Ondanks overdaad aan bommen en cokefeestjes houdt Trujillo greep op verhaal

De rake, geestige zinnen staan in scherp contrast met de trauma's die de hoofdpersoon meeneemt van Uruguay naar Nederland.

In Montevideo komen demonstranten in 2010 op voor slachtoffers van de dictatuur in de periode 1973-'85. Beeld ap

Iedereen van wie hij houdt gaat dood, denkt Jaime Castro. Hij groeit op in Uruguay tijdens de dictatuur, waar het ene na het andere familielid verdwijnt, zelfmoord pleegt of in het harnas sterft als linkse guerrillero. Zijn opa sterft eigenlijk nog op de normaalste manier, aan een hartaanval tijdens een huiszoeking. 'Geen manier om te gaan', vond zijn oma. 'Half dement, in je pyjama, terwijl je vrouw door pubers in legeruniformen werd afgevoerd. Toch behoorde opa tot een van de weinigen in de familie die een natuurlijke dood was gestorven.'

Later verhuist hij naar Nederland, waar hij een 'wantrouwige paranoïde praatjesmaker' wordt en er zijn werk van maakt - hij wordt succesvol journalist. Alles lijkt goed gekomen, maar langzaam nemen de demonen het over.

Vrije radicalen

Fictie.
Carolina Trujillo.
Querido; 360 pagina’s; € 19,99.

Op de eerste bladzijden van Vrije radicalen voert Carolina Trujillo (1970) de ingrediënten op die we direct uit haar eerdere werk herkennen: branie, chaos, neurose, en een grote berg medicijnen. Een schelmenroman vol rake, geestige zinnen die in scherp contrast staan met de trauma's die Jaime mee naar Nederland neemt.

De eerste helft is al een doldwaze trip. Jaime reist elke zomer terug naar Uruguay om samen met jeugdvriend Gas vervuilende projecten van grote corporaties te dwarsbomen. ('Op het noordelijk halfrond had je hippies, op het zuidelijk had je linkse guerrilla's.') Terug in Nederland verloochent hij al zijn politieke idealen in zijn grachtenpand en tikt brave stukjes. Wel neemt hij de oude Tiqui Tiqui in huis, de vrouw die hem vroeger onderdak verleende, maar met wie hij nu voortdurend op voet van oorlog verkeert.

Jaimes omgeving vertelt hem dat Tiqui Tiqui alleen in zijn hoofd bestaat. Hij zit kennelijk in een psychose, niet geholpen door bergen cocaïne en de overdosis medicijnen die zijn warrige psychiater hem voorschrijft. Jaime zet zijn relaas onverstoord voort. Hij vraagt Gas om hem te komen opzoeken, om hem uit zijn depressie te helpen. Die komt direct, met een kilo bolletjes in zijn darmen. Briljante scène; maar Gas zal ook wel niet echt zijn, denkt de lezer.

Op literair niveau gebeurt er dan iets interessants. Trujillo brengt een tweede laag fictie aan waarin de lezer gevraagd wordt mee te gaan, zelfs met de psychose, ook al weten we dat het niet 'echt' is.

Uiteindelijk wordt het misschien een beetje té wild, als Gas eenmaal in Nederland is en zijn linkse activisme op dezelfde manier voortzet als in Uruguay. Te wild is nooit erg, maar het verhaal verliest kracht door de overdaad aan bommen, cokefeestjes en gebroken ribben - hier had gesnoeid kunnen worden. De schrijver hoeft niet mee te gaan in een doordraaiend personage.

Maar ook die overdaad is zo'n beetje Trujillo's handelsmerk geworden. Haar vorige roman, De zangbreker, ging over destructieve personages met een voorliefde voor het witte goud, maar dat was een magische vertelling, met engelen als hoofdpersonen in een warrig, complex en vooral te uitgebreid verhaal.

In Vrije radicalen, haar vierde roman, heeft de auteur veel meer greep op het verhaal. Demonen in iemands hoofd blijken interessanter dan geëxpliciteerd in een schaduwwereld. Ze zijn angstaanjagender. Wie de roman uitleest, kijkt even verdwaasd om zich heen: bestaan mijn vrienden wel echt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden