo is er de 18-jarige luitenant die in 1787 voor familiezaken een paar weken in Parijs verblijft en daar op een avond bij het Palais Royal een dame van lichte zeden ontmoet. ‘U zult het koud hebben in die dunne kleren’, informeert de luitenant bezorgd. Waarna de dame voorstelt elkaar op te warmen in zijn vertrekken. Jaren later, als de luitenant generaal Bonaparte is geworden, groeit hij uit tot een fanatiek bestrijder van de bordelen in het Palais-Royal.

Minstens zo belangrijk voor de Franse hoofdstad, maar door de geschiedenis wreed vergeten, is Charles-Axel Guillaumot. ‘De man die Parijs redde’, zo heet het hoofdstuk waarin Robb hem opgraaft. Twee eeuwen geleden kon het gebeuren dat een rij Parijse huizen zomaar van het ene op het andere moment door de aarde werd verzwolgen. Het Parijs van die tijd was gebouwd op de resten van eerdere bouwwerken: groeven, schachten, zwak gefundeerde tunnels. Als pas benoemde inspecteur van de steengroeven kreeg Guillaumot de opdracht dergelijke verzakkingen te voorkomen. Het werd zijn levensvervulling.

Guillaumot zou een groot deel van zijn dagen onder de grond slijten; zijn gezicht werd bleek als melk. Met zijn team van mijnwerkers verbouwde hij de oude ondergrondse gangen tot prachtige en vooral veilige galerieën. Hij zag er ook op toe dat de botten van de Parijzenaars, die eeuwenlang begraven waren waar het maar uitkwam, in speciaal aangelegde catacomben werden gestort. Toen het werk erop zat, was de plattegrond van het onderaardse Parijs gedetailleerder dan die van het bovengrondse stratenplan. Geen steeg of gedenkplaat herinnert nog aan de man die Parijs vaste grond onder de voeten gaf.

Robb behoedt hem voor de vergetelheid, zoals hij dat ook doet met het anonieme meisje dat tijdens de oorlog aan het transport naar een vernietigingskamp weet te ontsnappen, of de studente die in de aanloop naar mei ’68 vertelt wat het betekent dat jongens en meisjes op de campus niet meer strikt gescheiden wonen. Al die verhalen kregen een passende vorm.

Over de opbloeiende liefde tussen zangeres Juliette Gréco en jazzman Miles Davis schreef hij een filmscenario, dat begint bij het verhoor van de jonge Gréco door de nazi’s. Ook het cafétafeltje van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir speelt daarin een belangrijke rol. ‘Als ik terugga naar de States, vind ik zeker niet zo’n vrouw als jij’, zegt Davis. Toch zal de camera vastleggen hoe een taxi hem naar het vliegtuig brengt. Als Gréco hem later in New York opzoekt, treft ze een junk met geldgebrek.

Een prachtig hoofdstuk is gewijd aan de vrouw van Émile Zola, waardoor een relativerend portret van de grote schrijver ontstaat. De zelfkant komt in beeld via de mythische Vidocq, die dank zij zijn eigen uitgebreide ervaring aan beide zijden van de tralies de Parijzenaars de illusie weet te geven dat hun stad steeds veiliger wordt.

Het heden wordt recht gedaan met het hoofdstuk Sarko, Bouna and Zyed. Sarko behoeft geen introductie. Bouna en Zyed zijn jongens uit de Parijse voorstad Clichy-sous-Bois. Terwijl ze voetballen op een veldje in de buurt, zien en horen ze om hen heen politieauto’s. De jongens zetten het op een rennen, en klimmen over een muur naar het terrein van een verdeelstation voor elektriciteit. Op de kabels staat 225 duizend volt. Op 27 oktober 2005 om twaalf over zes gaan de lichten uit in honderdduizend huizen in de regio: Bouna en Zyed zijn geëlektrocuteerd. Door het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van de jongens geeft Robb een dramatische lading aan de gebeurtenis die het begin vormde van de banlieue-rellen, waarbij tientallen mensen gewond raakten en honderden auto’s in rook opgingen.

Robb baseerde zich voor zijn boek op bronnen als ooggetuigeverslagen, krantenberichten, dagboeken. Hij houdt zich aan de feiten, ook als die elkaar tegenspreken. Dat was het geval toen Charles de Gaulle, de man bij wie Mitterrand zo opzichtig in het gevlei wilde komen, zelf op miraculeuze wijze aan een aanslag ontsnapte. Op 26 augustus 1944, een dag nadat hij als de glorieuze bevrijder Parijs was binnengetrokken, zou De Gaulle een dankdienst bijwonen in de Notre-Dame.

Voordat de plechtigheid begint breekt van alle kanten geweervuur los. Als door een wonder wordt de Gaulle niet getroffen. Onverstoorbaar schrijdt hij voorwaarts over het middenpad. ‘Dit is het meest uitzonderlijke staaltje heldenmoed dat ik ooit heb gezien’, zegt de oorlogsverslaggever van de BBC voor de radiomicrofoon.

Maar wie vuurde die schoten eigenlijk af? Waarom werden de daders nooit gegrepen? Hoe is het mogelijk dat zo’n gemakkelijk doelwit niet werd getroffen? Zoals het een wereldstad betaamt, is Parijs gebouwd op geheimen. Ook Graham Robb blijft soms het antwoord schuldig.

Wel zorgt hij ervoor dat de vragen niet vergeten worden, en dat de scène van De Gaulle in een spervuur van kogels in het geheugen wordt gegrift, opgeslagen in het vakje naast de mislukte aanslag op Mitterrand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden